Job
Chapter 27
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Korean Bible, 1910…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1-
1욥이 또 비사를 들어 가로되
2Zo waar God leeft, die mij gerechtigheid weigert, De Almachtige, die mijn leven verbittert:
2나의 의를 빼앗으신 하나님 ! 나의 영혼을 괴롭게 하신 전능자의 사심을 가리켜 맹세하노니
3Zolang er nog een zucht in mij is, En Gods adem in mijn neus
3(나의 생명이 아직 내 속에 완전히 있고 하나님의 기운이 오히려 내 코에 있느니라)
4Zullen mijn lippen geen valsheid spreken, En zint mijn tong geen bedrog!
4결코 내 입술이 불의를 말하지 아니하며 내 혀가 궤휼을 발하지 아니하리라
5Ik denk er niet aan, u gelijk te geven, Tot mijn laatste snik houd ik mijn onschuld vol;
5나는 단정코 너희를 옳다 하지 아니하겠고 죽기 전에는 나의 순전함을 버리지 않을 것이라
6Ik houd vast aan mijn vroomheid, en geef ze niet op, Mijn hart schaamt zich over geen van mijn dagen!
6내가 내 의를 굳게 잡고 놓지 아니하리니 일평생 내 마음이 나를 책망치 아니하리라
7Moge het mijn vijand vergaan als den boze, Mijn hater als den goddeloze!
7나의 대적은 악인 같이 되고 일어나 나를 치는 자는 불의한 자같이 되기를 원하노라
8Wat hoopt de boze, als hij bidt, Als hij zijn ziel tot de Godheid verheft?
8사곡한 자가 이익을 얻었으나 하나님이 그 영혼을 취하실 때에는 무슨 소망이 있으랴
9Zal God zijn schreien horen, Wanneer de rampspoed hem treft;
9환난이 그에게 임할 때에 하나님이 어찌 그 부르짖음을 들으시랴
10Kan hij zich in den Almachtige verlustigen, Ten allen tijde roepen tot God?
10그가 어찌 전능자를 기뻐하겠느냐 항상 하나님께 불러 아뢰겠느냐 ?
11Daarna nam Sofar van Naäma het woord, en sprak: Ik zal u Gods werken leren kennen, De plannen van den Almachtige u niet verzwijgen:
11하나님의 하시는 일을 내가 너희에게 가르칠 것이요 전능자의 뜻을 내가 숨기지 아니하리라
12Zie, gij hebt het allen zelf aanschouwd: Waarom zo’n ijdele raad gegeven?
12너희가 다 이것을 보았거늘 어찌하여 아주 허탄한 사람이 되었는고
13Dit is, naar Gods bestel, het lot van den boze, Het deel der tyrannen, door den Almachtige hun toegewezen.
13악인이 하나님께 얻을 분깃, 강포자가 전능자에게 받을 산업은 이것이라
14Krijgt hij veel zonen, ze zijn bestemd voor het zwaard, En zijn kroost lijdt gebrek;
14그 자손이 번성하여도 칼을 위함이요 그 후예는 식물에 배부르지 못할 것이며
15Die hem overblijven, worden door de pest ten grave gesleept, En zijn weduwen bedrijven geen rouw.
15그 남은 자는 염병으로 묻히리니 그의 과부들이 울지 못할 것이며
16Al hoopt hij zilver op als stof, En stapelt kleren op als slijk,
16그가 비록 은을 티끌 같이 쌓고 의복을 진흙 같이 예비할지라도
17Hij stapelt ze op, maar de vrome bekleedt er zich mee, En de onschuldige erft zijn geld.
17그 예비한 것을 의인이 입을 것이요 그 은은 무죄자가 나눌 것이며
18Hij trekt zijn woning op als een spin, Aan de hut gelijk, die wachters bouwen;
18그 지은 집은 좀의 집 같고 상직군의 초막 같을 것이며
19Rijk legt hij zich neer: het is de laatste maal, Hij opent zijn ogen: hij is er niet meer.
19부자로 누우나 그 조상에게로 돌아가지 못할 것이요 눈을 뜬즉 없어졌으리라
20Verschrikkingen grijpen hem aan overdag, En ‘s nachts sleurt een stormwind hem weg;
20두려움이 물 같이 그를 따라 미칠 것이요 폭풍이 밤에 그를 빼앗아갈 것이며
21De oostenwind neemt hem op: daar gaat hij heen, Hij vaagt hem weg van zijn plaats.
21동풍이 그를 날려 보내며 그 처소에서 몰아 내리라
22Zonder erbarmen slingert God zijn pijlen op hem af, Zodat hij voor zijn slagen moet vluchten;
22하나님이 그를 아끼지 아니하시고 쏘시나니 그가 그 손에서 피하려 하여도 못할 것이라
23Men klapt over hem in de handen, En fluit hem uit zijn woonplaats na.
23사람들이 박장하며 비소하고 그 처소에서 몰아내리라

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.