Job
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Korean Bible, 1910…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Nu nam Bildad van Sjóeach het woord, en sprak:
1수아 사람 빌닷이 대답하여 가로되
2Hoe lang nog gaat ge zó voort, En zullen uw woorden als een stormwind loeien?
2네가 어느 때까지 이런 말을 하겠으며 어느 때까지 네 입의 말이 광풍과 같겠는가
3Zou God het recht soms verkrachten, De Almachtige de gerechtigheid schenden:
3하나님이 어찌 심판을 굽게 하시겠으며 전능하신 이가 어찌 공의를 굽게 하시겠는가
4Wanneer uw kinderen tegen Hem hebben gezondigd, Dan heeft Hij hun slechts hun misdaad vergolden!
4네 자녀들이 주께 득죄하였으므로 주께서 그들을 그 죄에 붙이셨나니
5Maar als gij uw toevlucht neemt tot God, En rein en oprecht tot den Almachtige smeekt:
5네가 만일 하나님을 부지런히 구하며 전능하신 이에게 빌고
6Dan zal Hij van stonde af over u waken, En schenkt Hij u weer een rechtschapen gezin;
6또 청결하고 정직하면 정녕 너를 돌아보시고 네 의로운 집으로 형통하게 하실 것이라
7Dan schijnt uw vroeger lot slechts gering, Wordt ver door uw nieuwe staat overtroffen.
7네 시작은 미약하였으나 네 나중은 심히 창대하리라 !
8Ja, vraag het maar aan het voorgeslacht Geef acht op de bevinding van hun vaderen!
8청컨대 너는 옛시대 사람에게 물으며 열조의 터득한 일을 배울지어다
9Want wij zijn van gisteren, en weten niets, Ons leven op aarde is enkel een schaduw;
9(우리는 어제부터 있었을 뿐이라 지식이 망매하니 세상에 있는 날이 그림자와 같으니라)
10Maar zij zullen u leren, het u vertellen, En woorden spreken uit hun hart:
10그들이 네게 가르쳐 이르지 아니하겠느냐 ? 그 마음에서 나는 말을 발하지 아니하겠느냐 ?
11Schiet het riet op buiten het moeras, Groeien de biezen buiten het water?
11왕골이 진펄이 아니고 나겠으며 갈대가 물 없이 자라겠느냐 ?
12Het wordt afgesneden, terwijl het nog bloeit, En verdort vóór ieder ander gewas:
12이런 것은 푸르러도 아직 벨 때 되기 전에 다른 풀보다 일찌기 마르느니라
13Zo vergaat het allen, die God vergeten, Wordt de hoop van de bozen te schande!
13하나님을 잊어버리는 자의 길은 다 이와 같고 사곡한 자의 소망은 없어지리니
14Een herfstdraad is zijn vertrouwen, Zijn toeverlaat een spinneweb;
14그 믿는 것이 끊어지고 그 의지하는 것이 거미줄 같은즉
15Hij steunt op zijn web, maar dit houdt het niet uit, Hij grijpt het vast, maar het houdt geen stand.
15그 집을 의지할지라도 집이 서지 못하고 굳게 잡아도 집이 보존되지 못하리라
16Vol sappen staat hij in de zon, Zijn ranken verspreiden zich over zijn hof;
16식물이 일광을 받고 푸르러서 그 가지가 동산에 벋어가며
17Zijn wortels kronkelen zich over het grint, En tussen de stenen grijpt hij zich vast.
17그 뿌리가 돌 무더기에 서리어서 돌 가운데로 들어 갔을지라도
18Maar rukt men hem weg van zijn plaats, Dan verloochent ze hem:ik heb u nooit gezien!
18그 곳에서 뽑히면 그 자리도 모르는 체하고 이르기를 내가 너를 보지 못하였다 하리니
19Zo vergaat zijn leven door de mot Uit het stof ervan schieten anderen op.
19그 길의 희락은 이와 같고 그 후에 다른 것이 흙에서 나리라
20Neen, God verwerpt den brave niet, En reikt den boze geen hand.
20하나님은 순전한 사람을 버리지 아니하시고 악한 자를 붙들어 주지 아니하신즉
21Nog wordt uw mond met lachen vervuld, En uw lippen met jubel;
21웃음으로 네 입에, 즐거운 소리로 네 입술에 채우시리니
22Maar uw haters worden met schande bedekt, De tent der bozen verdwijnt!
22너를 미워하는 자는 부끄러움을 입을 것이라 악인의 장막은 없어지리라

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.