Spreuken 31
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Wenken voor Lemoeël, den koning van Massa, die zijn moeder hem gaf.
1דברי למואל מלך משא אשר יסרתו אמו׃
2Mijn zoon, wat zal ik u zeggen; Wat, kind van mijn schoot; Wat, kind van mijn geloften!
2מה ברי ומה בר בטני ומה בר נדרי׃
3Verkwist uw geld niet aan vrouwen, Schenk uw hart niet aan haar, die koningen verderven;
3אל תתן לנשים חילך ודרכיך למחות מלכין׃
4Dat past geen koningen, Lemoeël! Het past geen koningen, wijn te drinken; Vorsten mogen niet verzot zijn op drank.
4אל למלכים למואל אל למלכים שתו יין ולרוזנים או שכר׃
5Anders vergeten zij al drinkend de wet, En verdraaien het recht van alle verdrukten.
5פן ישתה וישכח מחקק וישנה דין כל בני עני׃
6Geef de drank maar aan hen, die ontredderd zijn, Schenk wijn aan bedroefden:
6תנו שכר לאובד ויין למרי נפש׃
7Al drinkend vergeten ze hun armoe, En denken niet meer aan hun zorgen.
7ישתה וישכח רישו ועמלו לא יזכר עוד׃
8Kom op voor hen, die niets weten te zeggen, Voor het recht van allen, die verkwijnen;
8פתח פיך לאלם אל דין כל בני חלוף׃
9Open uw mond, geef een billijk vonnis, Verschaf recht aan armen en tobbers.
9פתח פיך שפט צדק ודין עני ואביון׃
10Een flinke vrouw! Men vindt haar niet licht; Haar waarde is hoger dan die van juwelen!
10אשת חיל מי ימצא ורחק מפנינים מכרה׃
11Haar man kan vast op haar bouwen, Hem ontgaat geen winst.
11בטח בה לב בעלה ושלל לא יחסר׃
12Ze brengt hem voordeel, zolang hij leeft, Nimmer zal ze hem schaden;
12גמלתהו טוב ולא רע כל ימי חייה׃
13Ze haalt wol en linnen in huis, En verwerkt die met willige handen.
13דרשה צמר ופשתים ותעש בחפץ כפיה׃
14Als een handelsschip haalt ze van verre haar spijs,
14היתה כאניות סוחר ממרחק תביא לחמה׃
15En als het nog nacht is, staat ze al op, Bereidt ze het eten voor haar gezin, En wijst haar dienstboden de dagtaak aan.
15ותקם בעוד לילה ותתן טרף לביתה וחק לנערתיה׃
16Na rijp beraad koopt ze een akker, Van wat ze verdiende plant ze een wijngaard;
16זממה שדה ותקחהו מפרי כפיה נטע כרם׃
17Ze gordelt haar lenden met kracht, De handen steekt ze uit de mouwen.
17חגרה בעוז מתניה ותאמץ זרעותיה׃
18Ze onderzoekt, of haar huishouden loopt, Zelfs in de nacht gaat haar lamp niet uit;
18טעמה כי טוב סחרה לא יכבה בליל נרה׃
19Ze slaat de hand aan het spinnewiel, Haar vingers grijpen de klos.
19ידיה שלחה בכישור וכפיה תמכו פלך׃
20Ze is vrijgevig voor den arme, Den behoeftige stopt ze iets toe;
20כפה פרשה לעני וידיה שלחה לאביון׃
21Voor haar gezin hoeft ze de kou niet te vrezen, Want heel haar gezin heeft een dubbel stel kleren.
21לא תירא לביתה משלג כי כל ביתה לבש שנים׃
22Zelf maakt ze haar mantels, Ze gaat in lijnwaad en purper gekleed;
22מרבדים עשתה לה שש וארגמן לבושה׃
23Ook haar man valt op in de poorten, Waar hij zetelt met de oudsten van het land.
23נודע בשערים בעלה בשבתו עם זקני ארץ׃
24Ze verkoopt de eigengemaakte gewaden, En levert den handelaar gordels;
24סדין עשתה ותמכר וחגור נתנה לכנעני׃
25Ze is met kracht en voornaamheid bekleed, En kent geen angst voor de komende dag.
25עז והדר לבושה ותשחק ליום אחרון׃
26Haar mond is vol wijsheid, Een vriendelijke wenk ligt op haar tong:
26פיה פתחה בחכמה ותורת חסד על לשונה׃
27Zo gaat ze de gangen na van haar gezin, Niet in ledigheid eet ze haar brood!
27צופיה הליכות ביתה ולחם עצלות לא תאכל׃
28Haar zonen staan op, en prijzen haar gelukkig, Haar man ook geeft haar deze lof:
28קמו בניה ויאשרוה בעלה ויהללה׃
29“Menige vrouw weert zich dapper, Maar gij hebt ze allen overtroffen!”
29רבות בנות עשו חיל ואת עלית על כלנה׃
30Bedriegelijk is de bevalligheid, en broos is de schoonheid; Maar een vrouw, die Jahweh vreest, blijft geëerd.
30שקר החן והבל היפי אשה יראת יהוה היא תתהלל׃
31Laat haar genieten van wat haar handen wrochtten, In de poorten zullen haar daden haar prijzen!
31תנו לה מפרי ידיה ויהללוה בשערים מעשיה׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.