4 Мойсея
Chapter 35
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

4 Мойсея 35

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І промовив Господь до Мойсея в рівнинах Моаба на Йорданї проти Єрихону, кажучи:
1Nog sprak Jahweh tot Moses in de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho:
2Повели синам Ізрайлевим, щоб із наслїдньої держави своєї дали міста Левітам, на оселю їм; і пасовиска кругом міст мусите ви дати Левітам.
2Beveel de Israëlieten, dat zij van hun erfbezit steden aan de Levieten geven, om daar te wonen, en dat zij ook de weidegronden rond die steden aan de Levieten afstaan.
3І будуть міста їм, щоб жити там, а пасовиска будуть про скотину їх і про майно їх, і про всю животину їх.
3Die steden zullen hun tot woonplaats dienen en de weidegronden zullen voor hun kudde, hun lastdieren en al hun vee zijn bestemd.
4А пасовиска кругом міст, що дасьте їх Левітам, будуть простиратись від валів міста дві тисячі локот на всї сторони.
4De weidegronden van de steden, die gij aan de Levieten zult geven, moeten aan alle kanten van de stadsmuur af tot de buitenste rand duizend el breed zijn.
5І відміряєте за містом на схід сонця дві тисячі локот, і на полудне дві тисячі локот, і на захід сонця дві тисячі локот, і на північ дві тисячі локот, а місто по серединї. Такими нехай будуть пасовиска кругом міст їх.
5Gij moet buiten de stad de oostgrens op twee duizend ellen uitmeten, de zuidgrens op twee duizend ellen, de westgrens op twee duizend ellen en de noordgrens op twee duizend ellen met de stad als middelpunt; dit zullen hun weidegronden zijn, die bij de steden horen.
6А міста, що оддасьте Левітам, такі: шість міст охоронних, що їх дасьте їм, щоб можна було втїкати туди, коли хто заподїяв яке убійство;
6De steden, die gij aan de Levieten moet afstaan, zullen vooreerst de zes vrijsteden zijn, die gij als vluchtplaats moet aanwijzen voor hem, die iemand heeft gedood; en daarenboven moet ge hun nog twee en veertig andere steden afstaan.
7А крім тих дасьте їм ще сорок і два міста. Усїх міст, що оддасьте Левітам, сорок і вісїм міст з пасовисками їх.
7In het geheel moet ge dus acht en veertig steden met hun weidegronden aan de Levieten afstaan.
8Що ж до міст, котрих віддасьте Левітам із держави синів Ізрайлевих, то, в котрого поколїння багато буде, багато й візьмете, а в котрого мало буде, мало й возьмете; кожне поколїннє по тому, яке наслїддє його, давати ме міста свої Левітам.
8Deze steden, die ge van het bezit der Israëlieten zult afnemen, moeten in een grote stam talrijker en in een kleine stam minder talrijk zijn; ieder moet naar verhouding van zijn bezit, dat hij kreeg, enige steden aan de Levieten afstaan.
9І рече Господь до Мойсея:
9Jahweh sprak tot Moses:
10Промов до синів Ізрайлевих і скажи їм:
10Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer gij over de Jordaan het land Kanaän zijt binnengetrokken,
11Як перейдете через Йордань у Канаан землю, так повибирайте собі міста: охоронними містами будуть вони вам, щоб можна було втїчи туди убийцеві, що ненароком убив людину.
11dan moet gij enige steden aanwijzen, die u als vrijsteden zullen dienen, waarheen iemand vluchten kan, die een ander zonder opzet heeft gedood.
12І будуть у вас міста сї прибіжещем від местника, щоб не погиб убийця перше, нїм стане на суд перед громадою.
12Naar die steden zult ge de wijk kunnen nemen voor den bloedwreker, zodat hij, die een ander gedood heeft, niet zal sterven, eer hij voor de gemeenschap terecht heeft gestaan.
13Із тих міст, що дасьте, буде в вас шість міст охоронних.
13Gij moet zes van zulke steden, die tot vrijsteden voor u zijn bestemd, aanwijzen:
14Три міста будуть по сїм боцї Йорданї, і три міста в Канаан землї; міста охоронні будуть вони.
14drie steden in het Overjordaanse, en drie steden in het land Kanaän: dat zullen de vrijsteden zijn.
15Про синів Ізрайлевих і про приходня, і про такого, що пробуває між вами, будуть шість міст сих прибіжищем, щоб можна втїкти туди кожному, хто ненароком забив людину.
15Zowel voor de Israëlieten als voor den vreemdeling en den inboorling in uw midden, zullen die zes steden als wijkplaats dienen, zodat ieder, die zonder opzet een mens heeft gedood, daarheen kan vluchten.
16Коли ж зелїзним знаряддєм вдарив його, так що той помер, то він душогубець; умерти мусить душогубець.
16Wanneer iemand een ander met een ijzeren voorwerp zo slaat, dat hij sterft, dan is hij een moordenaar; de moordenaar moet ter dood worden gebracht.
17Або коли вдарив його каменюкою, котрою орудував, а від якої погибнути можна, так що той помер, то він душогубець, і мусить душогубець вмерти.
17Heeft hij een steen in zijn hand, waarmee men iemand dodelijk kan treffen, en slaat hij hem zo dat hij sterft, dan is hij een moordenaar; de moordenaar moet ter dood worden gebracht.
