Jesaja
Chapter 14
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Want Jahweh zal zich over Jakob ontfermen, Israël weer aannemen, in zijn eigen land laten wonen. Vreemden zullen zich bij hem voegen, En zich aan het huis van Jakob hechten.
1耶和華要憐恤 雅各 ,必再揀選 以色列 ,將他們安置在本地。寄居的必與他們聯合,緊貼 雅各 家。
2Volken zullen ze komen halen, Om ze naar hun woonplaats te brengen; Het huis van Israël neemt ze in dienst Als knechten en maagden in het land van Jahweh! Dan vangen zij hun gevangenbewaarders, Verdrukken zij hun verdrukkers!
2外邦人必將他們帶回本土; 以色列 家必在耶和華的地上得外邦人為僕婢,也要擄掠先前擄掠他們的,轄制先前欺壓他們的。
3En als Jahweh u rust heeft geschonken Van uw kwelling en angsten, En van de hardheid van uw slavernij, Waarmee men u heeft geknecht:
3當耶和華使你脫離愁苦、煩惱,並人勉強你做的苦工,得享安息的日子,
4Op die dag zult ge dit spotlied zingen Op den koning van Babel, en zeggen: Hoe, is het met den tyran nu gedaan, En neemt de verdrukking een einde?
4你必題這詩歌論 巴比倫 王說: 欺壓人的何竟熄滅? 強暴的何竟止息?
5Gebroken heeft Jahweh de schepter der bozen, De staf der tyrannen:
5耶和華折斷了惡人的杖, 轄制人的圭,
6Die naties in hun woede sloegen, En rusteloos striemden; Die in hun gramschap volkeren knechtten, En onmeedogend vervolgden!
6就是在忿怒中連連攻擊眾民的, 在怒氣中轄制列國, 行逼迫無人阻止的。
7De hele aarde heeft vrede en rust, En barst in juichtonen los; Zelfs de cypressen maken zich vrolijk om u
7現在全地得安息,享平靜; 人皆發聲歡呼。
8Met de Libanon-ceders: “Sinds gij zijt gevallen, Klimt niemand meer op, om òns te vellen!”
8松樹和 黎巴嫩 的香柏樹 都因你歡樂, 說 : 自從你仆倒, 再無人上來砍伐我們。
9Het dodenrijk in de diepte is in beroering gekomen, En snelt ù tegemoet; Het heeft om u de schimmen gewekt, Alle heersers der aarde; Van hun tronen gehaald Alle vorsten der volken.
9你下到陰間, 陰間就因你震動來迎接你, 又因你驚動在世曾為首領的陰魂, 並使那曾為列國君王的, 都離位站起。
10Allen heffen ze aan, En zeggen tot u: Ook gij zijt gebroken als wij, En aan ons gelijk geworden!
10他們都要發言對你說: 你也變為軟弱像我們一樣嗎? 你也成了我們的樣子嗎?
11Uw glorie is in het graf gesmeten, Met het geruis van uw citers; De wormen spreiden uw bed, De maden worden uw dek.
11你的威勢和你琴瑟的聲音都下到陰間。 你下鋪的是蟲,上蓋的是蛆。
12Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, Gij morgenster, en zoon van de ochtend: Hoe zijt gij op de aarde gesmeten, Gij volkentemmer!
12明亮之星,早晨之子啊, 你何竟從天墜落? 你這攻敗列國的何竟被砍倒在地上?
13Gij, die in uw hart hebt gezegd: Ik klim naar de hemel; Boven de sterren van God Verhef ik mijn troon; Ik zet mij neer op de godenberg, In het hoge noorden;
13你心裏曾說: 我要升到天上; 我要高舉我的寶座在上帝眾星以上; 我要坐在聚會的山上,在北方的極處。
14Ik stijg op de toppen der wolken omhoog, Den Allerhoogste gelijk!
14我要升到高雲之上; 我要與至上者同等。
15Ha! in de onderwereld zinkt gij neer. Diep in de grond!
15然而,你必墜落陰間, 到坑中極深之處。
16De toeschouwers gapen u aan, Om u beter te zien: Is dat nu de man, die de aarde liet beven, En koninkrijken beroerde;
16凡看見你的都要定睛看你, 留意看你, 說 : 使大地戰抖, 使列國震動,
17Die de wereld tot een woestijn heeft gemaakt, Haar steden verwoestte, haar gevangenen vasthield?
17使世界如同荒野, 使城邑傾覆, 不釋放被擄的人歸家, 是這個人嗎?
