Jesaja 45
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Zo spreekt Jahweh tot zijn gezalfde, Tot Cyrus, die Hij bij de rechterhand heeft gevat: Om volken voor hem neer te werpen, En vorsten de gordel van de lenden te trekken; Om deuren voor hem los te rukken, Geen poorten blijven gesloten.
1我-耶和華所膏的 塞魯士 ; 我攙扶他的右手, 使列國降伏在他面前。 我也要放鬆列王的腰帶, 使城門在他面前敞開, 不得關閉。 我對他如此說:
2Ik zelf ga voor u uit, En zal de hoogten voor u slechten; Bronzen poorten trap Ik in, Ijzeren grendels sla Ik stuk;
2我必在你前面行, 修平崎嶇之地。 我必打破銅門, 砍斷鐵閂。
3Verborgen schatten zal Ik u geven, En goed verstopte fortuinen. Opdat ge moogt weten, dat Ik, Jahweh, het ben, Ik, Israëls God, die u riep bij uw naam!
3我要將暗中的寶物和隱密的財寶賜給你, 使你知道提名召你的, 就是我-耶和華、 以色列 的上帝。
4Terwille van Jakob, mijn dienaar, Van Israël, mijn uitverkorene, Heb Ik u bij uw naam geroepen, U een titel geschonken, zonder dat ge Mij kent.
4因我僕人 雅各 , 我所揀選 以色列 的緣故, 我就提名召你; 你雖不認識我, 我也加給你名號。
5Ik ben Jahweh, er is geen ander; Buiten Mij bestaat er geen god. Ik heb u omgord, zonder dat ge Mij kent:
5我是耶和華,在我以外並沒有別神; 除了我以外再沒有上帝。 你雖不認識我, 我必給你束腰。
6Opdat men zou weten Van het oosten tot het westen, Dat er geen ander bestaat buiten Mij! Ik ben Jahweh, er is geen ander!
6從日出之地到日落之處 使人都知道除了我以外,沒有別神。 我是耶和華; 在我以外並沒有別神。
7Ik vormde het licht, En heb het duister geschapen; Het heil verwekt, En het onheil gesticht: Ik, Jahweh, heb dit alles gedaan!
7我造光,又造暗; 我施平安,又降災禍; 造作這一切的是我-耶和華。
8Hemelen, dauwt uit de hoge, Wolken, laat de gerechtigheid stromen; Aarde open uw schoot, Om vrucht van verlossing te dragen, En gerechtigheid te laten ontspruiten: Ik, Jahweh, heb het gewrocht!
8諸天哪,自上而滴, 穹蒼降下公義; 地面開裂,產出救恩, 使公義一同發生; 這都是我-耶和華所造的。
9Wee, die met hun Schepper twisten: De scherven met den pottenbakker! Zegt het leem soms tot hem, die het kneedt: Wat maakt ge? Uw handen staan er niet naar.
9禍哉,那與造他的主爭論的! 他不過是地上瓦片中的一塊瓦片。 泥土豈可對摶弄它的說:你做甚麼呢? 所做的物豈可說:你沒有手呢?
10Wee, die tot zijn vader durft zeggen: waarom verwekt ge; Of tot een vrouw: waarom hebt ge barensweeën?
10禍哉,那對父親說: 你生的是甚麼呢? 或對母親說: 你產的是甚麼呢?
11Zo spreekt Jahweh, Israëls Heilige en Schepper: Durft ge Mij rekenschap vragen van wat gaat gebeuren, Mij bevelen geven over het werk mijner handen?
11耶和華- 以色列 的聖者, 就是造就 以色列 的如此說: 將來的事,你們可以問我; 至於我的眾子,並我手的工作, 你們可以求我命定。
12Ik heb de aarde gemaakt, en den mens er geschapen, Met eigen hand de hemel gespannen, heel zijn heir er besteld!
12我造地,又造人在地上。 我親手鋪張諸天; 天上萬象也是我所命定的。
13Ik zelf heb hem in mijn goedheid verwekt, En al zijn paden geëffend; Hij is het, die mijn stad zal herbouwen, En mijn ballingen zal laten gaan Zonder losprijs, zonder geschenken: Spreekt Jahweh der heirscharen!
