Езекиїла
Chapter 25
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Езекиїла 25

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Надійшло ж до мене слово Господнє, таке:
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
2Сину чоловічий! поверни лице проти Аммонїїв, і пророкуй проти них.
2Mensenkind, richt uw gelaat naar de Ammonieten, en profeteer tegen hen.
3І скажи Аммонїям: Почуйте слово Господа Бога! Так говорить Господь Бог: За те, що ти втїшно казав: „Ага‟! як сьвятиню мою опоганено, й на Ізраїль-землю, як її спустошено, та на дом Юдин, як вони пійшли в неволю, —
3Ge moet tot de Ammonieten zeggen: Luistert naar het woord van Jahweh, den Heer! Dit zegt Jahweh, de Heer: Daar ge ha-ha hebt geroepen over mijn heiligdom, omdat het ontwijd is, en over het land Israël, omdat het verwoest is, en over het huis van Juda, omdat het in ballingschap is gegaan:
4За те я віддам тебе в посїданнє синам востоку, й заведуть вони у тебе вівчарнї свої і розложать у тебе шатра свої, і їсти муть вони плоди твої, і пити муть молоко твоє.
4daarom lever Ik u uit aan de Oosterlingen. Die gaan bij u hun tenten opslaan, bij u hun woningen bouwen; zij zullen uw vruchten opeten, zij uw melk drinken.
5І зроблю Равву пристановищем верблюдам а синів Аммонїйських пастухами овець, і зрозумієте, що я — Господь.
5Want Rabba maak Ik tot een grasland voor kamelen, en Ammons steden tot een weideplaats voor schapen. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
6Так бо говорить Господь Бог: За те, що плескав єси в долонї, й тупотав ногами, й веселився зневажливо всїм серцем над землею Ізраїлською, —
6Want dit zegt Jahweh, de Heer: Omdat ge in uw handen hebt geklapt en met uw voeten hebt getrappeld, u met leedvermaak in het hart vrolijk hebt gemaakt over het land Israël,
7За те я ось, простягну руку мою проти тебе й подам тебе на розбій народам, і викореню тебе зміж людей, і вигублю спроміж земель; зітру тебе, й зрозумієш, що я — Господь.
7daarom strek Ik mijn hand tegen u uit, lever Ik u aan de heidenen over, verdelg Ik u uit de volken, vaag Ik u weg uit de landen, en zal Ik u verwoesten. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
8Так говорить Господь Бог: За те, що Моаб та Сеїр мовляли: От дом Юдин — як і инші народи!
8Dit zegt Jahweh, de Heer! Omdat Moab gezegd heeft: Het volk van Juda is net als andere volken,
9За те я — починаючи від усїх пограничних міст, від краси землї, Бет-Ешимота, Баалмеона й Киріятаїму — відкрию Моабів бік
9daarom stel Ik Moabs bergkam open, zodat de steden er verdwijnen: Aroër aan zijn grens, Bet-Hajjesjimot de parel des lands, Baäl-Meon en Kirjatáim.
10Народам зі всходу, й оддам його їм у посїданнє разом із Аммонїями, щоб не було між народами й споминки про Аммонїїв.
10Ik lever hun land uit aan de Oosterlingen als een toegift bij de Ammonieten, opdat het, met de Ammonieten, vergeten raakt onder de volken.
11А над Моабом розведу суд, і зрозуміють, що я — Господь.
11Ook in Moab ga Ik gericht houden! Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
12Так говорить Господь Бог: За те, що Едом жорстоко мстився на Юдиному домові і тим тяжко прогрішився,
12Dit zegt Jahweh, de Heer! Omdat Edom wraakzuchtig heeft gehandeld jegens het huis van Juda, zich zwaar bezondigd en zich op hen heeft gewroken,
13За те, так говорить Господь Бог: Простягну руку мою на Едом та й повигублюю в йому й людину й скотину, й зроблю з його пустку. Від Теману до Дедану поляжуть вони од меча.
13daarom zegt Jahweh, de Heer: Ik strek mijn hand tegen Edom uit, vaag er mens en dier uit weg, en maak het een puinhoop van Teman tot Dedan; door het zwaard zullen ze vallen.
14І довершу над Едомом помсту мою рукою люду мого Ізраїля, і чинити муть із Ідумеєю після гнїву мого й моєї досади, й узнають, що се помста від мене, говорить Господь Бог.
14Ik zal mijn wraak op Edom in de handen leggen van mijn volk Israël, en dat zal Edom behandelen, zoals mijn woede en mijn toorn dat eisen. Mijn wraak zullen ze ondervinden, zegt Jahweh, de Heer!
15Так говорить Господь Бог: За те що Филистії дихали помстою та зо зневагою в душі мстилися, задумуючи пагубу — по давному ворогуванню,
15Dit zegt Jahweh, de Heer! Omdat de Filistijnen wraakzuchtig hebben gehandeld, en wraak genomen hebben met leedvermaak in het hart om een eeuwenoude vijandschap bot te vieren,
16За те так говорить Господь Бог: простягну руку на Филистіїв і викореню Критян, і вигублю нащадок їх на морському березї;
16daarom zegt Jahweh, de Heer: Ik strek mijn hand tegen de Filistijnen uit, verdelg de Kretenzen, en vaag de rest van het zeestrand weg.
17І довершу над ними велику помсту досадними карами, й спізнають, що я — Господь, як наведу на них помсту мою.
17Met grimmige straffen zal Ik een geweldige wraak op hen nemen. Zo zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben, als Ik mijn wraak op hen koel!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.