18Alle vorsten der volken rusten in ere, Elk in zijn tombe:
18列國的君王 俱各在自己陰宅的榮耀中安睡。
19Maar gij wordt weggegooid, zonder graf, Als een naamloze misdracht. Het omhulsel der doden, die door het zwaard zijn gevallen, Wordt in een praalgraf gelegd:
19惟獨你被拋棄, 不得入你的墳墓, 好像可憎的枝子, 以被殺的人為衣, 就是被刀刺透, 墜落坑中石頭那裏的; 你又像被踐踏的屍首一樣。
20Gij wordt weggetrapt als een kreng, en bij hen niet begraven Want gij hebt uw eigen land verwoest, uw volk vermoord! Nooit zal iemand nog spreken Van het geslacht van dien booswicht!
20你不得與君王同葬; 因為你敗壞你的國,殺戮你的民。 惡人後裔的名,必永不提說。
21Maar men maakt voor zijn zonen een slachtbank gereed, Om de schuld van hun vader; En nooit meer rukken ze op, om de aarde te veroveren, En de wereld met puin te bedekken.
21先人既有罪孽, 就要預備殺戮他的子孫, 免得他們興起來,得了遍地, 在世上修滿城邑。
22Ik zal tegen hen opstaan, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen! Ik zal Babel verdelgen, met naam en geslacht, Met kroost en met spruit, is de godsspraak van Jahweh!
22萬軍之耶和華說: 我必興起攻擊他們, 將 巴比倫 的名號和所餘剩的人, 連子帶孫一併剪除。 這是耶和華說的。
23Ik maak het tot een reigersnest, En tot een stinkend moeras, Vaag het met de bezem der vernieling weg, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!
23我必使 巴比倫 為箭豬所得, 又變為水池; 我要用滅亡的掃帚掃淨它。 這是萬軍之耶和華說的。
24Zo heeft Jahweh der heirscharen Gezegd en gezworen: Waarachtig, zoals Ik het uitdacht, zal het geschieden, Zoals Ik beslist heb, zal het gebeuren!
24萬軍之耶和華起誓說: 我怎樣思想,必照樣成就; 我怎樣定意,必照樣成立,
25Ik zal Assjoer breken in mijn land, En op mijn bergen hem vertrappen; Zijn juk zal worden afgenomen, Zijn last hen van de schouders glijden:
25就是在我地上打折 亞述 人, 在我山上將他踐踏。 他加的軛必離開 以色列 人; 他加的重擔必離開他們的肩頭。
26Dit is het besluit voor de hele aarde, Dit is de hand, over alle volken gestrekt!
26這是向全地所定的旨意; 這是向萬國所伸出的手。
27En als Jahweh der heirscharen het heeft besloten, Wie zal het beletten; Als zijn hand is gestrekt, Wie trekt ze terug!
27萬軍之耶和華既然定意,誰能廢棄呢? 他的手已經伸出,誰能轉回呢?
28In het sterfjaar van koning Achaz werd deze godsspraak uitgesproken:
28亞哈斯 王崩的那年,就有以下的默示:
29Wees niet zo uitgelaten en blij, Filistea, Omdat de stok, die u sloeg, is gebroken; Want uit de wortel der adder schiet een ratelslang op, En haar vrucht is een vliegende draak.
29非利士 全地啊, 不要因擊打你的杖折斷就喜樂。 因為從蛇的根必生出毒蛇; 牠所生的是火焰的飛龍。
30De zwaksten vinden nog weide, De armen een veilige rustplaats, Maar uw wortel zal Ik van honger doen sterven, En wat van u overblijft, doden.
30貧寒人的長子必有所食; 窮乏人必安然躺臥。 我必以饑荒治死你的根; 你所餘剩的人必被殺戮。
31Huilt, poorten; stad, schreeuw het uit, Filistea, sidder van boven tot onder; Want een rookwolk komt uit het noorden, Geen van haar zuilen blijft achter.
31門哪,應當哀號! 城啊,應當呼喊! 非利士 全地啊,你都消化了! 因為有煙從北方出來, 他行伍中並無亂隊的。
32Wat antwoord wordt er gegeven Aan de boden van uw volk: Dat Jahweh Sion heeft gegrond, Daar vindt het benarde volk een toevlucht!
32可怎樣回答外邦的使者呢? 必說:耶和華建立了 錫安 ; 他百姓中的困苦人必投奔在其中。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.