Езекиїла 12
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І надійшло до мене слово Господнє, таке:
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
2Сину чоловічий! ти живеш серед неслухняного дому; вони мають очі, щоб убачати, та не бачать, мають уші, щоб чувати, та не чують; бо вони дом ворохобний.
2Mensenkind, ge woont midden onder een onhandelbaar ras, dat ogen heeft om te kijken maar niet ziet, oren om te horen maar niet hoort; want het is een onhandelbaar ras.
3Ти же, сину чоловічий, наготов собі потрібне до переносин, та й переносися серед ясного дня перед їх очима, й перенесешся перед очима в їх із твоєї осади на друге місце. Може їм одкриються очі, хоч вони дом упрямий;
3Daarom, mensenkind, moet ge overdag, onder hun ogen, aanschaffen, wat men bij een verbanning nodig heeft. Verhuis onder hun ogen van uw woonplaats naar een ander oord; misschien erkennen ze dan, wat voor onhandelbaar ras ze zijn.
4Виноси ж твою знадобу, потрібну до мандрівки, в день перед очима в їх, сам же вийдеш перед очима в їх увечорі тим робом, як се виходять ті, що переносяться.
4Overdag moet ge uw pak, de uitrusting voor een verbanning, onder hun ogen naar buiten brengen, en bij avond zelf zo opvallend mogelijk vertrekken, als iemand die in ballingschap gestuurd wordt;
5Перед очима в їх проламли собі отвір у стїнї, та й виносися тою проломиною.
5hak voor hun ogen een gat in de muur, en ga er doorheen.
6Перед очима в їх виноси знадобу на плечах; виноси ж у потемках, закривши собі вид і не позираючи на країну; я бо поставив тебе знаком домові Ізрайлевому.
6Neem voor hun ogen uw pak op de schouder, en vertrek in het donker met bedekt gelaat, zodat ge de grond niet ziet; want Ik maak u tot een voorteken voor Israëls huis.
7І вчинив я так, як менї заповідано: знадобу мою, потрібну до переносин, повиносив у день, а ввечорі пробрав собі рукою дїру в стїнї, винїс клунок у потемках та й взяв на плечі перед їх очима.
7Ik deed, zoals mij bevolen was; overdag bracht ik mijn pak, de uitrusting voor een verbanning, naar buiten, en bij avond hakte ik met geweld een gat in de muur; ik vertrok in het donker voor hun ogen, met het pak op mijn schouder.
8Уранцї ж надійшло слово Господнє до мене:
8De volgende morgen kwam het woord van Jahweh tot mij:
9Сину чоловічий! чи ж не буде питати тебе дом Ізраїля, той дом неслухняний: Що се ти робиш?
9Mensenkind, heeft het huis van Israël, dat onhandelbare ras, u niet gevraagd: Wat doet ge daar?
10Відкажи ж їм: Так говорить Господь Бог: Се є віщба про володаря Ерусалимського й про ввесь дом Ізраїля, що там живе.
10Spreek tot hen: Dit zegt Jahweh, de Heer: Dit pak is de vorst in Jerusalem, met heel het huis van Israël, dat binnen zijn muren woont!
11Скажи: Я — знамено пророче вам. Як я вчинив, так станеться з ними, — в чужину, в неволю пійдуть вони.
11Spreek: Ik ben een voorteken voor u: zoals ik gedaan heb, zo zal met hen gebeuren; in ballingschap, in gevangenschap zullen ze gaan!
12І володарь посеред них візьме клунок на плечі та й вийде потемки. Проломлять мур, щоб його виправити; він затулить собі вид, так що не бачити ме очима землї сієї.
12De vorst, die in hun midden woont, zal zijn pak op de schouder dragen, en in het donker vertrekken; men zal een gat in de muur hakken, om hem door te laten, en hij zal zijn gelaat bedekken, zodat zijn ogen de grond niet zien.
13І розложу на него сїть мою, і спіймається він у волок мій, і одведу його в Вавилон, у Халдейську землю; та він її не буде бачити, й умре там.
13Mijn jachtnet werp Ik over hem heen, houd hem in mijn strik gevangen en zal hem naar Babel brengen, naar het land der Chaldeën, zonder dat hij het ziet; dáár zal hij sterven.
