2 Мойсея
Chapter 2
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

2 Мойсея 2

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І був чоловік із дому Левієвого, і взяв собі жінку Левіївну.
1Nu was er een man uit de stam van Levi, die een levietisch meisje tot vrouw had genomen.
2І завагонїла й уродила сина; бачивши ж, яке воно гарне, таїлась із ним три місяцї.
2De vrouw werd zwanger, en baarde een zoon; en daar ze zag, dat het een flinke jongen was, hield ze hem drie maanden lang verborgen.
3А як не в моготу було вже таїтись, зробила йому скринечку з рогожини, та обмазала її мазюкою, осмолила смолою, та й поставила між осет уз беріг ріки.
3Maar toen ze hem niet langer kon verbergen, haalde ze voor hem een biezen mandje, bestreek dat met asfalt en pek, legde het knaapje daarin, en zette het tussen het riet aan de oever van de Nijl,
4І наглядала сестра віддалеки, щоб знати, що станеться йому.
4terwijl zijn zuster op enige afstand bleef staan, om te weten, wat er met hem zou gebeuren.
5І спустилась дочка Фараонова купатись у ріцї, а її рабинї приходили уз ріку берегом. І вгледївши скриньку проміж осетом, послала рабиню й узяла її.
5Toen nu de dochter van Farao de Nijl inging om te baden, terwijl haar slavinnen langs de oever van de Nijl op en neer wandelden, zag zij het mandje tussen het riet, en liet het door haar dienstmeisje halen.
6Відтуливши ж, бачить немовляточко в скриньцї, плачуще хлопятко. І змилосердилась дочка Фараонова, і каже: Се з Єврейняток.
6Zij maakte het open en zag, dat er een jongetje in lag te schreien. Zij had er medelijden mee, en sprak: Dat is zeker een van de hebreeuwse jongetjes.
7Каже тодї сестра хлопчикова дочцї Фараоновій: Побіжу я, покличу тобі мамку з Єврейок, щоб згодувала тобі хлопятко!
7Nu zeide zijn zuster tot de dochter van Farao: Wil ik misschien bij de hebreeuwse vrouwen een min voor u roepen, om het knaapje voor u te voeden?
8І каже їй дочка Фараонова: Біжи! І побігла дївчинка і кликнула хлопчикову матїр.
8De dochter van Farao antwoordde: Doe dat! Het meisje ging toen de eigen moeder van het kind roepen,
9І каже їй дочка Фараонова: Возьми немовлятко, та згодуй менї його; я ж дам тобі плату.
9en de dochter van Farao zeide haar: Neem dit kind mee, en voed het voor mij; ik zal u er voor betalen. De vrouw nam dus het kind mee, en voedde het.
10І знялось на ноги хлопятко, і привела його до дочки Фараонової, і був у її за сина. І дала йому імя Мойсей; бо, каже, з води взяла його.
10Toen de jongen groot genoeg was, bracht ze hem naar de dochter van Farao, die hem als haar zoon behandelde. Zij noemde hem Moses; want, zeide ze, ik heb hem uit het water gehaald.
11І стало з того часу, як Мойсей був уже дорослий, що вийшов до браття свого, та й дививсь на їх тягарі, та й побачив, як Египтянин бє Єврея зміж братів його.
11Toen Moses groot was geworden, ging hij eens naar zijn broeders. Terwijl hij daar naar hun dwangarbeid stond te kijken, zag hij, hoe een Egyptenaar een Hebreër, een van zijn broeders, neersloeg.
12Озирнувшися ж сюди й туди, і не вбачаючи нїкого, убив Египтянина та й сховав його в піску.
12Hij keek naar alle kanten uit, en toen hij niemand zag, sloeg hij den Egyptenaar dood en verborg hem in het zand.
13І вийшов другого дня, аж се двоє Євреїв бються; він і каже тому, хто скривдив: Про що нївечиш товариша?
13Daags daarop ging hij weer, en zag twee Hebreën met elkander vechten. Hij zei nu tot hem, die ongelijk had: Waarom slaat gij uw makker?
14Він же каже: Хто тебе настановив старшим і суддею над нами? Хиба задумав убити й мене тим робом, як убив Египтянина. І злякався Мойсей і каже сам собі: Чи не виявилась лишень справа?
14Hij antwoordde: Wie heeft u tot heer en rechter over ons aangesteld? Zijt gij soms van plan ook mij te vermoorden, zoals gij dien Egyptenaar hebt gedood? Nu werd Moses bang, want hij dacht: Het is dan toch bekend geworden.
15І дознався Фараон про сю справу, та й шукав приключки, щоб убити Мойсея. І втїк Мойсей од Фараона, та й оселивсь у Мидиян землї. От і седить раз біля колодязя.
15Toen dan ook Farao er van hoorde, wilde hij Moses ter dood laten brengen. Maar Moses vluchtte voor Farao, en zocht een schuilplaats in het land Midjan. Terwijl hij daar neerzat bij een put,
16А в сьвященника Мидиянського та було семеро дочок. І поприходили вони та й черпали воду, та й сповняли пійла, щоб понаповати вівцї батькові.
16kwamen de zeven dochters van den priester van Midjan om water te scheppen en de drinkbakken te vullen voor de kudde van haar vader.
17Та посходились пастухи, та й попроганяли їх. І встав Мойсей та й допоміг їм, і понаповав їх вівцї.
17Maar daar de herders haar kwamen verjagen, sprong Moses haar te hulp, en gaf haar kudde te drinken.
18І прийшли вони до Регуїля, батька свого, він і каже дочкам своїм: Чого се прийшли ви так заранї сьогоднї?
18Toen ze bij haar vader Reoeël kwamen, vroeg hij: Waarom zijt ge vandaag zo vroeg terug?
19І кажуть вони: Якийся Египтянин визволив нас од пастухів, та ще начерпав доволї й води нам, і понаповав вівцї.
19Zij antwoordden: Een Egyptenaar heeft ons van de herders bevrijd, ook water voor ons geput, en de kudde laten drinken.
20І каже він дочкам своїм: А де ж він? Про що се ви покинули чоловіка? Кликнїте лишень його, щоб у нас попоїв хлїба солї.
20Toen zei hij tot zijn dochters: Waar is hij? Waarom hebt gij dien man daar laten staan? Nodigt hem uit, om mee te eten.
21І вподобав Мойсей оселї у чоловіка сього, і він оддав Зипору, дочку свою Мойсейові.
21Zo besloot Moses bij dien man te blijven; en deze gaf Moses zijn dochter Sippora tot vrouw.
22І вродила вона сина, і дав йому він імя Герсон, бо каже: Захожим я в чужій землї.
22Zij baarde een zoon, dien hij Gersjom noemde; want hij zeide: Ik toef als gast in een vreemd land.
23І сталось у довгому протязї часу, що вмер царь Египецький. І застогнали Ізрайлитяне на паньщинї, і знялось голосїннє їх до Бога про паньщину.
23In die lange tussentijd was de koning van Egypte wel gestorven, maar de Israëlieten zuchtten en klaagden nog steeds onder de zware arbeid, en hun geschrei om verlossing uit de slavernij steeg omhoog tot God.
24І почув Бог голосїннє, і спогадав Бог заповіт з Авраамом та з Ізааком та з Яковом,
24God hoorde hun kermen en was zijn Verbond met Abraham, Isaäk en Jakob indachtig.
25І зглянувсь Бог на Ізрайлитян, і дознавсь про се Бог.
25God zag neer op Israëls kinderen en bekommerde Zich om hun lot.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.