Sie Chronicle
Chapter 24
Bible Mutal (Kosraean)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Sie Chronicle 24

Bible Mutal (Kosraean)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Pa inge u ma tuku ke fita lal Aaron. Oasr wen akosr natul Aaron: elos pa Nadab, Abihu, Eleazar ac Ithamar.
1Ook de zonen van Aäron werden in groepen ingedeeld. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihoe, Elazar en Itamar.
2Nadab ac Abihu eltal misa meet liki papa tumaltal, ac wangin tulik natultal, na pa Eleazar ac Ithamar eltal mwet tol.
2Nadab en Abihoe stierven eerder dan hun vader, en lieten geen kinderen na, zodat alleen Elazar en Itamar als priesters dienst deden.
3Tokosra David el oakiya wen natul Aaron nu ke kais sie u, fal nu ke orekma kunalos. Mwet luo ma kasrel ke oakwuk se inge pa Zadok in fwil natul Eleazar, ac Ahimelech in fwil natul Ithamar.
3Ze werden volgens hun ambtsbezigheden in groepen ingedeeld door David, en door Sadok, die van Elazar stamde, en door Achimélek, die van Itamar stamde.
4Mwet in fwil natul Eleazar elos oakwuki nu ke u singoul onkosr, ac mwet in fwil natul Ithamar elos oakwuki nu ke u oalkosr. Orek ouinge ke sripen pus mukul su sifen sou in fwil natul Eleazar.
4Het bleek, dat het aantal familiehoofden, die van Elazar afstamden, groter was dan dat van de afstammelingen van Itamar. Daarom werden ze in deze verhouding ingedeeld, dat er op zestien familiehoofden, die van Elazar afstamden, acht van Itamar stonden.
5In fwil natul Eleazar ac fwil natul Ithamar kewa, oasr mwet pwapa nu ke orekma lun Tempul oayapa mwet kol ke moul in ngun, na pa elos eis kunalos ke susfa.
5De indeling zelf geschiedde door het lot, beurt om beurt; want er waren zowel onder de afstammelingen van Elazar als onder die van Itamar heilige en door God begenadigde bestuurders.
6Mwet in fwil natul Eleazar ac natul Ithamar elos kais sie fahsr susfa. Na toko simla inelos yurin mwet sim lun mwet Levi, su el pa Shemaiah wen natul Nethanel. Mwet loh ke ma inge pa tokosra ac mwet pwapa lal, oayapa Zadok mwet tol, Ahimelech wen natul Abiathar, ac sifen sou lun mwet tol, ac sifen sou lun mwet Levi.
6De geheimschrijver Sjemaja, de zoon van Netanel en eveneens een leviet, schreef ze op, in tegenwoordigheid van den koning, van de bestuurders, den priester Sadok, Achimélek den zoon van Ebjatar, en de familiehoofden der priesters en levieten. Telkens werd er om beurten één familie van Itamar en twee van Elazar door het lot aangewezen.
7Fa se meet an oayang nu sel Jehoiarib, akluo nu sel Jedaiah,
7Het eerste lot viel op Jehojarib, het tweede op Jedaja,
8aktolu nu sel Harim, akakosr nu sel Seorim,
8het derde op Charim, het vierde op Seorim,
9aklimekosr nu sel Malchijah, akonkosr nu sel Mijamin,
9het vijfde op Malki-ja, het zesde op Mi-jamin,
10akitkosr nu sel Hakkoz, akoalkosr nu sel Abijah,
10het zevende op Hakkos, het achtste op Abi-ja,
11akeu nu sel Jeshua, aksingoul nu sel Shecaniah,
11het negende op Jesjóea, het tiende op Sjekanjáhoe,
12aksingoul sie nu sel Eliashib, aksingoul luo nu sel Jakim,
12het elfde op Eljasjib, het twaalfde op Jakim,
13aksingoul tolu nu sel Huppah, aksingoul akosr nu sel Jeshebeab,
13het dertiende op Choeppa, het veertiende op Jesjebab,
14aksingoul limekosr nu sel Bilgah, aksingoul onkosr nu sel Immer,
14het vijftiende op Bilga, het zestiende op Immer,
15aksingoul itkosr nu sel Hezir, aksingoul oalkosr nu sel Happizzez,
15het zeventiende op Chezir, het achttiende op Happisses,
16aksingoul eu nu sel Pethahiah, aklongoul nu sel Jehezkel,
16het negentiende op Petachja, het twintigste op Jecheskel,
17aklongoul sie nu sel Jachin, aklongoul luo nu sel Gamul,
17het een en twintigste op Jakin, het twee en twintigste op Gamoel,
18aklongoul tolu nu sel Delaiah, ac aklongoul akosr nu sel Maaziah.