14А всїх, що навкруги його, помочників його й усе військо його, порозвіваю на всї вітри, а позад їх добуду меча.
14En allen die tot zijn gevolg behoren, zijn lijfwacht en al zijn troepen, zal Ik verstrooien over alle windstreken, en het zwaard achter hen trekken.
15І взнають, що я — Господь, як розсїю їх проміж народами й порозвіваю їх по всїх землях.
15Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben! En als Ik ze over de volken verstrooid heb, en over de landen verspreid,
16І збережу небагато з них од меча, голоднечі й мору, щоб вони розповідали про всї гидоти свої промїж народами, куди позаходять, і всї зрозуміли, що я, — Господь (справедливий).
16dan zal Ik enkelen van die mannen aan zwaard en hongersnood en pest ontrukken, om ze van al hun gruwelen te laten vertellen onder de volken waar ze komen. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
17І надійшло до мене слово Господнє:
17Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
18Сину чоловічий! їж хлїб твій з трівогою, й воду твою пий, дрожучи й сумуючи,
18Mensenkind, uw brood moet ge al bevend eten, en het water drinken onder siddering en angst.
19Та говори й до люду землї: Так каже Господь Бог про Ерусалимські осадники й про землю Ізраїля: Хлїб свій їсти муть вони у смутку й воду свою пити муть у журбі, земля бо їх перестане давати вроджай свій за неправедностї всїх осадників своїх.
19Dan moet ge tot de bevolking zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer, tot de bewoners van Jerusalem, tot Israëls grond: Hun brood zullen ze eten met angst, en het water drinken in ontzetting; want hun land ligt van zijn overvloed beroofd om de misdaad van al zijn bewoners.
20І городи, нинї людні, обезлюдїють, і земля зробиться пустинею, і взнаєте ви, що я — Господь.
20Uw dichtbevolkte steden zullen verwoest worden, en het land zal een wildernis zijn. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben.
21І надійшло до мене слово Господнє:
21Het woord van Jahweh werd tot mij gericht!
22Сину чоловічий! що се в вас, ув Ізраїль-землї за поговірка: Багато часу промине і всяке пророче видиво покажеться марним?
22Mensenkind, wat is dat toch voor een gezegde bij u in het land Israël: “De tijd verstrijkt, geen enkele profetie komt uit!”
23Оце ж скажи їм: Так говорить Господь Бог: Положу кінець сїй примовцї, і не буде вже тієї приговірки в Ізраїлї: проте скажи їм: Близький час і справдиться всяке видиво пророче.
23Daarom moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik maak een eind aan zo’n gezegde; men zal het in Israël niet meer gebruiken! Zeg liever tot hen: “De tijd is daar, en elke profetie wordt waar!”
24Бо вже в дому Ізрайлевому не буде марним нїяке видїннє пророче й нї одно віщуваннє не покажеться ложним.
24In het huis van Israël zal geen loze profetie of een valse voorspelling meer voorkomen.
25Бо се я, Господь, буду говорити й яке слово нї проречу, воно справдиться, та й не буде проволоки; таки за ваших днїв, ти доме упрямий, виречу слово, й зараз спевню його, говорить Господь Бог.
25Want Ik, Jahweh, zal spreken; alwat Ik zeg, wordt zonder uitstel vervuld. Waarachtig, onhandelbaar ras, in úw dagen zal Ik mijn woord verkondigen en vervullen, zegt Jahweh, de Heer.
26І надійшло до мене слово Господнє:
26Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
27Сину чоловічий! Ось, дом Ізраїля говорить: Пророче видиво, що він бачить, станеться хиба в далекому часї; він пророкує про далекі часи.
27Mensenkind, ge ziet, hoe het huis van Israël beweert: Het gezicht, dat die man daar schouwde, duurt een eeuwigheid nog; hij profeteert voor de verre toekomst!
28Оце ж скажи їм: Так говорить Господь Бог: Не буде проволочки нї єдиному слову мойму; слово, що виповім, справдиться, говорить Господь.
28Daarom moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Geen van mijn woorden wordt uitgesteld; elk woord, dat Ik verkondig, zal in vervulling gaan, zegt Jahweh, de Heer.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.