Еремії
Chapter 26
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Еремії 26

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1У початку царювання Йоакимового Йосієнка, царя Юдейського, надійшло таке слово від Господа:
1In het begin der regering van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda, werd dit woord door Jahweh tot Jeremias gericht.
2Так говорить Господь: Стань на подвіррі в дому Господньому та промов до всїх горожан, що приходять на прощу з усїх міст Юдиних до Господнього дому, всї словеса, що заповім тобі казати їм; нї слова не уйми.
2Zo spreekt Jahweh! Ge moet in de voorhof van Jahweh’s tempel gaan staan, en tot alle bewoners van Juda, die in de tempel van Jahweh komen aanbidden, al de woorden spreken, die Ik u bevolen heb, hun te zeggen; ge moogt er geen enkel van binnenhouden.
3Може послухають, і зверне кожен з ледачої стежки своєї, а тодї я відміню те лихо, що задумав був послати на їх за їх ледачі вчинки.
3Misschien dat ze nog luisteren, en zich van hun boze werken bekeren, zodat Ik spijt van het onheil krijg, dat Ik van plan ben, hun om hun boze daden te berokkenen.
4І говори до них ось як: Так каже Господь: Коли не послухаєте мене, щоб ходити в мойму законї, що я дав вам,
4Ge moet hun zeggen: Zo spreekt Jahweh! Wanneer ge Mij niet gehoorzaam zijt, niet leeft naar mijn wet die Ik u heb gegeven,
5Щоб слухати слів рабів моїх, пророків, що невгавно до вас посилаю та й посилаю, дарма що ви не слухаєте їх,
5en niet luistert naar de woorden van de profeten, mijn dienaars, die Ik u van de vroege morgen tot de late avond heb gezonden, maar waarnaar ge niet hebt gehoord:
6То я з сим домом зроблю те, що з Силомом, а місто се подам на прокляттє всїм народам на землї.
6dan zal Ik met deze tempel doen, zoals Ik met Sjilo gedaan heb, en maak Ik deze stad tot een vloek voor alle volken der aarde.
7Сьвященники й пророки й ввесь люд чули, як Еремія говорив сї слова в Господньому домі.
7De priesters, de profeten en heel het volk hoorden Jeremias aan, toen hij die woorden in de tempel van Jahweh verkondde.
8І скоро скінчив Еремія говорити все те, що Господь заповідав йому говорити всїм людям, — ухопили його сьвященники й пророки й ввесь люд кричучи: Смерть йому, смерть!
8Maar nauwelijks had Jeremias alles gezegd wat Jahweh hem bevolen had, voor heel het volk te verkonden, of priesters, profeten en heel het volk grepen hem vast, en riepen: De dood zult ge sterven!
9На що ти пророкуєш в імя Господнє й говориш: Станеться з сим домом те, що з Силомом, а город сей спустїє, збезлюдїє? І встав увесь люд у домі Господньому на Еремію.
9Hoe durft ge in Jahweh’s Naam profeteren, dat het deze tempel als Sjilo zal gaan, en dat deze stad zal worden verwoest, en zonder bewoners zal zijn! En het hele volk stoof op Jeremias af in de tempel van Jahweh.
10Дочувшися ж про се князї Юдині, поприходили з царської палати до дому Господнього та й посїдали коло ввіходу в нові ворота дому Господнього.
10Toen de aanvoerders van Juda hoorden wat er te doen was, kwamen zij uit het paleis van den koning naar boven, naar de tempel van Jahweh, en zetten zich neer voor de nieuwe poort van de tempel van Jahweh.
11Тодї сьвященники й пророки промовили так до князїв і до всього люду: Чоловікові сьому належиться присуд на смерть, бо він пророкує проти сього міста, — як се ви самі чули своїми ушима!
11Nu riepen de priesters en de profeten tot de aanvoerders en tot het hele volk: Deze man heeft de dood verdiend, omdat hij tegen deze stad profeteert, zoals ge met eigen oren gehoord hebt.
12Еремія ж сказав до всїх князїв і до всього народу так: Мене Господь послав пророкувати проти сього дому й проти сього міста ті слова, що ви чули;
12Maar nu nam Jeremias het woord, en sprak tot alle aanvoerders en het hele volk: Jahweh heeft mij gezonden, om alles, wat ge gehoord hebt, te profeteren tegen dit huis en tegen deze stad.
