2 Мойсея 22
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Коли хто вкраде вола, чи дрібну скотину та й убє її, чи продасть її, пять волів мусить віддати за вола і чотири скотин за одну штуку.
1Wanneer iemand een rund of een schaap steelt, en het slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen vergoeden voor het rund, en vier schapen voor het schaap.
2Коли захоплять злодїя, як вломився, і побють так, що вмре, то се не буде крівавою провиною.
2Wordt een dief bij een nachtelijke inbraak betrapt en doodgeslagen, dan treft wie hem doodt, geen bloedschuld;
3Коли ж тодї вже соньце сьвітило, дак се буде крівава провина. Злодїй мусить заплатити; коли ж нїчого нема в його, мусять його, за кражу його продати.
3maar zo de zon reeds was opgegaan, dan treft hem die wel. De dief zal het volle bedrag moeten terugbetalen. Bezit hij het niet, dan moet hij worden verkocht, om het gestolene te vergoeden.
4Коли вкрадене, чи то буде віл, чи осел, чи мала скотина, живим у його знайдуть, мусить він за кожне ще другу животину дати.
4Zo het gestolene, rund, ezel of schaap nog levend in zijn bezit wordt gevonden, zal hij het dubbele moeten geven.
5Коли хто чуже поле чи виноградник випасувати ме, а скотину свою пускати ме пустопаш, і воно на чужому полї що поїсть, дак мусить він віддати за се найлучче з поля свого чи з виноградника свого.
5Wanneer iemand bij het afweiden van veld of wijngaard zijn vee los laat rondlopen, en dit het veld van een ander afgraast, dan moet hij de hoogste opbrengst van zijn veld en de hoogste opbrengst van zijn wijngaard als schadevergoeding geven.
6Коли загориться багаттє й обійме тернину, а при тому погорять копи, чи на пни стояче колоссє, чи усе поле вигорить, дак мусить той, що через його сталась пожежа, за попалене заплатити.
6Wanneer er een vuur wordt aangestoken, om de doornen te verbranden, en het vernielt de garven, het ongemaaide koren of het hele veld, dan moet hij, die het vuur heeft aangestoken, het verbrande volledig vergoeden.
7Коли хто другому передасть у схованку гроші, чи дорогі речі, і те буде вкрадене в його, мусить злодїй, коли знайдеться, заплатити удвоє за окражу;
7Wanneer iemand aan een ander geld of goed in bewaring heeft gegeven, en het wordt uit het huis van dien man gestolen, dan moet de dief, als hij wordt ontdekt, het dubbel vergoeden.
8Коли ж злодїй не знайдеться, дак мусить власник дому того прийти перед суддїв та й заприсягти, що не загарбав чужої власностї.
8Wordt de dief niet ontdekt, dan zal de heer des huizes voor God verschijnen en zweren, dat hij zich het goed van een ander niet heeft toegeëigend.
9При кожному спроневіренню власностї, чи то буде віл, чи осел, чи малий скот, чи одежина, чи яка инша втрата, про котру хто скаже: „Ось воно‟, мусить прийти перед суддїв слово обох, і той, кого суддї узнають винним, мусить заплатити близьньому удвоє.
9Als er iets gestolen is, hetzij een stier, een ezel, een schaap, een kledingstuk of als er iets verloren is gegaan, en de verliezer zegt daarvan: “Dit is het”, dan moet het geschil tussen beide betrokkenen voor God worden gebracht; en wien God schuldig verklaart, moet het dubbele aan den ander vergoeden.
10Коли хто передасть другому на перехованнє осла, чи вола, чи малого скота, чи всяку иншу животину, і воно здохне, чи буде пошкоджене, або украдене і нїхто не бачив,
10Wanneer iemand een ezel, een stier of een schaap of wat voor dier ook, aan de hoede van een ander toevertrouwt, en het beest sterft, breekt zijn poten of wordt weggeroofd, zonder dat iemand het ziet,
11Дак мусить присяга перед Господом розвязати справу, чи не посягнув він рукою на власність свого близьнього; коли власник се прийме, не мусить нїчого той платити.
11dan zal een eed voor Jahweh tussen hen beiden beslissen, of die ander zijn hand niet aan het goed van zijn naaste heeft geslagen; de eigenaar moet er genoegen mee nemen, en de ander behoeft niets te vergoeden.
12Коли справдї вкрадено йому, дак мусить заплатити власникові.
12Zo het hem is ontstolen, moet hij het den eigenaar wel vergoeden.
13Коли ж дикий зьвіряка роздер його, і він се явним доказом доведе, не треба йому нїчого за роздерте платити.