18het drie en twintigste op Delajáhoe, het vier en twintigste op Maäzjáhoe.
19Simla inen mwet inge fal nu ke kunokon ma itukyang nu selos in kulansap lalos in tempul. Ma inge oakiyuki nu selos sel Aaron, papa matu tumalos, ke el akos ma LEUM GOD lun Israel El sapkin.
19Dit was de indeling volgens hun ambtsbezigheden, die hierin bestonden, dat zij het heiligdom van Jahweh zouden betreden naar de verordeningen, die hun stamvader Aäron op bevel van Jahweh, den God van Israël, had uitgevaardigd.
20Pa inge kutu pac sifen sou ke fita lal Levi: Jehdeiah, fita natul Amram kacl Shebuel;
20Wat de overige levieten betreft: De zonen van Amram waren Sjoebaël en Rechabjáhoe; die van Sjoebaël was Jechdejáhoe;
21Isshiah, fita natul Rehabiah;
21die van Rechabjáhoe was het opperhoofd Jissji-ja.
22Jahath, fita natul Izhar kacl Shelomith;
22De zoon van Jishar was Sjelomot, die van Sjelomot was Jáchat.
23Jeriah, Amariah, Jehaziel, ac Jekameam, wen natul Hebron, takla fal nu ke matwalos;
23De zonen van Chebron waren Jeri-jáhoe het opperhoofd; Amarjáhoe, de tweede; Jachaziël, de derde; en Jekamam, de vierde.
24Shamir, fita natul Uzziel kacl Micah;
24De zoon van Oezziël was Mika; de zoon van Mika was Sjamir;
25Zechariah, fita natul Uzziel kacl Isshiah, tamulel lal Micah;
25de broer van Sjamir was Jissji-ja. De zoon van Jissji-ja was Zekarjáhoe.
26Mahli, Mushi, ac Jaaziah, fita natul Merari.
26De zonen van Merari waren Machli en Moesji.
27Oasr wen tolu natul Jaaziah: elos pa Shoham, Zaccur, ac Ibri.
27De zonen van Merari, langs zijn zoon Jaäzi-jáhoe, waren Sjoham, Zakkoer en Ibri.
28Oasr wen luo natul Mahli: sie pa Eleazar, tuh wangin wen natul,
28De zoon van Machli was Elazar; deze had geen kinderen.
29ac sie pa Kish, su wen natul pa Jerahmeel.
29Van Kisj: de zoon van Kisj was Jerachmeël.
30Oasr wen tolu natul Mushi: elos pa Mahli, Eder, ac Jeremoth. Pa ingan mwet in sou lun mwet Levi.
30De zonen van Moesji waren Machli, Éder en Jerimot. Dit waren de verschillende families der levieten.
31Kais sie sifen sou, wi sie sin tamulel fusr lal, elos ac susfa nu ke kunokon lalos, in oana ke sou lalos kacl Aaron elos tuh oru. Ac Tokosra David, Zadok, Ahimelech, ac kais sie sifen sou lun mwet tol ke sruf Levi elos tuh mwet loh kac.
31Zij wierpen evengoed het lot als hun broeders, de zonen van Aäron, en wel in tegenwoordigheid van den koning, van Sadok en Achimélek en van de familiehoofden der priesters en levieten. En de mindere families deden het evengoed als de voornamere.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.