4 Мойсея 6
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І рече Господь Мойсейові:
1Jahweh sprak tot Moses:
2Промов до синів Ізрайлевих і скажи їм: Коли чоловік чи жінка захоче присьвятити себе шлюбом назарейським, щоб відлучившись віддатись Господеві,
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer een man of vrouw een gelofte van nazireaat heeft afgelegd, om zich aan Jahweh te wijden,
3Од вина й трунку запиваючого мусить здержуватись: оцту винного й оцту трункового не пити ме; і жадного соку виноградного не пити ме, і не їсти ме нї сьвіжого нї сушеного винограду.
3dan moet hij zich van wijn en sterke drank onthouden; hij mag zelfs geen azijn uit wijn of uit sterke drank en geen druivensap drinken, noch verse of gedroogde druiven eten.
4По ввесь час назарейства свого не їсти ме нїчого, що зроблено з винограду, чи воно із зерен, чи з лушпиння.
4Al de tijd van zijn nazireaat mag hij niets eten, wat van de wijnstok wordt gewonnen, zelfs geen pitten en schillen.
5По ввесь час шлюбу його назарейського бритва нехай не торкається голови його; покіль не мине час той, що він відлучився для Господа, сьвятим буде він; нехай запустить волосся на голові своїй.
5Al de tijd van zijn nazireaatsgelofte mag ook geen scheermes over zijn hoofd gaan; tot de dagen voorbij zijn, waarvoor hij zich aan Jahweh gewijd heeft, blijft hij Jahweh toegeheiligd, en moet hij zijn hoofdhaar laten groeien.
6По ввесь час, як відлучиться він для Господа, до жадного трупа не приступати ме.
6Ook mag hij al de tijd, dat hij aan Jahweh is gewijd, bij geen lijk komen;
7Задля батька свого або матері своєї, задля брата свого або сестри своєї, коли помре хто з них, нехай не опоганює себе; бо посьвяченнє Бога його на голові його.
7zelfs aan zijn vader of moeder, broer of zuster mag hij zich na hun dood niet verontreinigen. Want het nazireaat van zijn God rust op zijn hoofd;
8По всї днї назарейства свого він присьвячений Господеві.
8heel de tijd van zijn nazireaat is hij aan Jahweh gewijd.
9І коли хто вмре, несподївано, при йому, і він опоганив посьвят голови своєї, так мусить остригти голову собі в день очищення свого; семого дня остриже її.
9Sterft er onverwacht iemand in zijn nabijheid, en verontreinigt hij zo zijn gewijd hoofd, dan moet hij op de zevende dag, de dag waarop hij weer rein wordt, zijn hoofd scheren.
10А восьмого дня подасть дві горлицї чи двоє голубенят сьвященникові, коло входу в соборний намет.
10Op de achtste dag moet hij twee tortels of twee jonge duiven naar den priester brengen bij de ingang van de openbaringstent.
11І принесе сьвященник одно як жертву за гріх, а друге на всепаленнє, і спокутує його за те, що опоганив себе коло мерця; і осьвятить голову йому того ж дня.
11De priester zal er een als zondeoffer en een als brandoffer opdragen, en voor hem verzoening verkrijgen voor de zonde door aanraking van het lijk. Op dezelfde dag moet hij opnieuw zijn hoofd heiligen,
12І почне він знов днї свого відлучення назарейського Господеві, та й принесе ягня однолїтне в жертву за провину; попереднї ж днї пішли марно, бо опоганений посьвят його назарейський.
12zich weer evenlang als vroeger als nazireër aan Jahweh wijden, en een eenjarig lam als schuldoffer brengen. De vorige dagen van zijn nazireaat tellen dus niet mee, omdat hij zijn nazireaat heeft ontwijd.
13І се закон про назарея: Того дня, як сповниться час відлучення його, приведуть його до входу в соборний намет.