13Is het door een roofdier verscheurd, dan kan hij het verscheurde beest als bewijs laten gelden, en behoeft hij het niet te vergoeden.
14Коли хто вижичить у другого скотину, і вона буде пошкоджена, чи здохне, так що власника його не було при тому, мусить він тому заплатити.
14Wanneer iemand van een ander een rund te leen vraagt, en het breekt zijn poten of sterft, terwijl de eigenaar er niet bij is, dan moet hij het vergoeden.
15Коли ж власник та був при тому, не треба йому платити нїчого. Коли дана була в найми, то нехай буде за умовлену цїну.
15Was de eigenaar er bij, dan behoeft hij het niet te vergoeden. Is het echter gehuurd, dan is de schade in de huurprijs inbegrepen.
16Коли хто зведе з ума дівицю, що не була ще заручена, та й лежати ме з нею, мусить дати ій віно і взяти собі її за жінку.
16Wanneer iemand een meisje, dat nog niet is verloofd, verleidt en misbruikt, dan moet hij haar huwen en de volle bruidsprijs betalen.
17Коли ж отець її затнеться віддати йому за жінку, дак мусить він стільки срібла одважити, скільки дається як віно дївицї.
17Weigert de vader haar te geven, dan moet hij toch zoveel betalen, als de bruidsprijs voor een meisje bedraagt.
18Не зоставляй відьми живою.
18Geen tovenares zult ge in leven laten.
19Кожного, що злїгсь із скотиною, смертю карати меш.
19Iedereen die een dier misbruikt zal met de dood worden gestraft.
20Хто замість Господа приносить жертву ідолам, мусить бути прогнаний.
20Iedereen die aan goden offert, behalve aan Jahweh alleen, zal met de banvloek worden geslagen.
21Не тїснити меш чуженицї і не гнобити меш його; були бо ви чуженицями в Египецькій землї.
21Den vreemdeling moogt ge niet verdrukken en kwellen; want zelf zijt ge vreemdelingen geweest in het land van Egypte.
22Удови нїяким робом не тїснити меш, анї сироти.
22Weduwen en wezen zult ge nimmer verdrukken.
23Бо коли їх тїснити меш, і вони заголосять до мене, дак я певно голос їх почую.
23Zo ge hen toch durft verdrukken en zij vol angst tot Mij roepen, zal Ik hun schreien zeker verhoren.
24І загориться гнїв мій і попущу побити вас мечем, так що жінки ваші будуть удовами, а дїти сиротами.
24Mijn toorn zal ontbranden, en met het zwaard zal Ik u doden; uw vrouwen zullen weduwen worden en uw kinderen wezen.
25Коли даси грошей кому з людей моїх убогому, що при тобі живе, не мусиш ти бути йому пожичальником, не наложиш на його чиншу.
25Wanneer gij geld leent aan een arme van mijn volk onder u, zult ge u tegenover hem niet als geldschieter gedragen, en geen rente van hem vragen.
26Коли візьмеш у заклад свиту в близнього твого, мусиш вернути йому її до заходу соньця;
26Zo ge de mantel van een ander in pand hebt genomen, moet ge hem die voor zonsondergang teruggeven;
27Бо се одна, тільки й одежи його, свитка про шкіру його; у чому ж лягти йому? І як заголосить до мене, почую плач його; бо я милосерден.
27want het is zijn enig kleed, de bedekking voor zijn blote lijf, waarin hij moet slapen. Als hij tot Mij roept, zal Ik hem verhoren; want Ik ben barmhartig.
28Не лаяти меш суддїв, і не проклинати меш князя народу твого.
28Gij zult God niet vervloeken, en de overheid van uw volk niet verwensen.
29Від достатків збіжа твого і випливу точива твого не гаяти мешся приносити в жертву. Первенця з дїтей твоїх оддавати меш менї.
29Met de eerstelingen van uw dorsvloer en perskuip zult ge niet achterstallig blijven. Den eerstgeborene van uw zonen zult ge Mij afstaan.
30Так робити меш з волом і з малим скотом; сїм день буде воно при матері своїй, а восьмого дня даси його менї.
30Hetzelfde zult ge doen met uw runderen en uw schapen: zeven dagen mag het jong bij zijn moeder blijven, op de achtste dag zult ge het Mij geven.
31І люде сьвяті будете ви менї, і мясива в полї роздертого не їсти мете; собацї кидати мете його.
31Reine mensen zult ge Mij zijn. Het vlees van een dier, dat op het veld ligt verscheurd, moogt ge niet eten; maar ge moet het voor de honden werpen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.