Jesaja
Chapter 65
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Ik was bezorgd voor wie Mij niet vroegen, Liet Mij vinden door wie Mij niet zochten; Ik zeide: Hier ben Ik; hier ben Ik! Tot een volk, dat mijn Naam niet eens aanriep.
1素來沒有訪問 我的 ,現在求問我; 沒有尋找我的,我叫他們遇見; 沒有稱為我名下的,我對他們說: 我在這裏!我在這裏!
2Heel de dag hield Ik mijn handen gestrekt Naar een onhandelbaar volk, Dat verkeerde wegen bewandelt, Zijn eigen nukken volgt;
2我整天伸手招呼那悖逆的百姓; 他們隨自己的意念行不善之道。
3Naar een volk, dat Mij tergt Aldoor voor mijn aanschijn. Dat offers opdraagt in tuinen, En wierook offert op stenen;
3這百姓時常當面惹我發怒; 在園中獻祭, 在壇上燒香;
4Dat in grafmonumenten blijft hokken, In geheime spelonken overnachten; Dat zwijnevlees eet, Wiens schotels vol zijn van onreine brokken;
4在墳墓間坐着, 在隱密處住宿, 吃豬肉; 他們器皿中有可憎之物做的湯;
5Dat zegt: Blijf waar gij zijt, En raak me niet aan, anders maak ik u heilig! Ja, zij zijn de rook in mijn neus, Het vuur, dat de hele dag brandt!
5且對人說:你站開吧! 不要挨近我,因為我比你聖潔。 主說 :這些人是我鼻中的煙, 是整天燒着的火。
6Zie, het staat voor mijn aanschijn geschreven: Ik zal niet rusten, Eer Ik wraak heb genomen, En in hun schoot heb betaald
6看哪,這都寫在我面前。 我必不靜默,必施行報應, 必將你們的罪孽和你們列祖的罪孽, 就是在山上燒香, 在岡上褻瀆我的罪孽, 一同報應在他們後人懷中, 我先要把他們所行的量給他們; 這是耶和華說的。
7Hun misdaden en die van hun vaders, Allen tezamen, spreekt Jahweh! Die wierook branden op de bergen, En Mij op de heuvelen honen, Hun meet Ik het loon van vroeger toe, En betaal het hun uit in hun schoot:
no verse 7 in this text
8Zo spreekt Jahweh! Zoals men nog most in een druiventros vindt, En zegt: Werp hem niet weg, want er zit nog zegen in: Zo zal Ik handelen terwille van mijn dienaars, En niet alles vernielen;
8耶和華如此說:葡萄中尋得新酒, 人就說:不要毀壞, 因為福在其中。 我因我僕人的緣故也必照樣而行, 不將他們全然毀滅。
9Maar uit Jakob zal Ik een zaad doen ontspruiten, En uit Juda een erfgenaam van mijn bergen. Mijn uitverkorenen zullen ze erven, En mijn dienaars daar wonen;
9我必從 雅各 中領出後裔, 從 猶大 中領出承受我眾山的。 我的選民必承受; 我的僕人要在那裏居住。
10En Sjaron zal een weide zijn voor de kudde, Het Akor-dal een kamp voor het vee van het volk, dat Mij zoekt!
10沙崙 平原 必成為羊群的圈; 亞割谷 必成為牛群躺臥之處, 都為尋求我的民所得。
11Maar gij, die Jahweh verzaakt, En mijn heilige Berg hebt vergeten; Die een tafel aanricht voor Gad. En de beker voor Meni vult:
11但你們這些離棄耶和華、 忘記我的聖山、給時運擺筵席、 給天命盛滿調和酒的,
12Voor u bestem Ik het zwaard, En afgeslacht wordt gij allen, Omdat gij geen antwoord gaaft, toen Ik riep, Niet hebt geluisterd, toen Ik sprak; Maar kwaad hebt gedaan in mijn ogen, Gezocht hebt, wat Mij niet behaagt.
