Езекиїла
Chapter 46
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Езекиїла 46

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Так говорить Господь Бог: Брама всерединнього двора, повернена лицем на схід сонця, має бути замкнена через шість робітніх днїв, а в субітний день і в день нового місяця має бути відомкнена.
1Dit zegt Jahweh, de Heer: De oosterpoort van de binnen-voorhof moet gedurende de zes werkdagen gesloten blijven; alleen op sabbat- en op nieuwemaandag mag ze geopend worden.
2Князь прийде через знадвірні сїни та й стане в подвоях сих воріт; і впорають сьвященники всепаленнє його й подачню жертву його; й поклониться він Господеві з порозї воріт, та й вийде собі, а ворота зістануться незачиненими до вечора.
2Dan moet de vorst van buiten door de poorthal binnenkomen, en in de poortdeur blijven staan; dan zullen de priesters zijn brandoffer en dankoffers opdragen, en hij zal zich neerbuigen op de drempel van de poort. Als hij de poort verlaten heeft, mag die tot de avond niet gesloten worden.
3Та й нарід має покланятись перед Господом коло ввіходу в ворота в суботи й в днї нового місяця.
3Maar het gewone volk moet zich op sabbat- en nieuwemaandagen buiten de ingang der poort voor Jahweh neerbuigen.
4А всепаленнє, що принесе князь Господеві субітнього дня, має бути з шестерьох ягнят без скази та з барана без скази.
4Het brandoffer, dat de vorst op sabbatdag aan Jahweh moet brengen, zal bestaan uit zes gave lammeren en één gaven ram,
5Хлїбового ж приносу — ефа на барана, а на ягнята хлїбового приносу, скілько рука його подасть; оливи же один гин на ефу.
5met een meeloffer van een efa bij den ram en een meeloffer naar eigen keuze bij de lammeren, en bij iedere efa een hin olie.
6У новомісячній день приносити ме він із товарячої череди назимка, без скази, а так само й шестеро ягнят та барана без скази.
6Op nieuwemaandag echter zal het offer bestaan uit een gaven jongen stier, zes gave lammeren en een gaven ram.
7Хлїбового ж приносу дасть він ефу на телця й ефу на барана, а на ягнята, скілько рука його подасть, оливи же по гину на ефу.
7Bij den stier en den ram moet hij een meeloffer van een efa brengen, bij de lammeren zoveel als hij zelf verkiest, en bij iedere efa een hin olie.
8А як приходити ме князь, так має ввіходити через переддвіррє у брамі й тією ж дорогою виходити.
8Als de vorst de tempel bezoekt, moet hij langs de poorthal binnenkomen, en langs dezelfde weg terugkeren.
9А як приходити ме люд землї перед лице Господнє в сьвята, та хто ввійшов північньою брамою на молитву, той має виходити брамою полуденньою; не буде виходити тією ж брамою, що нею ввійшов, а має виходити протилежною.
9Maar komt op feestdagen het gewone volk voor Jahweh, dan moeten zij, die langs de noorderpoort komen aanbidden, door de zuiderpoort terugkeren; en zij die langs de zuiderpoort binnenkomen, moeten door de noorderpoort vertrekken. Men mag niet terugkeren door dezelfde poort, waardoor men gekomen is; men moet langs de overkant heengaan.
10І князь має бути серед них; як увіходять вони, ввіходить і він; а як вони виходять, виходить і він.
10De vorst moet tegelijk met de anderen komen en heengaan.
11А в сьвята й в урочисті днї хлїбового приношення від його має бути по ефі на назимка й по ефі на барана, на ягнята ж — скілько подасть рука його, олїї ж по гину на ефу.
11Op feesten en gedenkdagen zal het meeloffer een efa bedragen bij elken var en ram; bij de lammeren mag hij geven wat hij wil, maar bij iedere efa een hin olie.
12А коли князь по щиростї своїй схоче принести всепаленнє чи подячню жертву Господеві, так мають відомкнути йому браму, повернену на схід сонця, і він упорає свій принос і свою подячню жертву так само, як упорав субітнього дня, і вийде; а як вийде, замкнуть ворота.