13Тим же то навправте ви ваші путї й вчинки ваші, й послухайте голосу Господнього, Бога вашого, а Господь відмінить те лихо, що виповів на вас.
13Verbetert liever uw handel en wandel, en luistert naar Jahweh, uw God; dan krijgt Jahweh nog spijt van het onheil, waarmee Hij u heeft bedreigd.
14Що ж до мене, так се — я в руках у вас; чинїть ізо мною, що в очах ваших добре й справедливе;
14Wat mijzelf betreft: ik ben in uw handen, en ge kunt met mij doen wat ge wilt!
15Тілько затямте собі добре, що як мене вбєте, так безвинню кров наведете на себе й на сей город і на осадників його; бо Господь послав мене справдї сказати усї цї слова в уші ваші.
15Maar weet het wel, als ge mij vermoordt, dat ge onschuldig bloed op u laadt: op uzelf, op deze stad en die er in wonen; want, waarachtig, Jahweh heeft mij tot u gezonden, om u dit alles te verkonden.
16Тодї сказали князї й ввесь люд до сьвященників і пророків: Чоловіка сього нїяк засуджувати на смерть, бо промовляв до нас в імя Господа, Бога нашого.
16Toen zeiden de aanvoerders en heel het volk tot de priesters en profeten: Deze man heeft de dood niet verdiend; want hij heeft tot ons in de Naam van Jahweh gesproken!
17Та й деякі з значніх людей в землї виступили й промовили до збору народного:
17Nu stonden ook enige mannen op uit de oudsten van het land, en spraken voor heel het verzamelde volk:
18Михей з Морасту пророкував за царя Юдейського Езекії та й промовив був до всього люду Юдейського: Так говорить Господь сил небесних: Сион орати муть, як ниву, а Ерусалим обернеться в купу розвалин, гора ж храму сього заросте лїсом.
18Ook Mikeas, de man van Morésjet, profeteerde ten tijde van Ezekias, den koning van Juda, en hij heeft tot heel het volk van Juda durven zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Sion zal worden omgeploegd als een akker, Jerusalem zal een puinhoop worden, De tempelberg een heuvel met struiken!
19Хиба ж його вбив за се Езекія, царь Юдейський, та ввесь Юда? Чи ж не збоялись вони Господа та не благали помилування у Господа, так що Господь одмінив те лихо, яким загрозив їм? а ми мали б накликати велике лихо на душі наші?
19Heeft Ezekias, de koning van Juda, of iemand uit Juda, hem daarom vermoord? Is men niet eerder Jahweh gaan vrezen, en Jahweh genade gaan smeken, zodat Jahweh spijt heeft gekregen van het onheil, waarmee Hij hen had bedreigd? En zouden wij onze ziel met zo’n grote misdaad bezwaren?
20Пророкував ще й другий в імя Господнє, Урія Шемаїєнко з Киріят-яриму, а пророкував проти сього городу й проти сієї країни як раз тими словами що й Еремія.
20Er was toen echter nog een andere man, die in Jahweh’s Naam profeteerde. Het was Oeri-ja, de zoon van Sjemajáhoe uit Kirjat-Jearim; ook hij profeteerde tegen deze stad en dit land juist hetzelfde als Jeremias.
21Як же почув його слова царь Йоаким із усїма вельможами й князями своїми, то й наставав царь на його життє. Перечувши ж про се Урія, злякався, втїк і схоронився в Египет.
21Maar toen koning Jojakim met al zijn officieren en aanvoerders van zijn preken had gehoord, wilde de koning hem doden. Oeri-ja vernam het, en vluchtte in zijn angst naar Egypte.
22Та царь Йоаким послав людей і в Египет: Елнатана Ахборенка й инших із ним.
22Doch koning Jojakim zond hem enige mannen naar Egypte achterna, namelijk Elnatan, den zoon van Akbor, met zijn mannen,
23І взяли вони Урію з Египту та й привели до царя Йоакима, а той велїв стяти його мечем та кинути трупа його на кладовищі для простих людей. —
23die Oeri-ja uit Egypte haalden, en voor koning Jojakim brachten. Deze doodde hem met het zwaard, en liet zijn lijk op de begraafplaats van het gewone volk werpen.
24Однак Ахикам Сафаненко заступився за Еремію, що не видано його людові на смерть.
24Het was dan ook alleen aan Achikam, den zoon van Sjafan, te danken, dat Jeremias niet aan het volk werd uitgeleverd, om te worden gedood.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.