13我憑公義興起 塞魯士 , 又要修直他一切道路。 他必建造我的城, 釋放我被擄的民; 不是為工價,也不是為賞賜。 這是萬軍之耶和華說的。
14Zo spreekt Jahweh: Egypte’s slaven en de kooplui van Koesj Met de mannen van Seba, hoog van gestalte, Zullen overgaan in ùw hand, U toebehoren, en achter u aangaan, En in ketens u dienen. Ze zullen voor u ter aarde vallen, En tot u smeken: Alleen bij u is een God, Nergens zijn er andere goden;
14耶和華如此說: 埃及 勞碌得來的和 古實 的貨物必歸你; 身量高大的 西巴 人必投降你,也要屬你。 他們必帶着鎖鍊過來隨從你, 又向你下拜,祈求你 說 : 上帝真在你們中間,此外再沒有別神; 再沒有別的上帝。
15Alleen bij u is een God, die beschermt, De God van Israël is een Verlosser!
15救主- 以色列 的上帝啊, 你實在是自隱的上帝。
16Ze worden allen beschaamd en met schande bedekt, Verlegen druipen ze af, die makers van beelden.
16凡製造偶像的都必抱愧蒙羞, 都要一同歸於慚愧。
17Israël, gij wordt door Jahweh verlost Met een redding voor eeuwig; Gij zult niet worden beschaamd en te schande gemaakt, In alle eeuwigheid niet!
17惟有 以色列 必蒙耶和華的拯救, 得永遠的救恩。 你們必不蒙羞,也不抱愧, 直到永世無盡。
18Want zo spreekt Jahweh, Die de hemelen schiep, De God, die de aarde boetseerde, Haar maakte en grondde; Die haar niet schiep als een baaierd, Maar vormde, om te worden bewoond.
18創造諸天的耶和華, 製造成全大地的上帝, 他創造堅定大地, 並非使地荒涼, 是要給人居住。 他如此說: 我是耶和華,再沒有別神。
19Ik ben Jahweh; geen ander! Ik heb niet in het verborgen gesproken, Of in een duistere hoek van de aarde; Tot Jakobs kroost niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs! Neen, Ik ben Jahweh, die rechtuit spreekt, En die de waarheid voorspelt.
19我沒有在隱密黑暗之地說話; 我沒有對 雅各 的後裔說: 你們尋求我是徒然的。 我-耶和華所講的是公義, 所說的是正直。
20Verzamelt u, komt, treedt allen bijeen Die van de volken zijn overgebleven; Die in onverstand houten afgoden draagt, En bidt tot een god, die niet redt.
20你們從列國逃脫的人, 要一同聚集前來。 那些抬着雕刻木偶、 禱告不能救人之神的, 毫無知識。
21Spreekt op, brengt uw bewijzen naar voren, En beraadt u onder elkander. Wie heeft dit van oudsher verkondigd, En het lang te voren voorspeld? Ben Ik het niet, Jahweh, Buiten wien geen andere god bestaat? Neen, een rechtvaardige en reddende God Is er buiten Mij niet!
21你們要述說陳明 你們的理 , 讓他們彼此商議。 誰從古時指明? 誰從上古述說? 不是我-耶和華嗎? 除了我以外,再沒有上帝; 我是公義的上帝,又是救主; 除了我以外,再沒有別神。
22Wendt u tot Mij, dan wordt gij gered, alle grenzen der aarde; Want Ik ben God, er is geen ander!
22地極 的人 都當仰望我, 就必得救; 因為我是上帝,再沒有別神。
23Ik zweer bij Mijzelf, uit mijn mond komt de waarheid, Het woord, dat nooit wordt herroepen. Voor Mij moet iedere knie zich buigen, Iedere tong bij Mij zweren.
23我指着自己起誓, 我口所出的話是憑公義,並不反回: 萬膝必向我跪拜; 萬口必憑我起誓。
24Van Mij zal men zeggen: Bij Jahweh alleen is zege en kracht! Tot Hem komen terug, met schaamte bedekt, Allen, die Hem weerstonden;
24人論我說, 公義、能力,惟獨在乎耶和華; 人都必歸向他。 凡向他發怒的必至蒙羞。
25Maar in Jahweh zal verwinnen en juichen Heel Israëls geslacht!
25以色列 的後裔都必因耶和華得稱為義, 並要誇耀。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.