18Або коли оруддєм деревяним, котрим він орудував, таким що можна кого вбити, ударив його, так що той помер, то він душогубець, і мусить душогубець вмерти.
18Of heeft hij een houten voorwerp in zijn hand, waarmee men iemand dodelijk kan treffen, en slaat hij hem zo, dat hij sterft, dan is hij een moordenaar; de moordenaar moet ter dood worden gebracht.
19Кровоместник сам нехай вбє душогубця; як тілько подістане його, убити мусить його.
19Dan mag de bloedwreker den moordenaar doden, waar hij hem aantreft.
20І коли з ненависті штовхне його, чи кине на його знарошна, так що той помре,
20Wanneer iemand een ander uit haat een stoot toebrengt, of uit moordzucht naar hem gooit, zodat hij sterft,
21Або ворогуючи вдарить його рукою, так що той помре, то мусить вмерти забияка; душогубець він; кровоместник убє душогубця, як тілько подістане його.
21of uit vijandschap hem zo met de vuist slaat, dat hij sterft, dan is hij ook een moordenaar, en moet ter dood worden gebracht; de bloedwreker mag den moordenaar doden, waar hij hem aantreft.
22А коли з ненарошна, не ворогуючи, штовхне його, або кине на його знаряддєм яким невмисне,
22Maar wanneer hij hem zonder voorbedachte rade en zonder vijandschap een stoot toebrengt, of zonder opzet om te doden een of ander ding naar hem gooit,
23Або необачки пустить на його якого каменя, від котрого можна вмерти, і коли той помре, він же не ворогував і не мислив йому зла,
23of uit onoplettendheid een steen, waarmee men iemand dodelijk kan treffen, op hem laat vallen, zodat hij sterft; dus zonder hem vijandig gezind te zijn en zonder hem kwaad te willen,
24Так нехай таким судом розсудить громада між тим, що вдарив, і між кровоместником;
24dan zal de gemeenschap tussen hem, die de dood heeft toegebracht en den bloedwreker recht spreken naar de volgende bepalingen.
25І вирятує громада виновника убійства з рук кровоместника, і верне громада його до міста охоронного, куди він втїк; і зістанеться він там аж до смерти великого сьвященника, що помазано його олїєю святою.
25De gemeenschap moet hem, die de dood heeft veroorzaakt, tegen den bloedwreker beschermen, en hem doen terugkeren naar de vrijstad, waarheen hij gevlucht was, en waar hij moet blijven wonen tot aan de dood van den hogepriester, dien men met de heilige olie heeft gezalfd.
26Коли ж виновник убийства та вийде за гряницю охоронного свого міста,
26Zo hij buiten de grens van de vrijstad komt, waarheen hij gevlucht is,
27І кровоместник запопаде його за границею охоронного міста його, і кровоместник вбє убийцю, то не буде на йому вини за кров.
27en de bloedwreker vindt hem buiten de grens van zijn vrijstad en doodt hem, dan treft den bloedwreker geen bloedschuld;
28Бо в охоронному містї свому він мусїв пробувати до смерті великого сьвященника; а по смерті великого сьвященника може убийця вернутись в землю батьківщини своєї.
28want de ander had tot aan de dood van den hogepriester in zijn vrijstad moeten blijven. Eerst na de dood van den hogepriester kan hij, die gedood heeft, naar zijn grondbezit terugkeren.
29І буде се вам установою правосуддя в роди ваші по всїх оселях ваших.
29Deze rechtsbepalingen zullen voor u blijven gelden van geslacht tot geslacht, overal waar gij woont.
30Кожного, хто вбив людину: після переслуху сьвідків треба вбити душогубця; тілько один сьвідок не може доказати, щоб вбити його.
30Wanneer iemand een mens heeft vermoord, dan zal men den moordenaar op het woord van getuigen ter dood brengen; maar één getuige zal niet voldoende zijn, om een mens te doen sterven.
31І не приймете викупу за душу душогубця, що повинен вмерти, тілько він мусить вмерти.
31Gij moogt voor het leven van een moordenaar, die des doods schuldig is, geen losgeld aannemen; want hij moet ter dood worden gebracht.
32І не приймете викупу за такого, що втїк до охоронного міста, щоб можна було йому вернутись та й жити в землї перед смертю сьвященника.
32Evenmin moogt gij voor iemand, die naar een vrijstad gevlucht is, losgeld aannemen, om vóór de dood van den hogepriester terug te keren en zijn land te bewonen.
33І не опоганюйте землї, що живете на їй, кров бо опоганює землю; нїчим не можна спокутувати землю за кров на їй пролиту, як тілько кровю того, хто пролив її.
33Neen, gij moogt het land, waar gij woont, niet ontwijden! Want bloed ontwijdt het land; en voor het land, waarop bloed is vergoten, kan geen verzoening worden verkregen, dan door het bloed van hem, die het vergoten heeft.
34Тим же то не опоганюйте землї, що на їй самі живете, та що серед неї сам я живу: я бо, Господь, живу посеред синів Ізрайлевих.
34Bezoedelt dus het land niet, waar gij woont, en waarin ook Ik woon; want Ik, Jahweh, woon te midden van Israëls kinderen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.