12我要命定你們歸在刀下, 都必屈身被殺; 因為我呼喚,你們沒有答應; 我說話,你們沒有聽從; 反倒行我眼中看為惡的, 揀選我所不喜悅的。
13Waarachtig, zo spreekt Jahweh, de Heer: Zie, mijn dienaars zullen eten, Maar gij zult honger moeten lijden; Zie, mijn dienaars zullen drinken, Maar gij zult versmachten van dorst; Zie, mijn dienaars zullen zich verheugen, Maar gij beschaamd komen staan;
13所以,主耶和華如此說: 我的僕人必得吃,你們卻飢餓; 我的僕人必得喝,你們卻乾渴; 我的僕人必歡喜,你們卻蒙羞。
14Zie, mijn dienaars zullen naar hartelust juichen, Maar gij zult van harteleed schreien, En jammeren van wanhoop!
14我的僕人因心中高興歡呼, 你們卻因心中憂愁哀哭, 又因心裏憂傷哀號。
15Gij zult u een naam achterlaten, Die door mijn uitverkorenen zal worden vervloekt; Jahweh, de Heer, zal u doden, Maar een nieuwe naam aan zijn dienaren schenken.
15你們必留下自己的名, 為我選民指着賭咒。 主耶和華必殺你們, 另起別名稱呼他的僕人。
16Dan zal al wie zich zegen toewenst op aarde, Zich zegenen bij den waarachtigen God; En wie een eed zweert op aarde, Zal zweren bij den waarachtigen God! Dan worden de vroegere noden vergeten, En voor mijn ogen verborgen!
16這樣,在地上為自己求福的, 必憑真實的上帝求福; 在地上起誓的, 必指真實的上帝起誓。 因為,從前的患難已經忘記, 也從我眼前隱藏了。
17Want zie, Ik zal een nieuwe hemel En een nieuwe aarde scheppen! Aan de vroegere denkt men niet terug, Ze komen niet weer in de gedachten op;
17看哪!我造新天新地; 從前的事不再被記念,也不再追想。
18Maar men zal zich verheugen en eeuwig verblijden Over wat Ik zal scheppen. Zie, Jerusalem schep Ik om in gejubel, In vreugde zijn volk;
18你們當因我所造的永遠歡喜快樂; 因我造 耶路撒冷 為人所喜, 造其中的居民為人所樂。
19En Ik zal over Jerusalem juichen, In mijn volk Mij verblijden! Men zal er niet langer meer horen Het geklaag van geween of geschrei.
19我必因 耶路撒冷 歡喜, 因我的百姓快樂; 其中必不再聽見哭泣的聲音和哀號的聲音。
20Vandaar zal niet heengaan De zuigeling van enkele dagen; De grijsaard niet heengaan, Die zijn dagen niet vol heeft gemaakt. Want men sterft er als knaap, Al wordt men honderd jaar oud; En die de honderd jaar niet bereikt, Zal als een vervloekte worden beschouwd!
20其中必沒有數日 夭亡 的嬰孩, 也沒有壽數不滿的老者; 因為百歲死的仍算孩童, 有百歲 死 的罪人算被咒詛。
21Ze zullen huizen bouwen, en er in wonen, Wijngaarden planten, en de vrucht er van eten;
21他們要建造房屋,自己居住; 栽種葡萄園,吃其中的果子。
22Neen, zij zullen niet bouwen, en anderen er in wonen, Niet planten, en anderen er van eten. Want even lang als van bomen Zal de levensduur zijn van mijn volk; En wat hun handen hebben gemaakt, Zullen mijn uitverkorenen zelf verbruiken;
22他們建造的,別人不得住; 他們栽種的,別人不得吃; 因為我民的日子必像樹木的日子; 我選民親手勞碌得來的必長久享用。
23Ze zullen zich niet vermoeien voor niets, Geen kinderen baren voor een vroegtijdige dood. Want ze zijn een geslacht door Jahweh gezegend, Hun nakomelingschap eveneens.
23他們必不徒然勞碌, 所生產的,也不遭災害, 因為都是蒙耶和華賜福的後裔; 他們的子孫也是如此。
24Eer ze nog roepen, geef Ik hun antwoord, Terwijl ze nog spreken, verhoor Ik hen reeds.
24他們尚未求告,我就應允; 正說話的時候,我就垂聽。
25Dan zullen wolf en lam eendrachtig grazen, De leeuw vreet hooi als het rund, De slang zal zich voeden met stof: Ze zullen geen kwaad of onheil stichten Op heel mijn heilige berg, Spreekt Jahweh!
25豺狼必與羊羔同食; 獅子必吃草與牛一樣; 塵土必作蛇的食物。 在我聖山的遍處, 這一切都不傷人,不害物。 這是耶和華說的。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.