Книга пророка Иеремии

Old Testament

New Testament

Chapter 26
Synodal Translation (Син…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Книга пророка Иеремии 26

Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1В начале царствования Иоакима, сына Иосии, царя Иудейского, было такое слово от Господа:
1In het begin der regering van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda, werd dit woord door Jahweh tot Jeremias gericht.
2так говорит Господь: стань на дворе дома Господня и скажи ко всем городам Иудеи, приходящим на поклонение в дом Господень, все те слова, какие повелю тебе сказать им; не убавь ни слова.
2Zo spreekt Jahweh! Ge moet in de voorhof van Jahweh’s tempel gaan staan, en tot alle bewoners van Juda, die in de tempel van Jahweh komen aanbidden, al de woorden spreken, die Ik u bevolen heb, hun te zeggen; ge moogt er geen enkel van binnenhouden.
3Может быть, они послушают и обратятся каждый от злого пути своего, и тогда Я отменю то бедствие, которое думаю сделать им за злые деяния их.
3Misschien dat ze nog luisteren, en zich van hun boze werken bekeren, zodat Ik spijt van het onheil krijg, dat Ik van plan ben, hun om hun boze daden te berokkenen.
4И скажи им: так говорит Господь: если вы не послушаетесь Меня в том, чтобы поступать по закону Моему, который Я дал вам,
4Ge moet hun zeggen: Zo spreekt Jahweh! Wanneer ge Mij niet gehoorzaam zijt, niet leeft naar mijn wet die Ik u heb gegeven,
5чтобы внимать словам рабов Моих, пророков, которых Я посылаю к вам, посылаю с раннего утра, и которых вы не слушаете, -
5en niet luistert naar de woorden van de profeten, mijn dienaars, die Ik u van de vroege morgen tot de late avond heb gezonden, maar waarnaar ge niet hebt gehoord:
6то с домом сим Я сделаю то же, что с Силомом, и город сей предам на проклятие всем народам земли.
6dan zal Ik met deze tempel doen, zoals Ik met Sjilo gedaan heb, en maak Ik deze stad tot een vloek voor alle volken der aarde.
7Священники и пророки и весь народ слушали Иеремию, когда он говорил сии слова в доме Господнем.
7De priesters, de profeten en heel het volk hoorden Jeremias aan, toen hij die woorden in de tempel van Jahweh verkondde.
8И когда Иеремия сказал все, что Господь повелел ему сказать всему народу, тогда схватили его священники и пророки и весь народ, и сказали: “ты должен умереть;
8Maar nauwelijks had Jeremias alles gezegd wat Jahweh hem bevolen had, voor heel het volk te verkonden, of priesters, profeten en heel het volk grepen hem vast, en riepen: De dood zult ge sterven!
9зачем ты пророчествуешь именем Господа и говоришь: дом сей будет как Силом, и город сей опустеет, останется без жителей?” И собрался весь народ против Иеремии в доме Господнем.
9Hoe durft ge in Jahweh’s Naam profeteren, dat het deze tempel als Sjilo zal gaan, en dat deze stad zal worden verwoest, en zonder bewoners zal zijn! En het hele volk stoof op Jeremias af in de tempel van Jahweh.
10Когда услышали об этом князья Иудейские, то пришли из дома царя к дому Господню и сели у входа в новые ворота дома Господня.
10Toen de aanvoerders van Juda hoorden wat er te doen was, kwamen zij uit het paleis van den koning naar boven, naar de tempel van Jahweh, en zetten zich neer voor de nieuwe poort van de tempel van Jahweh.
11Тогда священники и пророки так сказали князьям и всему народу: “смертный приговор этому человеку! потому что он пророчествует против города сего, как вы слышали своими ушами”.
11Nu riepen de priesters en de profeten tot de aanvoerders en tot het hele volk: Deze man heeft de dood verdiend, omdat hij tegen deze stad profeteert, zoals ge met eigen oren gehoord hebt.
12И сказал Иеремия всем князьям и всему народу: “Господь послал меня пророчествовать против дома сего и против города сего все те слова, которые вы слышали;
12Maar nu nam Jeremias het woord, en sprak tot alle aanvoerders en het hele volk: Jahweh heeft mij gezonden, om alles, wat ge gehoord hebt, te profeteren tegen dit huis en tegen deze stad.
