욥기 36
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Translation
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1엘리후가 말을 이어 가로되
1Vierde rede: mag de mens God ter verantwoording roepen? Elihoe vervolgde, en sprak:
2나를 잠간 용납하라 내가 네게 보이리니 이는 내가 하나님을 위하여 오히려 할 말이 있음이라
2Heb nog een weinig geduld, en ik zal u onderrichten, Want er valt nog genoeg ten gunste van de Godheid te zeggen;
3내가 먼 데서 지식을 취하고 나를 지으신 자에게 의를 돌려 보내리라
3Ik wil mijn kennis tot het uiterste voeren, Om mijn Schepper te rechtvaardigen.
4진실로 내 말이 거짓이 아니라 지식이 구비한 자가 너와 함께 있느니라
4Neen, mijn woorden liegen niet: Ge hebt met iemand te doen, die het eerlijk meent.
5하나님은 전능하시나 아무도 멸시치 아니하시며 그 지능이 무궁하사
5Ja, God is groot: Hij veracht den rechtschapene niet;
6악인을 살려 두지 않으시며 고난 받는 자를 위하여 신원하시며
6Machtig: Hij laat den boze niet leven! Hij verschaft aan de verdrukten hun recht,
7그 눈을 의인에게서 돌이키지 아니하시고 그를 왕과 함께 영원히 위에 앉히사 존귀하게 하시며
7Van de rechtvaardigen wendt Hij zijn ogen niet af; Hij zet ze bij koningen op de troon, Hoog plaatst Hij hun zetel voor eeuwig!
8혹시 그들이 누설에 매이거나 환난의 줄에 얽혔으면
8Maar worden zij in boeien geklonken, In koorden van ellende gevangen,
9그들의 소행과 허물을 보이사 그 교만한 행위를 알게 하시고
9Dan brengt Hij hun daardoor hun gedrag onder het oog, En hun zonden uit hoogmoed ontstaan;
10그들의 귀를 열어 교훈을 듣게 하시며 명하여 죄악에서 돌아오게 하시나니
10Zo opent Hij hun oor ter belering, En vermaant ze, zich van hun ongerechtigheid te bekeren.
11만일 그들이 청종하여 섬기면 형통히 날을 보내며 즐거이 해를 지낼 것이요
11Wanneer ze dan luisteren, en Hem weer dienen, Dan slijten ze hun dagen in geluk, Hun jaren in weelde;
12만일 그들이 청종치 아니하면 칼에 망하며 지식 없이 죽을 것이니라
12Maar wanneer ze niet willen horen, Dan gaan ze heen naar het graf, En komen om door onverstand.
13마음이 사곡한 자들은 분노를 쌓으며 하나님께 속박을 받을지라도 도우심을 구하지 아니하나니
13En de verstokten, die er toornig om worden, En niet smeken, als Hij ze bindt:
14그들은 젊어서 죽으며 그 생명이 남창과 함께 망하려니와
14Zij sterven al in hun jeugd, Hun leven vliedt heen in de jonge jaren.
15하나님은 곤고한 자를 그 곤고할 즈음에 구원하시며 학대 당할 즈음에 그 귀를 여시나니
15Hij redt dus den ellendige door zijn ellende, En opent zijn oor door zijn nood!
16그러므로 하나님이 너를 곤고함에서 이끌어 내사 좁지 않고 넓은 곳으로 옮기려 하셨은즉 무릇 네 상에 차린 것은 살진 것이 되 었으리라
16Zo trekt Hij ook u uit de muil van ellende Inplaats daarvan zal het onbekrompen overvloed zijn, En het genot van een dis, met vette spijzen beladen.
17이제는 악인의 받을 벌이 네게 가득하였고 심판과 공의가 너를 잡았나니
17Maar oordeelt gij geheel als een boze zijn gericht zal u treffen,
18너는 분격함을 인하여 징책을 대적하지 말라 대속함을 얻을 일이 큰즉 스스로 그릇되게 말지니라
18Pas dus op, dat de wrevel u geen straf komt brengen, Waarvan de grootste losprijs u niet zou ontslaan;
19너의 부르짖음이나 너의 세력이 어찌 능히 너의 곤고한 가운데서 너로 유익하게 하겠느냐
19Uw smeken tot Hem in de nood niets bereiken Al doet ge het ook uit al uw kracht.
20너는 밤 곧 인생이 자기 곳에서 제함을 받는 때를 사모하지 말것이니라
20Laat de dwaasheid u toch niet bedriegen Om u te verheffen met hen, die wijs willen zijn;
21삼가 악으로 치우치지 말라 ! 네가 환난보다 이것을 택하였느니라
21Wacht u ervoor, u tot de zonde te wenden, Want hierdoor juist werdt gij door ellende bezocht!
22하나님은 그 권능으로 큰 일을 행하시나니 누가 그 같이 교훈을 베풀겠느냐
22Zie, God is groot door zijn kracht: Wie is heerser als Hij?
23누가 그를 위하여 그의 길을 정하였느냐 누가 말하기를 주께서 불의를 행하셨나이다 할 수 있으랴
23Wie schrijft Hem zijn weg voor, Wie zegt: Gij handelt verkeerd?
24너는 하나님의 하신 일 찬송하기를 잊지 말지니라 ! 인생이 그 일을 노래하였느니라
24Denk er aan, dat ook gij zijn daden verheft, Die de stervelingen moeten bezingen,
25그 일을 모든 사람이 우러러 보나니 먼데서도 보느니라
25Die iedere mens moet overwegen, Ieder mensenkind van verre beschouwt.
26하나님은 크시니 우리가 그를 알 수 없고 그 년수를 계산할 수 없느니라
26Zie, God is groot: wij begrijpen Hem niet, Het getal van zijn jaren is zelfs niet te schatten!
27그가 물을 가늘게 이끌어 올리신즉 그것이 안개 되어 비를 이루고
27Hij trekt uit de zee de druppels omhoog, Vervluchtigt de regen tot zijn nevel,
28그것이 공중에서 내려 사람 위에 쏟아지느니라
28Die de wolken naar beneden doet stromen, En op alle mensen doet storten;
29구름의 폐임과 그의 장막의 울리는 소리를 누가 능히 깨달으랴
29Wie begrijpt de sprei van de wolken En de gedaante van zijn tent?
30그가 번개 빛으로 자기의 사면에 두르시며 바다 밑도 가리우시며
30Zie, Hij spreidt zijn nevel uit over de zee, En houdt haar kolken bedekt.
31이런 것들로 만민을 징벌하시며 이런 것들로 식물을 풍비히 주시느니라
31Want daarmee spijst Hij de volken En geeft Hij voedsel in overvloed.
32그는 번개 빛으로 그 두 손을 싸시고 그것을 명하사 푯대를 맞추게 하시나니
32In zijn handen verbergt Hij de bliksem, En zendt hem af op zijn doel;
33그 울리는 소리가 풍우를 표시하고 육축에게까지 그 올라 오는 것을 표시하느니라
33Zijn strijdkreet kondigt Hem aan, Zijn woede ontketent de storm!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.