Genesis
Chapter 5
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Genesis 5

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Hic est liber generationis Adam. In die qua creavit Deus hominem, ad similitudinem Dei fecit illum.
1Dit is de geslachtslijst van Adam. Toen God den mens schiep, maakte Hij hem op God gelijkend;
2Masculum et feminam creavit eos, et benedixit illis: et vocavit nomen eorum Adam, in die quo creati sunt.
2man en vrouw schiep Hij hen. En op de dag van hun schepping zegende Hij hen, en noemde hen mens.
3Vixit autem Adam centum triginta annis: et genuit ad imaginem et similitudinem suam, vocavitque nomen ejus Seth.
3Adam was honderd dertig jaar oud, toen hij als zijn beeld, op zich gelijkend, een zoon verwekte, wien hij de naam Set gaf.
4Et facti sunt dies Adam, postquam genuit Seth, octingenti anni: genuitque filios et filias.
4En Adam leefde, nadat hij Set verwekt had, nog achthonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
5Et factum est omne tempus quod vixit Adam, anni nongenti triginta, et mortuus est.
5Heel de levensduur van Adam was negenhonderd dertig jaar. En hij stierf.
6Vixit quoque Seth centum quinque annis, et genuit Enos.
6Set was honderd vijf jaar oud, toen hij Enos verwekte.
7Vixitque Seth, postquam genuit Enos, octingentis septem annis, genuitque filios et filias.
7En Set leefde, nadat hij Enos verwekt had, nog achthonderd zeven jaar, en verwekte zonen en dochters.
8Et facti sunt omnes dies Seth nongentorum duodecim annorum, et mortuus est.
8Heel de levensduur van Set was negenhonderd twaalf jaar. En hij stierf.
9Vixit vero Enos nonaginta annis, et genuit Cainan.
9Enos was negentig jaar oud, toen hij Kaïnan verwekte.
10Post cujus ortum vixit octingentis quindecim annis, et genuit filios et filias.
10En Enos leefde, nadat hij Kaïnan verwekt had, nog achthonderd vijftien jaar, en verwekte zonen en dochters.
11Factique sunt omnes dies Enos nongenti quinque anni, et mortuus est.
11Heel de levensduur van Enos was negenhonderd vijf jaar. En hij stierf.
12Vixit quoque Cainan septuaginta annis, et genuit Malaleel.
12Kaïnan was zeventig jaar oud, toen hij Malaleël verwekte.
13Et vixit Cainan, postquam genuit Malaleel, octingentis quadraginta annis, genuitque filios et filias.
13En Kaïnan leefde, nadat hij Malaleël verwekt had, nog achthonderd veertig jaar, en verwekte zonen en dochters.
14Et facti sunt omnes dies Cainan nongenti decem anni, et mortuus est.
14Heel de levensduur van Kaïnan was negenhonderd tien jaar. En hij stierf.
15Vixit autem Malaleel sexaginta quinque annis, et genuit Jared.
15Malaleël was vijf en zestig jaar oud, toen hij Járed verwekte.
16Et vixit Malaleel, postquam genuit Jared, octingentis triginta annis, et genuit filios et filias.
16En Malaleël leefde, nadat hij Járed verwekt had, nog achthonderd dertig jaar, en verwekte zonen en dochters.
17Et facti sunt omnes dies Malaleel octingenti nonaginta quinque anni, et mortuus est.
17Heel de levensduur van Malaleël was achthonderd vijf en negentig jaar. En hij stierf.
18Vixitque Jared centum sexaginta duobus annis, et genuit Henoch.
18Járed was honderd twee en zestig jaar oud, toen hij Henok verwekte.
19Et vixit Jared, postquam genuit Henoch, octingentis annis, et genuit filios et filias.
19En Járed leefde, nadat hij Henok verwekt had, nog achthonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
20Et facti sunt omnes dies Jared nongenti sexaginta duo anni, et mortuus est.
20Heel de levensduur van Járed was negenhonderd twee en zestig jaar. En hij stierf.
21Porro Henoch vixit sexaginta quinque annis, et genuit Mathusalam.
21Henok was vijf en zestig jaar oud, toen hij Matoesala verwekte.
22Et ambulavit Henoch cum Deo: et vixit, postquam genuit Mathusalam, trecentis annis, et genuit filios et filias.
22Henok leefde vertrouwelijk met God. En hij leefde, nadat hij Matoesala verwekt had, nog driehonderd jaar, en verwekte zonen en dochters.
23Et facti sunt omnes dies Henoch trecenti sexaginta quinque anni.
23Heel de levensduur van Henok was driehonderd vijf en zestig jaar.
24Ambulavitque cum Deo, et non apparuit: quia tulit eum Deus.
24En omdat Henok vertrouwelijk met God had geleefd, nam God hem weg, en men vond hem niet meer.
25Vixit quoque Mathusala centum octoginta septem annis, et genuit Lamech.
25Matoesala was honderd zeven en tachtig jaar oud, toen hij Lámek verwekte.
26Et vixit Mathusala, postquam genuit Lamech, septingentis octoginta duobus annis, et genuit filios et filias.
26En Matoesala leefde, nadat hij Lámek verwekt had, nog zevenhonderd twee en tachtig jaar, en verwekte zonen en dochters.
27Et facti sunt omnes dies Mathusala nongenti sexaginta novem anni, et mortuus est.
27Heel de levensduur van Matoesala was negenhonderd negen en zestig jaar. En hij stierf.
28Vixit autem Lamech centum octoginta duobus annis, et genuit filium:
28Lámek was honderd twee en tachtig jaar oud, toen hij een zoon verwekte.
29vocavitque nomen ejus Noë, dicens: Iste consolabitur nos ab operibus et laboribus manuum nostrarum in terra, cui maledixit Dominus.
29Hij noemde hem Noë, want hij sprak: Deze zal ons uit de bodem, die Jahweh vervloekt heeft, verkwikking verschaffen bij ons werken en zwoegen.
30Vixitque Lamech, postquam genuit Noë, quingentis nonaginta quinque annis, et genuit filios et filias.
30En Lámek leefde, nadat hij Noë verwekt had, nog vijfhonderd vijf en negentig jaar, en verwekte zonen en dochters.
31Et facti sunt omnes dies Lamech septingenti septuaginta septem anni, et mortuus est. Noë vero cum quingentorum esset annorum, genuit Sem, Cham et Japheth.
31Heel de levensduur van Lámek was zevenhonderd zeven en zeventig jaar. En hij stierf.
no verse 32 in this text
32Noë was vijfhonderd jaar oud, toen hij Sem, Cham en Jáfet verwekte.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.