Еремії 43
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як же переказав Еремія всьому людові слова Господа, Бога їх, — всї ті слова, що з ними послав його Господь, Бог їх, до них,
1Maar toen Jeremias tot heel het volk al de woorden van Jahweh, hun God, had gesproken, al de woorden, die Jahweh, hun God, hem voor hen had gelast,
2Тодї сказав Азарія Осаїєнко та Йоанан Кареєнко, та й усї сьміливі мужі сказали Еремії: Неправду ти провадиш; не Господь, Бог наш, послав тебе сказати нам: не йдїте в Египет, щоб там пробувати,
2riepen Azarja de zoon van Hosjaäja, Jochanan de zoon van Karéach, en al die koppige lieden Jeremias toe: Gij liegt! Jahweh, onze God, heeft u niet gezonden, en niet gezegd: Ge moogt niet in Egypte gaan wonen!
3Се Варух Нирієнко підтровлює тебе на нас, щоб подати нас Халдеям на поталу, аби нас повбивали або полонянами в Вавилон поодводили.
3Neen, Baruk, de zoon van Neri-ja, heeft u tegen ons opgestookt, om ons over te leveren in de macht der Chaldeën, ons te doen sterven, of in ballingschap naar Babel te brengen!
4І не послухав Йоанан Кареєнко й уся старшина військова з усїм людом, голосу Господнього, щоб зоставатись їм у землї Юдейській.
4Jochanan, de zoon van Karéach, met al de legeroversten en heel het volk, luisterden dus niet naar het bevel van Jahweh, om in het land van Juda te blijven.
5Нї, Йоанан Кареєнко й уся старшина військова зібрали ввесь останок Юдеїв, що повертались були від усїх народів, куди були порозбігались, а хотїли жити в землї Юдейській, —
5Maar Jochanan, de zoon van Karéach, en al de legeroversten riepen allen bijeen die van Juda waren overgebleven, of die van de verschillende volken, waarheen ze zich hadden verstrooid, waren teruggekeerd, om in Juda te wonen.
6Чоловіків, жінок і дїтвору, царівен і всїх тих, що їх Навузардан, старший над прибічниками, передав був Годолїї Ахикаменкові, (взяв) і пророка Еремію та Варуха Нирієнка,
6Mannen, vrouwen en kinderen, de dochters van den koning, en allen die Neboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, aan Gedaljáhoe, den zoon van Achikam, zoon van Sjafan, had toevertrouwd, namen zij mee; ook den profeet Jeremias en Baruk, den zoon van Neri-ja.
7Та й вирушили в землю Египецьку, не послухали бо голосу Господнього, й так дойшли до Тафнису.
7En in plaats van naar Jahweh te luisteren, trokken zij op naar het land van Egypte, en bereikten Tachpanches.
8І надійшло слово Господнє до Еремії в Тафнисї таке:
8Ook in Tachpanches werd het woord van Jahweh tot Jeremias gerich:
9Набери в руки великого каміння та й позакопуй у глинї коло ввіходу в палати Фараонові в Тафнисї при очах у Юдеїв,
9Ge moet grote stenen halen, en die in tegenwoordigheid van alle judese mannen in het plaveisel graven voor de ingang van Farao’s paleis in Tachpanches.
10Та й промов до них: Так говорить Господь сил небесних, Бог Ізрайлїв: Оце я возьму слугу мого Навуходонозора, царя Вавилонського, та й поставлю престол його на сьому каміннї, що закопав його, й він розпростре над ним пишне шатро своє.
10Dan moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Zie, Ik ga mijn dienaar Nabukodonosor, den koning van Babel, ontbieden. Hij zal zijn troon opslaan op deze stenen, die ge hebt ingegraven, en zijn baldakijn daarboven uitspannen.
11І прийде він, і звоює землю Египецьку: Кого призначено на смерть, тому смерть; кого на неволю, тому неволя; кого під меч, поляже від меча.
11Hij zal het land van Egypte komen slaan: wie voor de dood is bestemd, tot de dood; wie voor de ballingschap, tot de ballingschap; wie voor het zwaard, door het zwaard.
12І запалить огонь у зборищах богів Египецьких, і попалить їх і позабірає їх у полонь, і одягнеться в землю Египецьку, як пастух убирає на себе одежу свою, та й вийде звідти в супокою.
12Hij zal vuur leggen aan de tempels der goden van Egypte, en hun goden verbranden of in ballingschap voeren.
13І покрушить стовпи (боввани) Бет-Самиські в землї Египецькій, і попалить храми богів Египецьких.
13Hij zal de obelisken van de zonnetempel verbrijzelen in het land van Egypte, de godentempels van Egypte in vlammen doen opgaan. Hij zal Egypteland afvlooien, zoals een herder het doet met zijn kleed; dan trekt hij weer ongemoeid heen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.