12Als de vorst uit eigen beweging brand- of dankoffers brengt, een vrijwillig offer aan Jahweh, dan moet men de oosterpoort voor hem openen, opdat hij op dezelfde wijze als op sabbatdag zijn brandoffer en dankoffer kan brengen; maar zodra hij is heengegaan, moet men de poort achter hem sluiten.
13Що-дня принось Господеві на всепаленнє ягня-перволїтка без скази; що ранку принось його;
13Elke dag moet ge een gaaf, éénjarig lam als brandoffer aan Jahweh opdragen; elke morgen moet ge dat opdragen.
14І додавай до того хлїбовий принос що ранку — шестину ефи та й оливи третину гина, щоб розмішати муку. Така віковічня постанова про хлїбовий принос Господеві, по всї часи.
14Ook moet ge er elke morgen een meeloffer bijvoegen van een zesde efa met een derde hin olie, om de bloem aan te maken. Dit is het dagelijks meeloffer voor Jahweh: voor altijd ingesteld.
15Нехай на всепаленнє приносять ягня та хлїбовий принос і олїю що ранку повсячасно.
15Elke morgen moet men als dagelijks brandoffer het lam, het meeloffer en de olie opdragen.
16Так говорить Господь Бог: Коли князь дає которому синові свойму дар (в землї), так се має йти в наслїддє й синам його; ся держава їх має бути наслїдньою.
16Dit zegt Jahweh, de Heer: Als de vorst een stuk van zijn erfdeel aan een van zijn zonen ten geschenke geeft, zal dat aan de zonen in eigendom behoren, en hun erfelijk bezit zijn;
17Коли ж він дасть із наслїддя свого в дарі которому підвластному свойму, то се буде належати тому тілько до року визволу, а тодї вернеться до князя. Тілько до синів його має переходити наслїддє його.
17maar geeft hij een stuk van zijn erfdeel ten geschenke aan een van zijn dienaren, dan zal het hem slechts toebehoren tot het jaar der vrijlating, en daarna weer aan den vorst vervallen; alleen het erfdeel van zijn zonen zal dus hun eigendom zijn.
18Та князеві не можна забирати наслїднього паю у людей, витискаючи їх із держави їх. Тілько з власної держави можна йому надїляти дїтей своїх, щоб нїкого з мого люду не виганяно з держави його.
18De vorst mag niets afnemen van het erfgoed van het volk, door ze hun bezit af te persen; alleen eigen bezit kan hij aan zijn zonen vermaken, opdat niemand van mijn volk uit zijn bezit verdreven wordt.
19І привів мене тим ходом, що збоку в брамі, до сьвятих сьвітлиць про сьвященників, повернених на північ, і се — там одно місце зкраю на захід.
19Toen bracht hij mij door de ingang terzijde van de poort, naar de heilige zalen, die voor de priesters bestemd zijn en op het noorden liggen; daar zag ik aan de uiterste westkant een ruimte.
20І промовив до мене: Се те місце, де сьвященники мають варити жертву за гріх, і за переступ, та пекти хлїбовий принос, не виносючи його до надвірніх сїней, на осьвяту люду.
20Hij sprak tot mij: Dit is de ruimte, waar de priesters het schuldoffer en het zonde-offer moeten koken en het meeloffer bakken; zo behoeven ze niet naar de buiten-voorhof te gaan, waardoor ze het volk zouden heiligen.
21І вивів мене до задвірніх сїней, і провів мене по чотирьох кутах сїней, і ось, в кожному кутї сїней ще сїнки.
21Daarna bracht hij mij naar de buiten-voorhof, en leidde mij langs de vier hoeken van de voorhof; en daar zag ik in elke hoek van de voorhof een besloten ruimte.
22У всїх чотирьох кутах були криті сїнки, завдовжки сорок локот, а завширшки трийцять; однієї міри в усїх чотирьох кутах.
22In de vier hoeken van de voorhof waren afgesloten ruimten van veertig el lang en dertig breed: alle vier van dezelfde afmetingen.
23І навкруги всїх їх чотирьох — стїни, а при стїнах пороблені куховарнї навкруги.
23Rond alle vier liep een galerij, en onder de galerijen waren keukens ingericht.
24І сказав менї: Се куховарнї, де слуги храму варити муть жертви людські.
24En hij verklaarde mij: Dit zijn de keukens, waar de tempeldienaren voor het volk de slachtoffers moeten koken.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.