13итак исправьте пути ваши и деяния ваши и послушайтесь гласа Господа Бога вашего, и Господь отменит бедствие, которое изрек на вас;
13Verbetert liever uw handel en wandel, en luistert naar Jahweh, uw God; dan krijgt Jahweh nog spijt van het onheil, waarmee Hij u heeft bedreigd.
14а что до меня, вот - я в ваших руках; делайте со мною, что в глазах ваших покажется хорошим и справедливым;
14Wat mijzelf betreft: ik ben in uw handen, en ge kunt met mij doen wat ge wilt!
15только твердо знайте, что если вы умертвите меня, то невинную кровь возложите на себя и на город сей и на жителей его; ибо истинно Господь послал меня к вам сказать все те слова в уши ваши”.
15Maar weet het wel, als ge mij vermoordt, dat ge onschuldig bloed op u laadt: op uzelf, op deze stad en die er in wonen; want, waarachtig, Jahweh heeft mij tot u gezonden, om u dit alles te verkonden.
16Тогда князья и весь народ сказали священникам и пророкам: “этот человек не подлежит смертному приговору, потому что он говорил нам именем Господа Бога нашего”.
16Toen zeiden de aanvoerders en heel het volk tot de priesters en profeten: Deze man heeft de dood niet verdiend; want hij heeft tot ons in de Naam van Jahweh gesproken!
17И из старейшин земли встали некоторые и сказали всему народному собранию:
17Nu stonden ook enige mannen op uit de oudsten van het land, en spraken voor heel het verzamelde volk:
18“Михей Морасфитянин пророчествовал во дни Езекии, царя Иудейского, и сказал всему народу Иудейскому: так говорит Господь Саваоф: Сион будет вспахан, как поле, и Иерусалим сделается грудою развалин, и гора дома сего - лесистым холмом.
18Ook Mikeas, de man van Morésjet, profeteerde ten tijde van Ezekias, den koning van Juda, en hij heeft tot heel het volk van Juda durven zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Sion zal worden omgeploegd als een akker, Jerusalem zal een puinhoop worden, De tempelberg een heuvel met struiken!
19Умертвили ли его за это Езекия, царь Иудейский, и весь Иуда? Не убоялся ли он Господа и не умолял ли Господа? и Господь отменил бедствие, которое изрек на них; а мы хотим сделать большое зло душам нашим?
19Heeft Ezekias, de koning van Juda, of iemand uit Juda, hem daarom vermoord? Is men niet eerder Jahweh gaan vrezen, en Jahweh genade gaan smeken, zodat Jahweh spijt heeft gekregen van het onheil, waarmee Hij hen had bedreigd? En zouden wij onze ziel met zo’n grote misdaad bezwaren?
20Пророчествовал также именем Господа некто Урия, сын Шемаии, из Кариаф-Иарима, - и пророчествовал против города сего и против земли сей точно такими же словами, как Иеремия.
20Er was toen echter nog een andere man, die in Jahweh’s Naam profeteerde. Het was Oeri-ja, de zoon van Sjemajáhoe uit Kirjat-Jearim; ook hij profeteerde tegen deze stad en dit land juist hetzelfde als Jeremias.
21Когда услышал слова его царь Иоаким и все вельможи его и все князья, то искал царь умертвить его. Услышав об этом, Урия убоялся и убежал, и удалился в Египет.
21Maar toen koning Jojakim met al zijn officieren en aanvoerders van zijn preken had gehoord, wilde de koning hem doden. Oeri-ja vernam het, en vluchtte in zijn angst naar Egypte.
22Но царь Иоаким и в Египет послал людей: Елнафана, сына Ахборова, и других с ним.
22Doch koning Jojakim zond hem enige mannen naar Egypte achterna, namelijk Elnatan, den zoon van Akbor, met zijn mannen,
23И вывели Урию из Египта и привели его к царю Иоакиму, и он умертвил его мечом и бросил труп его, где были простонародные гробницы.
23die Oeri-ja uit Egypte haalden, en voor koning Jojakim brachten. Deze doodde hem met het zwaard, en liet zijn lijk op de begraafplaats van het gewone volk werpen.
24Но рука Ахикама, сына Сафанова, была за Иеремию, чтобы не отдавать его в руки народа на убиение”.
24Het was dan ook alleen aan Achikam, den zoon van Sjafan, te danken, dat Jeremias niet aan het volk werd uitgeleverd, om te worden gedood.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.