Jesaja
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Ik wil zingen van mijn Geliefde: Het lied van mijn Vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling;
1我要為我所親愛的唱歌, 是我所愛者的歌,論他葡萄園的事: 我所親愛的有葡萄園在肥美的山岡上。
2Hij spitte hem om, en raapte er de stenen uit weg. Hij beplantte hem met edelwingerd, Bouwde er een wachttoren in, en kapte perskuipen uit. Nu verwachtte hij, dat hij druiven zou dragen: Maar hij bracht enkel bocht!
2他刨挖園子,撿去石頭, 栽種上等的葡萄樹, 在園中蓋了一座樓, 又鑿出壓酒池; 指望結 好 葡萄, 反倒結了野葡萄。
3Burgers van Jerusalem en mannen van Juda: Richt nu tussen mij en mijn wijngaard!
3耶路撒冷 的居民和 猶大 人哪, 請你們現今在我與我的葡萄園中,斷定是非。
4Wat was er meer voor mijn wijngaard te doen, Wat ik misschien heb verzuimd? Waarom bracht hij dan enkel bocht, Toen ik verwachtte, dat hij druiven zou dragen?
4我為我葡萄園所做之外, 還有甚麼可做的呢? 我指望結 好 葡萄, 怎麼倒結了野葡萄呢?
5Ik zal u zeggen, wat ik met mijn wijngaard zal doen! Ik neem weg zijn omheining: hij wordt kaal gevreten; Ik verniel zijn muur: hij wordt vertrapt;
5現在我告訴你們, 我要向我葡萄園怎樣行: 我必撤去籬笆,使它被吞滅, 拆毀牆垣,使它被踐踏。
6Ik zal hem tot wildernis maken, besnoeid noch gespit; Distels en doornen schieten er op, De wolken verbied ik, hem te besproeien.
6我必使它荒廢,不再修理, 不再鋤刨,荊棘蒺藜倒要生長。 我也必命雲不降雨在其上。
7Welnu, de wijngaard van Jahweh der heirscharen Is Israëls huis; De mannen van Juda Zijn bevoorrechte planten. Hij hoopte op recht: en zie, het was onrecht; Betrachten van recht: het was verkrachten van recht.
7萬軍之耶和華的葡萄園就是 以色列 家; 他所喜愛的樹就是 猶大 人。 他指望的是公平, 誰知倒有暴虐; 指望的是公義, 誰知倒有冤聲。
8Wee, die het ene huis neemt na het ander, Die akker koppelt aan akker; Totdat geen plaats meer overblijft, En gij alleen in het land bezit hebt.
8禍哉!那些以房接房, 以地連地, 以致不留餘地的, 只顧自己獨居境內。
9Zo klinkt in mijn oren de eed Van Jahweh der heirscharen! Die talloze huizen worden verwoest, De grootste en schoonste zijn zonder bewoners.
9我耳聞萬軍之耶和華 說 : 必有許多又大又美的房屋 成為荒涼,無人居住。
10Ja, tien morgen wijnland geeft niet meer dan één kruik, Een hele zak zaad niet meer dan één maat.
10三十畝葡萄園只出一罷特 酒 ; 一賀梅珥穀種只結一伊法 糧食 。
11Wee, die zich al vroeg in de morgen bedrinken, En tot laat in de avond zich verhitten door wijn;
11禍哉!那些清早起來追求濃酒, 留連到夜深,甚至因酒發燒的人。
12Die bij citer en harp, bij pauke en fluit Wijn blijven slempen; Maar die op Jahweh’s daden niet letten, Het werk zijner handen niet zien.
12他們在筵席上 彈琴,鼓瑟,擊鼓,吹笛,飲酒, 卻不顧念耶和華的作為, 也不留心他手所做的。
13Daarom zal mijn volk in ballingschap gaan, Eer zij er aan denken; Zal zijn adel sterven van honger, Zijn scharen versmachten van dorst;
13所以,我的百姓因無知就被擄去; 他們的尊貴人甚是飢餓, 群眾極其乾渴。
14Daarom is het dodenrijk dubbel gulzig geworden, En spert het wagenwijd zijn kaken op. Zo gaat de glorie van Sion ten onder, Zijn joelen, zijn juichen, zijn jubel;
14故此,陰間擴張其欲, 開了無限量的口; 他們的榮耀、群眾、繁華, 並快樂的人都落 在其中 。
15Zo worden die mensen onteerd, die mannen vernederd, Moeten die trotse blikken omlaag.
