Sabedoria 8
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ela se estende vigorosamente de uma extremidade à outra e governa todas as coisas com excelência.
1Haar kracht strekt zich uit van het ene eind tot het andere, Zij is het, die alles ten beste beschikt.
2Eu a amei e a procurei desde a juventude. Procurei tomá-la como noiva e me apaixonei por sua beleza.
2Ik had haar lief en zocht haar sinds mijn jeugd, Zocht haar te winnen als bruid; Want ik werd verliefd op haar schoonheid.
3Ela manifesta sua nobre origem por viver com Deus, e o Senhor soberano de todos a ama.
3Zij roemt haar edele afkomst; Want zij leeft in gemeenschap met God, En Hij, die de Heer is van alles, bemint haar.
4Pois ela conhece profundamente o conhecimento de Deus e escolhe suas obras.
4Ja, zij is ingewijd in de kennis van God, En is zijn raadsvrouw bij zijn werken.
5Se a riqueza é um bem desejável nesta vida, o que é mais rico do que a sabedoria, que produz todas as coisas?
5Als rijkdom een begerenswaardig bezit is in het leven, Wat is er rijker dan de wijsheid, die alles bewerkt;
6E, se o entendimento realiza obras, quem, mais do que a sabedoria, é artífice das coisas que existem?
6En als iemand naar scherpzinnigheid streeft, Wie ter wereld is vaardiger dan zij?
7Se alguém ama a justiça, os frutos do trabalho da sabedoria são virtudes, pois ela ensina temperança, entendimento, justiça e coragem. Nada há na vida mais útil para os seres humanos do que essas coisas.
7Heeft iemand de gerechtigheid lief, Heel haar streven is op deugden gericht; Want zij leert matigheid en voorzichtigheid, Rechtvaardigheid en sterkte; En niets bestaat er, dat nuttiger is Voor den mens in zijn leven.
8Se alguém deseja vasta experiência, ela conhece as coisas do passado e deduz as que virão. Entende as sutilezas dos discursos e a interpretação de enigmas. Prevê sinais e prodígios e os acontecimentos das estações e dos tempos.
8Wanneer iemand streeft naar rijke ervaring, Zij kent het verleden en doorziet de toekomst; Zij verstaat de zin van spreuken, En de oplossing van raadsels; Wonderen en tekenen kent zij te voren Met de lotgevallen van tijden en eeuwen.
9Por isso decidi tomá-la para viver comigo, sabendo que ela me daria bons conselhos e me consolaria em preocupações e tristezas.
9Ik besloot dus, haar te nemen als levensgezellin, Wetend. dat zij mij het goede zal raden, En zal troosten in zorgen en smart.
10Por causa dela terei glória entre as multidões e honra diante dos anciãos, embora eu seja jovem.
10Door haar zal ik roem verwerven bij het volk, En eer bij de oudsten, ofschoon ik nog jong ben.
11Serei considerado perspicaz quando julgar e admirado na presença dos governantes.
11Bij het rechtspreken zal ik scherpzinnig zijn, En bewondering vinden in het oog van de vorsten.
12Quando eu me calar, eles esperarão por mim. Quando eu abrir os lábios, prestarão atenção ao que digo. Se eu prolongar meu discurso, levarão a mão à boca.
12Zwijg ik, dan zullen ze wachten, Als ik spreek, aandachtig luisteren; En al voer ik nog langer het woord, Ze leggen de hand op hun mond.
13Por causa dela terei imortalidade e deixarei memória eterna para os que vierem depois de mim.
13Door haar zal ik onsterfelijkheid verwerven, Een eeuwig aandenken achterlaten bij wie na mij komen.
14Governarei povos, e nações se submeterão a mim.
14Ik zal volkeren besturen en naties onderwerpen,
15Monarcas temidos terão medo quando ouvirem falar de mim. Entre o povo, mostrarei bondade, e na guerra, coragem.
15Gevreesde tyrannen zullen met schrik van mij horen; Bij mijn volk zal ik goed zijn, En dapper in de krijg.
16Quando entrar em minha casa, descansarei junto dela. Pois conversar com ela não traz amargura, e viver com ela não traz dor, mas alegria e contentamento.
16Als ik terugkeer naar huis, bij haar vind ik rust; Want de omgang met haar heeft nimmer iets bitters, En met haar verkeren geeft nimmer verdriet, Maar vreugde en blijdschap.
17Quando considerei essas coisas comigo mesmo e refleti em meu coração que a comunhão com a sabedoria traz imortalidade,
17Omdat ik dit bij mijzelf bedacht, En overwoog in mijn hart: Dat er onsterfelijkheid ligt in het gezelschap der wijsheid,
18que em sua amizade há prazer verdadeiro, nos trabalhos de suas mãos há riqueza inesgotável, em sua companhia há entendimento, e na comunhão com suas palavras há grande renome, comecei a procurar como poderia tomá-la para mim.
18En edel genot in haar vriendschap, Onuitputtelijke rijkdom in het werk van haar handen, Doorzicht in de innige omgang met haar, En roem in het deelnemen aan haar gesprekken: Daarom zocht ik overal rond, hoe haar tot mij te nemen.
19Eu era uma criança de boa natureza e recebi uma alma boa.
19Ik was een knaap van schone gestalte, En ik had een voortreffelijke ziel ontvangen;
20Ou melhor, sendo bom, vim para um corpo sem mancha.
20Of liever, omdat ik voortreffelijk was, Kwam ik in een lichaam zonder gebreken.
21Mas, percebendo que eu não poderia possuir a sabedoria se Deus não a concedesse a mim — e reconhecer de quem vem esse dom já era sinal de entendimento — recorri ao Senhor, supliquei-lhe e disse de todo o coração:
21Maar ik begreep, haar nooit te zullen bezitten, als God ze niet gaf; En het is reeds wijsheid te weten, wiens gave zij is. Daarom wendde ik mij tot den Heer in gebed, En sprak uit het diepst van mijn hart:
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.