Job
Chapter 30
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Korean Bible, 1910…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Maar thans lachen jongere mensen mij uit, Lieden, wier vaders te min voor mij waren, Om ze bij mijn herdershonden te zetten;
1그러나 이제는 나보다 젊은 자들이 나를 기롱하는구나 그들의 아비들은 나의 보기에 나의 양떼 지키는 개 중에도 둘만하지 못한 자니라
2Wier sterke hand mij zelfs niet kan dienen, Daar al hun kracht verloren ging,
2그들은 장년의 기력이 쇠한 자니 그 손의 힘이 내게 무엇이 유익하랴
3Door gebrek en honger is uitgeput. Lieden, die de stronken afknagen in de woestijn, In het land der steppe en wildernis;
3그들은 곧 궁핍과 기근으로 파리하매 캄캄하고 거친 들에서 마른 흙을 씹으며
4Die zilte kruiden van de struiken plukken, En zich voeden met de wortels der brem;
4떨기나무 가운데서 짠 나물도 꺾으며 대싸리 뿌리로 식물을 삼느니라
5Die uit de samenleving zijn weggejaagd, En die men naschreeuwt als dieven.
5무리는 도적을 외침 같이 그들에게 소리지름으로 그들은 사람 가운데서 쫓겨나서
6Lieden, die in de krochten van afgronden wonen, In aardholen en rotsen;
6침침한 골짜기와 구덩이와 바위 구멍에서 살며
7Die balken tussen de struiken, Samenhokken onder de netels;
7떨기나무 가운데서 나귀처럼 부르짖으며 가시나무 아래 모여 있느니라
8Die als een dwaas en naamloos broed Weggezweept zijn uit het land.
8그들은 본래 미련한 자의 자식이요 비천한 자의 자식으로서 고토에서 쫓겨난 자니라
9En thans ben ik hun spotlied geworden, En de stof voor hun praat.
9이제는 내가 그들의 노래가 되며 그들의 조롱거리가 되었고
10Vol afschuw blijven ze op een afstand staan, En ontzien zich niet, mij in het gezicht te spuwen.
10그들은 나를 미워하여 멀리하고 내 얼굴에 침 뱉기를 주저하지 아니하나니
11Zij mishandelen mij, nu ze hun teugel hebben losgerukt Hun breidel hebben afgeworpen.
11이는 하나님이 내 줄을 늘어지게 하시고 나를 곤고케 하시매 무리가 내 앞에서 굴레를 벗었음이니라
12Aan mijn rechterhand verheft zich dat broed, Mijn voeten stoten hen weg; Ze banen tegen mij hun onheilspaden,
12그 낮은 무리가 내 우편에서 일어나 내 발을 밀뜨리고 나를 대적하여 멸망시킬 길을 쌓으며
13En vernielen mijn weg, om mij te verderven. Ze trekken op, er is niemand, die hen weerhoudt,
13도울 자 없는 그들이 내 길을 헐고 내 재앙을 재촉하는구나
14Als door een wijde bres rukken ze aan. Onder de puinhopen kwam ze aangerold
14성을 크게 파괴하고 그 파괴한 가운데로 몰려 들어 오는것 같이 그들이 내게로 달려드니
15Keerde zich tegen mij de verschrikking; Als een stormwind waaide mijn aanzien weg, Mijn geluk dreef voorbij als een wolk.
15놀람이 내게 임하는구나 그들이 내 영광을 바람 같이 모니 내 복록이 구름 같이 지나갔구나
16En thans stort zich mijn ziel in mij uit, Grijpen de dagen van rampspoed mij aan!
16이제는 내 마음이 내 속에서 녹으니 환난날이 나를 잡음이라
17Des nachts wordt mijn gebeente doorboord, En nemen mijn knagende pijnen geen rust;
17밤이 되면 내 뼈가 쑤시니 나의 몸에 아픔이 쉬지 아니하는구나
18Door het grote geweld is mijn vlees ontredderd, Het knelt mij als de kraag van mijn kleed.
18하나님의 큰 능력으로 하여 옷이 추하여져서 옷깃처럼 내몸에 붙었구나
19God heeft mij in de modder geworpen, Ik zie er uit als stof en as.
19하나님이 나를 진흙 가운데 던지셨고 나로 티끌과 재같게 하셨구나
20Ik roep tot U, maar Gij antwoordt niet; Ik sta overeind, maar Gij let niet op mij.
20내가 주께 부르짖으오나 주께서 대답지 아니하시오며 내가 섰사오나 주께서 굽어보시기만 하시나이다
21Gij zijt wreed tegen mij, Met uw krachtige hand bestookt Gij mij;
21주께서 돌이켜 내게 잔혹히 하시고 완력으로 나를 핍박하시오며
22Gij heft mij op, jaagt mij voort op de wind, Een noodweer lost mij in water op.
22나를 바람 위에 들어 얹어 불려가게 하시며 대풍 중에 소멸케 하시나이다
23Ja, ik weet, Gij leidt mij ten dode, Naar de verzamelplaats van al wat leeft.
23내가 아나이다 주께서 나를 죽게 하사 모든 생물을 위하여 정한 집으로 끌어 가시리이다
24Maar steekt een drenkeling de hand niet uit, Roept men in zijn ellende niet om hulp?
24그러나 사람이 넘어질 때에 어찌 손을 펴지 아니하며 재앙을 당할때에 어찌 도움을 부르짖지 아니하겠는가
25Heb ik zelf niet geweend over den zwaar beproefde, Was ik over den arme niet zielsbedroefd?
25고생의 날 보내는 자를 위하여 내가 울지 아니하였는가 빈궁한 자를 위하여 내 마음에 근심하지 아니하였는가
26Ja, ik hoopte op geluk, maar het onheil kwam; Ik verwachtte het licht, maar het duister viel in.
26내가 복을 바랐더니 화가 왔고 광명을 기다렸더니 흑암이 왔구나
27Mijn binnenste kookt, en komt niet tot rust, Dagen van jammer treden mij tegen.
27내 마음이 어지러워서 쉬지 못하는구나 환난 날이 내게 임하였구나
28Zwart loop ik rond, maar niet van de zon; Sta ik op in de gemeente, ik roep om hulp!
28나는 햇볕에 쬐지 않고 검어진 살을 가지고 걸으며 공회 중에 서서 도움을 부르짖고 있느니라
29Ik ben een broer van de jakhalzen, Een makker der struisen;
29나는 이리의 형제요 타조의 벗이로구나
30Mijn huid is zwart, en laat van mij los, Mijn beenderen branden van koorts;
30내 가죽은 검어져서 떨어졌고 내 뼈는 열기로 하여 탔구나
31Mijn citer is voor rouwklacht gestemd, Mijn fluit voor geween!.
31내 수금은 애곡성이 되고 내 피리는 애통성이 되었구나

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.