15卑賤人被壓服; 尊貴人降為卑; 眼目高傲的人也降為卑。
16Zo toont Jahweh der heirscharen door het oordeel zijn grootheid, De heilige God zijn heiligheid door het gericht!
16惟有萬軍之耶和華因公平而崇高; 聖者上帝因公義顯為聖。
17Lammeren zullen er weiden, als was het hun veld, Geiten vreten zich vet tussen hun puinen.
17那時,羊羔必來吃草,如同在自己的草場; 豐肥人的荒場被遊行的人吃盡。
18Wee, die met ossentouwen de straf tot zich trekken, En met wagenkoorden het loon voor hun zonde;
18禍哉!那些以虛假之細繩牽罪孽的人! 他們又像以套繩拉罪惡,
19Die zeggen: Laat Hij zich haasten, Zijn werk bespoedigen, dat we ‘t nog zien; Laat het raadsbesluit van Israëls Heilige maar komen, En zich voltrekken, dan weten we ‘t meteen.
19說:任他急速行,趕快成就他的作為, 使我們看看; 任 以色列 聖者所謀劃的臨近成就, 使我們知道。
20Wee, die wat kwaad is, goed durven noemen, En het goede kwaad; Die duisternis maken tot licht, En licht weer tot duister; Die wat bitter is, laten doorgaan voor zoet, En het zoete voor bitter.
20禍哉!那些稱惡為善,稱善為惡, 以暗為光,以光為暗, 以苦為甜,以甜為苦的人。
21Wee, die wijs zijn in eigen ogen, En naar eigen mening verstandig!
21禍哉!那些自以為有智慧, 自看為通達的人。
22Wee, die helden zijn in het drinken van wijn, En flink in het mengen van dranken!
22禍哉!那些勇於飲酒, 以能力調濃酒的人。
23Wee, die om fooi den schuldige in het gelijk durven stellen, En onschuldigen hun recht onthouden!
23他們因受賄賂,就稱惡人為義, 將義人的義奪去。
24Daarom worden ze verteerd als kaf door het vuur, En vergaan ze als stro in de vlammen; Hun wortel vermolmt, Hun bloesem verstuift als het stof. Want ze hebben de wet van Jahweh der heirscharen veracht, Het woord van Israëls Heilige versmaad!
24火苗怎樣吞滅碎稭, 乾草怎樣落在火焰之中, 照樣,他們的根必像朽 物 , 他們的花必像灰塵飛騰; 因為他們厭棄萬軍之耶和華的訓誨, 藐視 以色列 聖者的言語。
25Daarom is Jahweh tegen zijn volk in woede ontstoken, En strekt Hij zijn hand tegen hen uit; Hij slaat ze, dat de bergen er van rillen, En hun lijken als vuil op de straten liggen! Toch legt zijn toorn zich niet neer, Maar zijn hand blijft gestrekt.
25所以,耶和華的怒氣向他的百姓發作。 他的手伸出攻擊他們,山嶺就震動; 他們的屍首在街市上好像糞土。 雖然如此,他的怒氣還未轉消; 他的手仍伸不縮。
26Hij steekt de krijgsbanier voor een volk, ver weg, Hij fluit het van de grenzen der aarde bijeen. Zie, daar komt het, haastig en vlug,
26他必豎立大旗,招遠方的國民, 發嘶聲叫他們從地極而來; 看哪,他們必急速奔來。
27Geen, die vermoeid is of struikelt, die sluimert of slaapt; Geen gordel raakt los van zijn lenden, Geen schoenriem gaat stuk.
27其中沒有疲倦的,絆跌的; 沒有打盹的,睡覺的; 腰帶並不放鬆, 鞋帶也不折斷。
28Zijn pijlen zijn scherp, Al zijn bogen gespannen; De hoeven van zijn paarden als keien, Zijn raderen als een wervelwind.
28他們的箭快利, 弓也上了弦。 馬蹄算如堅石, 車輪好像旋風。
29Het brult als een leeuw, gromt en bromt als leeuwenwelpen, Het grijpt zijn prooi, sleept ze weg, reddeloos verloren.
29他們要吼叫,像母獅子, 咆哮,像少壯獅子; 他們要咆哮抓食, 坦然叼去,無人救回。
30Op die dag breekt een geloei over hen los, Al het razen der zee. Radeloos blikt men over het land: Overal duisternis en schrik; Het licht is verdonkerd Door asgrauwe dampen!
30那日,他們要向 以色列 人吼叫, 像海浪匉訇; 人若望地,只見黑暗艱難, 光明在雲中變為昏暗。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.