13En dit is de wet voor den nazireër, als de tijd van zijn nazireaat is geëindigd: men moet hem naar de ingang van de openbaringstent leiden,
14І принесе він жертву свою Господеві: однолїтне ягня без скази на всепаленнє, та однолїтню ягничку без скази на жертву за гріх; і барана одного без скази на жертву мирну,
14en hij moet als zijn gave aan Jahweh brengen: een gaaf, eenjarig lam als brandoffer, een gaaf, eenjarig ooilam als zondeoffer, en een gaven ram als vredeoffer;
15І кошик опрісноків: коржів із пшеничної муки, замішаної на олїї, та палениць незаквашених, помазаних олїєю; а вкупі з ними і хлїбну і ливну жертву свою.
15daarenboven een korf met ongedesemde broden van meelbloem, koeken met olie aangemaakt, en ongedesemde vlaas met olie bestreken, met het spijs- en plengoffer, dat daarbij hoort.
16І приведе їх сьвященник перед Господа, і принесе його жертву за гріх і всепаленнє його.
16De priester zal dat voor het aanschijn van Jahweh brengen, en zijn zonde- en brandoffer opdragen.
17А барана принесе як жертву мирну Господеві вкупі з кошиком опрісноків, і принесе сьвященник хлїбну і ливну жертву його.
17Den ram en de korf met ongedesemde broden zal de priester met het spijs- en plengoffer, dat daarbij hoort, als een vredeoffer aan Jahweh opdragen.
18І остриже назарей коло входу в соборний намет голову назарайства свого, і возьме волоссє з голови назарейства свого та й положить на вогонь, що під жертвою мирною.
18Daarna moet de nazireër bij de ingang van de openbaringstent zijn gewijd hoofd scheren, het haar van zijn nazireaat nemen en in het vuur werpen, dat onder het vredeoffer brandt.
19І возьме сьвященник лопатку варену з барана, і колача прісного одного з кошика, і паленицю прісну одну, та й положить на руки назареєві, послї, як остриже назарейство своє,
19En zodra de nazireër zich het haar van zijn nazireaat heeft afgeschoren, moet de priester het gekookte schouderstuk van den ram, een ongedesemde koek uit de korf en een ongedesemde vla nemen, ze in de handen van den nazireër leggen,
20Та й принесе їх сьвященник в жертву гойдану перед Господом; се буде сьвяте сьвященникові з грудиною жертви гойданої і з лопаткою жертви підношеної. А після сього можна назареєві вино пити.
20en ze als een strekoffer voor het aanschijn van Jahweh aanbieden; het valt, met de borst van het strekoffer en de schenkel van het hefoffer, als iets heiligs den priester ten deel. Daarna mag de nazireër wijn drinken.
21Се закон про назарея, що робить обітницю, і про приноси його Господеві за назарейство своє, опріч того, на що спромога його. По обітницї своїй, яку шлюбував, так чинити ме по закону назарейства свого.
21Dit is voor den nazireër, die de gelofte heeft afgelegd, de wet over zijn gave aan Jahweh op grond van zijn nazireaat, afgezien van wat hij vrijwillig brengt; krachtens de wet van zijn nazireaat, moet hij alles zo volbrengen, als hij het Jahweh beloofd heeft.
22І рече Господь Мойсейові:
22Nog sprak Jahweh tot Moses:
23Промов до Арона й до синів його й скажи: Так будете благословляти синів Ізрайлевих; мовлячи їм:
23Zeg aan Aäron en zijn zonen: Zo moet ge de zegen over Israëls kinderen uitspreken:
24Господь благослови тебе, і хорони тебе!
24Jahweh zegene u, En behoede u;
25Господь нехай сьвітить лицем своїм над тобою, та милує тебе!
25Jahweh doe zijn aanschijn over u lichten, En zij u genadig;
26Нехай оберне Господь лице своє на тебе і дасть тобі впокій!
26Jahweh wende tot u zijn gelaat, En schenke u de vrede!
27І так нехай взивають імя моє на Ізраїля, і я благословити му їх.
27Zo zullen zij mijn Naam op de kinderen Israëls doen rusten, en zal Ik hen zegenen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.