Spreuken
Chapter 30
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Woorden van Agoer, den zoon van Jake, uit Massa De mens spreekt: Ik heb mij afgemat, o God; Ik heb mij afgemat, o God; ik ben op!
1雅基 的兒子 亞古珥 的言語就是真言。 這人對 以鐵 和 烏甲 說:
2Ik ben de domste van alle mensen, Ik bezit geen mensenverstand;
2我比眾人更蠢笨, 也沒有人的聰明。
3Maar God heeft mij wijsheid geleerd Nu bezit ik kennis van den Heilige!
3我沒有學好智慧, 也不認識至聖者。
4Wie steeg ten hemel op, en daalde weer neer; Wie ving de wind in zijn holle hand; Wie bond het water in zijn mantel; Wie stelde de grenzen der aarde vast? Hoe is zijn naam, hoe de naam van zijn zoon? Zeg het mij, wanneer ge het weet.
4誰升天又降下來? 誰聚風在掌握中? 誰包水在衣服裏? 誰立定地的四極? 他名叫甚麼? 他兒子名叫甚麼? 你知道嗎?
5Elk woord van God is vertrouwd; Hij is een schild, voor wie op Hem bouwen.
5上帝的言語句句都是煉淨的; 投靠他的,他便作他們的盾牌。
6Voeg aan zijn woorden niets toe, Anders berispt Hij u, en blijkt ge een leugenaar.
6他的言語,你不可加添, 恐怕他責備你,你就顯為說謊言的。
7Twee dingen wil ik van U vragen, Weiger mij die niet, eer ik sterf:
7我求你兩件事, 在我未死之先,不要不賜給我:
8Onwaarheid en leugentaal, Houd ze verre van mij! Geef mij armoede noch rijkdom, Maar schenk mij het voedsel, dat ik nodig heb,
8求你使虛假和謊言遠離我; 使我也不貧窮也不富足; 賜給我需用的飲食,
9Opdat ik U in mijn overvloed niet verloochene En zeggen durf: “Wie is Jahweh!” Of in mijn armoede niet tot stelen kom, En mij vergrijp aan de Naam van mijn God.
9恐怕我飽足不認 你 ,說: 耶和華是誰呢? 又恐怕我貧窮就偷竊, 以致褻瀆我上帝的名。
10Belaster een knecht niet bij zijn meester; Anders vloekt hij u, en boet gij ervoor.
10你不要向主人讒謗僕人, 恐怕他咒詛你,你便算為有罪。
11Wee het geslacht, dat zijn vader vloekt, En zijn moeder niet eert;
11有一宗人,咒詛父親, 不給母親祝福。
12Het geslacht, dat zich onschuldig waant, Maar niet eens is schoongewassen van zijn vuil;
12有一宗人,自以為清潔, 卻沒有洗去自己的污穢。
13Het geslacht dat uit de hoogte neerziet, En de wenkbrauwen optrekt;
13有一宗人,眼目何其高傲, 眼皮也是高舉。
14Het geslacht, met tanden als zwaarden En kiezen als messen, Om den arme van de aarde weg te vreten, En den behoeftige weg van zijn grond.
14有一宗人,牙如劍,齒如刀, 要吞滅地上的困苦人和世間的窮乏人。
15De bloedzuiger heeft twee dochters, Ze heten: Hap, hap! Drie dingen zijn niet te verzadigen; Vier dingen zeggen nimmer: genoeg!
15螞蟥有兩個女兒, 常說 :給呀,給呀! 有三樣不知足的, 連不說「夠的」共有四樣:
16De onderwereld, De onvruchtbare moederschoot, Het land, dat water te kort komt, Het vuur, dat nooit “genoeg” zegt.
16就是陰間和石胎, 浸水不足的地,並火。
17Een oog, dat met vader spot, En met de gehoorzaamheid aan moeder lacht: De raven van het dal zullen het uitpikken, De jonge arenden het opvreten.
17戲笑父親、藐視而不聽從母親的, 他的眼睛必為谷中的烏鴉啄出來,為鷹雛所吃。
18Drie dingen zijn mij te wonderlijk, Vier dingen begrijp ik niet:
18我所測不透的奇妙有三樣, 連我所不知道的共有四樣:
19De weg van een arend door de lucht, De weg van een slang over de rots, De weg van een schip midden door zee, En de weg van een man naar een meisje.
19就是鷹在空中飛的道; 蛇在磐石上爬的道; 船在海中行的道; 男與女交合的道。
20Maar dit is de weg van een overspelige vrouw: Ze eet, veegt zich de mond af, En zegt: Ik heb geen kwaad gedaan.
20淫婦的道也是這樣: 她吃了,把嘴一擦就說: 我沒有行惡。
21Onder drie dingen beeft de aarde, Onder vier dingen houdt ze het niet uit:
21使地震動的有三樣, 連地擔不起的共有四樣:
22Onder een slaaf, wanneer hij koning wordt; Onder een dwaas, als hij genoeg te eten heeft;
22就是僕人作王; 愚頑人吃飽;
23Onder een oude vrijster, die nog een man vindt; En onder een slavin, die haar meesteres verdringt
23醜惡的女子出嫁; 婢女接續主母。
24Vier dingen zijn de kleinste op aarde; Toch zijn ze wijzen te slim af!
24地上有四樣小物,卻甚聰明:
25De mieren: het is een volk zonder kracht, Maar ‘s zomers vergaart het zijn voedsel;
25螞蟻是無力之類, 卻在夏天預備糧食。
26De klipdassen: het zijn zwakke dieren, Maar ze hebben hun hol in de rots;
26沙番是軟弱之類, 卻在磐石中造房。
27De sprinkhanen: ze hebben geen koning, Maar hun zwerm trekt ordelijk uit;
27蝗蟲沒有君王, 卻分隊而出。
28Een hagedis: ze laat zich met de handen vatten, Maar ze woont in de paleizen des konings.
28守宮用爪抓 牆 , 卻住在王宮。
29Drie dingen hebben een statige tred; Vier dingen hebben een statige gang:
29步行威武的有三樣, 連行走威武的共有四樣:
30Een leeuw, de held onder de dieren, Voor niets schrikt hij terug;
30就是獅子-乃百獸中最為猛烈、無所躲避的,
31Een haan, die trots voor de kippen uitloopt; Een bok, die de geiten voorafgaat; Een koning aan het hoofd van zijn troepen.
31獵狗,公山羊,和無人能敵的君王。
32Moogt ge dwaas zijn of verstandig: Als ge u verheffen wilt, hand op de mond!
32你若行事愚頑,自高自傲, 或是懷了惡念,就當用手 摀口 。
33Want een druk op melk geeft boter, Een druk op de neus geeft bloed, Een druk op de gramschap geeft twist!
33搖牛奶必成奶油; 扭鼻子必出血。 照樣,激動怒氣必起爭端。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.