욥기
Chapter 41
Korean Bible, 1910 (한국어 …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1네가 능히 낚시로 악어를 낚을 수 있겠느냐 ? 노끈으로 그 혀를 맬수 있겠느냐 ?
1Vangt gij den Krokodil met de angel, Bindt ge hem de tong met koorden vast;
2줄로 그 코를 꿸 수 있겠느냐 ? 갈고리로 그 아가미를 꿸 수 있겠느냐 ?
2Steekt ge hem een stok door de neus, Haalt ge een ring door zijn kaken;
3그것이 어찌 네게 연속 간구하겠느냐 ? 유순한 말로 네게 이야기하겠느냐 ?
3Zal hij heel veel tot u smeken, Of lieve woordjes tot u richten?
4어찌 너와 계약하고 영영히 네 종이 되겠느냐 ?
4Zal hij een contract met u sluiten, En neemt ge hem voorgoed in uw dienst;
5네가 어찌 새를 놀리는 것 같이 그것을 놀리겠으며 네 소녀들을 위하여 그것을 매어 두겠느냐 ?
5Kunt ge met hem als met een vogeltje spelen, Bindt ge hem voor uw dochtertjes vast;
6어찌 어부의 떼가 그것으로 상품을 삼아 상고들 가운데 나눌 수 있겠느냐 ?
6Kunnen uw makkers hem verhandelen, En onder de venters verdelen?
7네가 능히 창으로 그 가죽을 찌르거나 작살로 그 머리를 찌를 수 있겠느냐 ?
7Kunt ge zijn huid met spiesen beplanten, Zijn kop met een vissersharpoen?
8손을 그것에게 좀 대어 보라 싸울 일이 생각나서 다시는 아니하리라
8Probeer eens, de hand op hem te leggen, Maar denk aan de strijd; ge doet het zeker niet weer,
9잡으려는 소망은 헛것이라 그것을 보기만 하여도 낙담하지 않겠느냐 ?
9Want uw hoop komt vast bedrogen uit! Reeds bij zijn aanblik wordt men neergeslagen
10아무도 그것을 격동시킬 용맹이 없거든 능히 나를 당할 자가 누구냐 ?
10Er is niemand vermetel genoeg, hem te wekken. Wie houdt voor hem stand,
11누가 먼저 내게 주고 나로 갚게 하였느냐 ? 온 천하에 있는 것이 다 내 것이니라
11Wie treedt tegen hem op, en blijft ongedeerd: Onder de ganse hemel Is er niet één!
12내가 악어의 지체와 큰 힘과 훌륭한 구조에 대하여 잠잠치 아니하리라
12Ik wil niet zwijgen over zijn leden, Maar spreken over zijn nooit geëvenaarde kracht.
13누가 그 가죽을 벗기겠으며 그 아가미 사이로 들어가겠는고
13Wie heeft ooit zijn kleed opgelicht, Is doorgedrongen tussen zijn dubbel kuras?
14누가 그 얼굴의 문을 열 수 있을까 그 두루 있는 이가 두렵구나
14Wie opent de dubbele deur van zijn muil; Rondom zijn tanden verschrikking!
15견고한 비늘은 그의 자랑이라 서로 연함이 봉한 것 같구나
15Zijn rug is als rijen van schilden, Die als een muur van steen hem omsluiten
16이것 저것이 한데 붙었으니 바람도 그 사이로 들어가지 못하겠고
16Het een ligt vlak naast het ander, Geen tocht kan er door;
17서로 연하여 붙었으니 능히 나눌 수도 없구나
17Ze grijpen aan elkander vast, En sluiten onscheidbaar aaneen.
18그것이 재채기를 한즉 광채가 발하고 그 눈은 새벽 눈꺼풀이 열림 같으며
18Door zijn niezen danst het licht, Zijn ogen zijn als de wimpers van het morgenrood;
19그 입에서는 횃불이 나오고 불똥이 뛰어나며
19Uit zijn muil steken toortsen, En schieten vuurvonken uit;
20그 콧구멍에서는 연기가 나오니 마치 솥이 끓는 것과 갈대의 타는 것 같구나
20Er stijgt rook uit zijn neusgaten op, Als uit een dampende en ziedende ketel.
21그 숨이 능히 숯불을 피우니 불꽃이 그 입에서 나오며
21Zijn adem zet kolen in vuur, Uit zijn bek stijgen vlammen omhoog;
22힘이 그 목에 뭉키었고 두려움이 그 앞에서 뛰는구나
22In zijn nek zetelt kracht, Ontsteltenis danst voor hem uit;
23그 살의 조각들이 서로 연하고 그 몸에 견고하여 움직이지 아니하며
23Zijn vleeskwabben sluiten stevig aaneen, Onbeweeglijk aan hem vastgegoten;
24그 마음이 돌 같이 단단하니 그 단단함이 맷돌 아랫짝 같구나
24Zijn hart is vast als een kei, Hecht als een onderste molensteen:
25그것이 일어나면 용사라도 두려워하며 경겁하여 창황하며
25Voor zijn majesteit sidderen de baren Trekken de golven der zee zich terug.
26칼로 칠지라도 쓸데없고 창이나 살이나 작살도 소용이 없구나
26Het zwaard, dat hem treft, is er niet tegen bestand, Geen lans, geen speer en geen schicht.
27그것이 철을 초개 같이, 놋을 썩은 나무 같이 여기니
27Hij rekent het ijzer voor stro, Voor vermolmd hout het koper;
28살이라도 그것으로 도망하게 못하겠고 물매돌도 그것에게는 겨같이 여기우는구나
28Geen pijlen jagen hem op de vlucht, Slingerstenen zijn hem maar kaf;
29몽둥이도 검불 같이 보고 창을 던짐을 우습게 여기며
29Een werpspies schijnt hem een riet, Hij lacht om het suizen der knots.
30그 배 아래는 날카로운 와륵 같으니 진흙 위에 타작 기계 같이 자취를 내는구나
30Onder zijn buik zitten puntige scherven, Als een dorsslee krabt hij ermee op het slijk;
31깊은 물로 솥의 물이 끓음 같게 하며 바다로 젖는 향기름 같게 하고
31Hij doet de afgrond koken als een ketel, Verandert de zee in een wierookpan;
32자기 뒤에 광채나는 길을 내니 사람의 보기에 바닷물이 백발 같구나
32Achter hem aan een lichtend spoor, Als had de afgrond zilveren lokken.
33땅 위에는 그것 같은 것이 없나니 두려움 없게 지음을 받았음이라
33Zijns gelijke is er op aarde niet; Geschapen, om niemand te vrezen;
34모든 높은 것을 낮게 보고 모든 교만한 것의 왕이 되느니라
34Op al wat trots is, ziet hij neer, Hij is koning over alle verscheurende beesten!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.