2 Мойсея
Chapter 5
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

2 Мойсея 5

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Після сього ввійшов Мойсей із Ароном до Фараона та й промовили йому: Так рече Господь, Бог Ізраїлїв: Відпусти люде мої, щоб сотворили сьвято менї в степу.
1Nu gingen Moses en Aäron naar Farao en zeiden: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Laat mijn volk gaan, om Mij ter ere in de woestijn een feest te vieren.
2І каже Фараон: Хто сей Господь, щоб я послухав голосу його, та відпустив сини Ізрайлеві. Не знаю Господа і не відпущу Ізраїля.
2Maar Farao antwoordde: Wie is Jahweh wel, dat ik Hem zou gehoorzamen en Israël zou laten vertrekken? Ik ken geen Jahweh, en Israël laat ik niet gaan.
3І кажуть йому: Бог Єврейський зустьрів нас; так дозволь нам пійти за три днї ходи в степ і принести жертву Господеві, Богу нашому, щоб не вдарив на нас мором або мечем.
3Zij zeiden: De God der Hebreën is ons verschenen! Wij moeten drie dagreizen ver de woestijn in, om Jahweh, onzen God, een offer te brengen; anders slaat Hij ons met de pest of het zwaard.
4І каже їм царь Египецький: Про що ти, Мойсею, й ти, Ароне, одвертаєте людей моїх од їх дїла? Ійдїте кожен до роботи своєї.
4Maar de koning van Egypte sprak tot Moses en Aäron: Waarom houdt gij het volk van zijn werk af? Gaat zelf aan de arbeid.
5І каже Фараон: Се намножилось тепер народу в цїй землї, а ви хочете відтягати його від роботи.
5En Farao ging voort: Er is toch al te veel van dat volk, en nu zoudt ge nog willen, dat ze het werk neerlegden.
6І дав Фараон того дня наказ посїпакам та приставникам такими словами:
6En nog diezelfde dag gaf Farao aan de slavendrijvers en onderbazen het bevel:
7Не давайте вже людям соломи на цеглу, як досї: нехай самі ходять і збирають собі солому.
7Geeft in het vervolg aan het volk geen stro meer, om tichels te maken, zoals tot nu toe; ze moeten het zelf maar bij elkaar gaan zoeken.
8Стілько ж цегол, як перше вироблювали, вимагайте від них; не поменьшуйте, бо вони лїниві; тим і кричать: Одпусти нас принести жертву Богу нашому!
8Toch moet ge evenveel tichels van hen blijven eisen, als zij tot nu toe hebben gemaakt, en er niets van laten schieten. Want ze zijn lui; en daarom schreeuwen ze: We willen onzen God een offer brengen.
9Нехай вагонить робота на сих людях важче, щоб вони пильнували, та не вважали на марні слова.
9Voor die mannen moet het werk worden verzwaard; dan zullen ze daarop blijven letten, en niet op leugens.
10І повиходили приставники людські та доглядачі, та й промовляли до людей: Ось як повелїв Фараон: Не давати вже вам соломи;
10De slavendrijvers en onderbazen brachten het over aan het volk en zeiden: Zo spreekt Farao! Ik geef u geen stro meer;
11Ходити мете самі збирати собі солому, де знайдете; однакже не буде вбавлено з роботи вашої нїже.
11ge moet het zelf maar gaan halen, waar ge het vindt, maar we laten niets schieten van wat ge moet leveren.
12І порозходились люде по всїй землї Египецькій збирати собі стерню замість соломи.
12Dus moest het volk heel Egypte afzoeken, om strostoppels te verzamelen.
13Приставники же принагляли їх і приказували: Вироблюйте роботу вашу кожного дня, як бувало даємо солому вам.
13Maar de slavendrijvers hielden er aan vast: Ge moet iedere dag evenveel blijven leveren, als toen er nog stro werd gegeven.
14І бито доглядачів із Ізраїлїв, що були поставленї над ними від приставників Фараонових, мовляючи: Чом не виробили стілько цегол вчора й сьогоднї, як перше?
14De slavendrijvers van Farao ranselden de israëlietische onderbazen af, die ze er voor aansprakelijk hadden gesteld en zeiden: Waarom levert ge nu niet evenveel tichels als vroeger?
15І приходили доглядачі з Ізраїлїв до Фараона, та й лебедїли плачучи: Про що знущаєшся так із рабів твоїх?
15De israëlietische onderbazen gingen zich bij Farao beklagen, en zeiden: Waarom laat ge uw dienaars zo behandelen?
16Не дають соломи рабам твоїм, а цеглу, кажуть, вистачайте нам цегли! І се раби твої мучені, а нарід твій вина тому.
16Uw dienaars wordt geen stro meer gegeven, en toch beveelt men ons evenveel tichels te maken. Uw dienaars worden geranseld, maar het is de schuld van uw eigen volk.
17Він же каже: Ви лїниві лежибоки! Тим і верзете: Ходїмо принести жертву Господеві.
17Maar hij antwoordde: Lui zijt ge, lui! Daarom zegt ge: We moeten aan Jahweh een offer gaan brengen.
18Ідїте ж та працюйте! Соломи не давати муть вам, а цеглу, скілько вимагають, вистачайте.
18Vooruit aan het werk! Ge krijgt geen stro, maar hetzelfde aantal stenen zult ge leveren.
19І вбачали свою лиху годину доглядачі з Ізраїлїв, яким наказано: Не поменьшуйте виробу цегли, що дня призначеного.
19Zo raakten de israëlietische onderbazen in moeilijkheid door het bevel, dat zij het aantal tichels per dag niet mochten verminderen.
20І зоткнулись вони з Мойсейом та з Ароном, як виходили вони саме од Фараона.
20Toen zij dan ook van Farao weggingen, en Moses en Aäron ontmoetten, die op hen stonden te wachten,
21І промовили до них: Нехай спогляне Господь на вас і судить; бо зробили ви смердючим дух наш перед Фараоном і перед його дворянами. Дали ви меча їм у руки повбивати нас.
21zeiden ze hun: Jahweh moge het u vergelden en u straffen; want gij hebt ons gehaat gemaakt bij Farao en zijn dienaars, en hun het zwaard in de hand gedrukt, om ons te vermoorden.
22І вернувся Мойсей до Господа, і каже: Господи Боже мій! Про що напустив єси такий напуст на сих людей? І про що се послав єси мене?
22Toen wendde Moses zich tot Jahweh en zeide: Heer, waarom hebt Gij dit volk kwaad berokkend; waarom hebt Gij mij eigenlijk gezonden?
23З того бо часу, як увійшов я промовляти твоїм імям, він почав заподїювати зло людям сим; визволити ж із неволї людей сих не визволив єси.
23Want van het ogenblik af, dat ik naar Farao ben gegaan, om in uw Naam te spreken, is dit volk er nog slechter aan toe, en Gij hebt uw volk in het geheel niet gered.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.