Spreuken 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Mijn zoon, neem mijn woorden in acht, En neem mijn wenken ter harte;
1בני שמר אמרי ומצותי תצפן אתך׃
2Onderhoud mijn geboden, opdat ge moogt leven, Let op mijn wenken als op de appel van uw oog.
2שמר מצותי וחיה ותורתי כאישון עיניך׃
3Leg ze als een band om uw vingers, Schrijf ze op de tafel van uw hart
3קשרם על אצבעתיך כתבם על לוח לבך׃
4Zeg tot de wijsheid: “gij zijt mijn zuster”, Noem het verstand: “een bekende”;
4אמר לחכמה אחתי את ומדע לבינה תקרא׃
5Opdat ze u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal.
5לשמרך מאשה זרה מנכריה אמריה החליקה׃
6Want kijkend door het venster van mijn woning Door de tralies heen,
6כי בחלון ביתי בעד אשנבי נשקפתי׃
7Lette ik op het onervaren volk, En zag onder de jongemannen een onverstandigen knaap.
7וארא בפתאים אבינה בבנים נער חסר לב׃
8Hij ging langs de straat, dicht bij haar hoek, En sloeg de richting in naar haar huis,
8עבר בשוק אצל פנה ודרך ביתה יצעד׃
9In de schemering, toen de avond viel En het nachtelijk duister.
9בנשף בערב יום באישון לילה ואפלה׃
10Daar komt de vrouw op hem af, Opzichtig gekleed met duidelijke bedoelingen.
10והנה אשה לקראתו שית זונה ונצרת לב׃
11Wat ziet ze er losbandig en lichtzinnig uit, In huis kunnen haar voeten het niet houden;
11המיה היא וסררת בביתה לא ישכנו רגליה׃
12Ze loopt de straat, de pleinen op, En bij elke hoek staat ze op wacht!
12פעם בחוץ פעם ברחבות ואצל כל פנה תארב׃
13Ze grijpt hem vast, geeft hem een kus, En zegt tot hem met een onbeschaamd gezicht:
13והחזיקה בו ונשקה לו העזה פניה ותאמר לו׃
14Dankoffers had ik te brengen, Vandaag heb ik mijn geloften betaald;
14זבחי שלמים עלי היום שלמתי נדרי׃
15Daarom ging ik naar buiten, u tegemoet, Om u te zoeken, en ik hèb u gevonden.
15על כן יצאתי לקראתך לשחר פניך ואמצאך׃
16Dekens heb ik op bed gelegd, Bonte dekens van egyptisch lijnwaad;
16מרבדים רבדתי ערשי חטבות אטון מצרים׃
17Ik heb mijn bed met myrrhe besprenkeld, Met aloë en kaneel.
17נפתי משכבי מר אהלים וקנמון׃
18Kom, laat ons dronken worden van minne, En tot de morgen zwelgen in liefde.
18לכה נרוה דדים עד הבקר נתעלסה באהבים׃
19Mijn man is niet thuis, Hij is op een verre reis;
19כי אין האיש בביתו הלך בדרך מרחוק׃
20Een buidel geld heeft hij bij zich gestoken, Dus komt hij met volle maan pas terug.
20צרור הכסף לקח בידו ליום הכסא יבא ביתו׃
21Door haar radde taal verleidde ze hem, Met haar gladde tong troonde ze hem mee.
21הטתו ברב לקחה בחלק שפתיה תדיחנו׃
22Daar loopt de sukkel met haar mee, Als een stier, die naar de slachtbank gaat; Als een hert, dat huppelt naar het net,
22הולך אחריה פתאם כשור אל טבח יבוא וכעכס אל מוסר אויל׃
23Totdat een pijl hem het hart doorboort; Als een vogel, die scheert naar de strik, En niet vermoedt, dat het om zijn leven gaat.
23עד יפלח חץ כבדו כמהר צפור אל פח ולא ידע כי בנפשו הוא׃
24Welnu dan, kinderen, luistert naar mij, Schenkt uw aandacht aan mijn woorden.
24ועתה בנים שמעו לי והקשיבו לאמרי פי׃
25Laat u niet op haar wegen verleiden, Dwaalt niet op haar paden rond.
25אל ישט אל דרכיה לבך אל תתע בנתיבותיה׃
26Want talrijke slachtoffers heeft ze gemaakt, Velen heeft ze om hals gebracht;
26כי רבים חללים הפילה ועצמים כל הרגיה׃
27Een weg naar de onderwereld is haar huis, Vandaar daalt men af naar het dodenrijk.
27דרכי שאול ביתה ירדות אל חדרי מות׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.