ΙΩΒ 26
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)Original language
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ὑπολαβὼν δὲ Ἰὼβ, λέγει,
1Job antwoordde, en sprak
2Τίνι πρόσκεισαι, ἢ τίνι μέλλεις βοηθεῖν; πότερον οὐχ ᾧ πολλὴ ἰσχὺς, καὶ ᾧ βραχίων κραταιός ἐστι;
2Hoe goed weet ge den zwakke te helpen, De krachteloze arm te stutten?
3Τίνι συμβεβούλευσαι; οὐχ ᾧ πᾶσα σοφία; τίνι ἐπακολουθήσεις; οὐχ ᾧ μεγίστη δύναμις;
3Hoe weet ge den onwetende raad te geven, En wat wijze lessen spreidt ge ten toon?
4Τίνι ἀνήγγειλας ῥήματα; πνοὴ δὲ τίνος ἐστὶν ἡ ἐξελθοῦσα ἐκ σοῦ;
4Met wiens hulp hebt ge uw woord gesproken Wiens geest is van u uitgegaan?
5Μὴ γίγαντες μαιωθήσονται ὑποκάτωθεν ὕδατος καὶ τῶν γειτόνων αὐτοῦ;
5De schimmen beven onder de aarde De wateren sidderen met die erin wonen;
6Γυμνὸς ὁ ᾅδης ἐνώπιον αὐτοῦ, καὶ οὐκ ἔστι περιβόλαιον τῇ ἀπωλείᾳ.
6Het dodenrijk ligt naakt voor zijn oog, De onderwereld zonder bedekking.
7Ἐκτείνων βορέαν ἐπʼ οὐδὲν, κρεμάζων γῆν ἐπὶ οὐδενός.
7Hij spant het Noorden over de baaierd, Hangt de aarde boven het niet;
8Δεσμεύων ὕδωρ ἐν νεφέλαις αὐτοῦ, καὶ οὐκ ἐῤῥάγη νέφος ὑποκάτω αὐτοῦ·
8Hij knevelt de wateren in zijn zwerk, De wolken bersten niet onder haar last;
9Ὁ κρατῶν πρόσωπον θρόνου, ἐκπετάζων ἐπʼ αὐτὸν νέφος αὐτοῦ.
9Hij bedekt het gelaat der volle maan, En spreidt er zijn nevel over uit.
10Πρόσταγμα ἐγύρωσεν ἐπὶ πρόσωπον ὕδατος, μέχρι συντελείας φωτὸς μετὰ σκότους.
10Hij trekt een kring langs de waterspiegel, Waar het licht aan de duisternis grenst;
11Στύλοι οὐρανοῦ ἐπετάσθησαν, καὶ ἐξέστησαν ἀπὸ τῆς ἐπιτιμήσεως αὐτοῦ.
11De zuilen van de hemel staan te waggelen, Rillen van angst voor zijn donderende stem.
12Ἰσχύϊ κατέπαυσε τὴν θάλασσαν, ἐπιστήμῃ δὲ ἔστρωται τὸ κῆτος.
12Hij zwiept de zee door zijn kracht, Ranselt Ráhab door zijn beleid;
13Κλεῖθρα δὲ οὐρανοῦ δεδοίκασιν αὐτόν· προστάγματι δὲ ἐθανάτωσε δράκοντα ἀποστάτην.
13Zijn adem blaast de hemel schoon, Zijn hand doorboort de vluchtende Slang!
14Ἰδοῦ ταῦτα μέρη ὁδοῦ αὐτοῦ, καὶ ἐπὶ ἰκμάδα λόγου ἀκουσόμεθα ἐν αὐτῷ· σθενὸς δὲ βροντῆς αὐτοῦ, τίς οἶδεν ὁπότε ποιήσει;
14Is dit nog enkel de zoom van zijn wegen Hoe weinig verstaan wij ervan, En wie begrijpt dan de kracht van zijn donder?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.