욥기
Chapter 23
Korean Bible, 1910 (한국어 …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1욥이 대답하여 가로되
1Job antwoordde, en sprak:
2내가 오늘도 혹독히 원망하니 받는 재앙이 탄식보다 중함이니라
2Al weer heet mijn klagen verzet: Maar zijn hand dwingt mij tot zuchten!
3내가 어찌하면 하나님 발견할 곳을 알꼬 그리하면 그 보좌 앞에 나아가서
3Ach, dat ik Hem vinden kon, En voor zijn troon kon verschijnen!
4그 앞에서 호소하며 변백할 말을 입에 채우고
4Dan zette ik Hem mijn zaak uiteen, En vulde mijn mond met bewijzen;
5내게 대답하시는 말씀을 내가 알고 내게 이르시는 것을 내가 깨달으리라
5Dan kende ik de woorden, waarmee Hij mij antwoordt, Vernam ik, wat Hij mij zegt.
6그가 큰 권능을 가지시고 나로 더불어 다투실까 아니라 도리어 내 말을 들으시리라
6Zou Hij zijn macht in het geding moeten brengen? Neen, als Hij slechts naar mij hoorde!
7거기서는 정직자가 그와 변론할 수 있은즉 내가 심판자에게서 영영히 벗어나리라
7Dan zou Hij bemerken dat er bij Hem een onschuldige pleit, En ik was voorgoed van mijn Rechter bevrijd!
8그런데 내가 앞으로 가도 그가 아니 계시고 뒤로 가도 보이지 아니하며
8Maar ga ik naar het oosten, Hij is er niet, Of naar het westen, ik bespeur Hem niet;
9그가 왼편에서 일하시나 내가 만날 수 없고 그가 오른편으로 돌이키시나 뵈올 수 없구나
9Ik zoek Hem ten noorden, ik vind Hem niet, Wend mij naar het zuiden, ik zie Hem niet.
10나의 가는 길을 오직 그가 아시나니 그가 나를 단련하신 후에는 내가 정금 같이 나오리라
10Het is, omdat Hij mijn wandel kent Omdat ik als goud te voorschijn zou treden, als Hij mij toetst:
11내 발이 그의 걸음을 바로 따랐으며 내가 그의 길을 지켜 치우치지 아니하였고
11Want mijn voet bleef steeds in zijn spoor, Ik hield zijn pad, en verliet het nooit!
12내가 그의 입술의 명령을 어기지 아니하고 일정한 음식보다 그 입의 말씀을 귀히 여겼구나
12Van het bevel zijner lippen week ik niet af, Het woord van zijn mond heb ik in mijn boezem bewaard:
13그는 뜻이 일정하시니 누가 능히 돌이킬까 그 마음에 하고자 하시는 것이면 그것을 행하시나니
13Maar wil Hij iets, wie kan Hem beletten, Begeert Hij iets, Hij voert het uit!
14그런즉 내게 작정하신 것을 이루실 것이라 이런 일이 그에게 많이 있느니라
14Ja, Hij volbrengt, wat Hij over mij heeft besloten, Met al het andere, wat Hij heeft beschikt:
15그러므로 내가 그의 앞에서 떨며 이를 생각하고 그를 두려워하는구나
15En daarom ben ik voor Hem zo bang, Sidder ik, als ik aan Hem denk.
16하나님이 나로 낙심케 하시며 전능자가 나로 두렵게 하시나니
16Het is God, die mijn hart murw heeft geslagen, De Almachtige, die mij verschrikt;
17이는 어두움으로 나를 끊지 아니하셨고 흑암으로 내 얼굴을 가리우지 아니하셨음이니라
17Neen, niet door de duisternis ben ik ontsteld Niet door het donker, dat mijn gelaat bedekt!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.