Job 40
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Nu vervolgde Jahweh tot Job, en sprak:
1여호와께서 또 욥에게 말씀하여 가라사대
2Zal nu de bediller van den Almachtige zwijgen; Of weet de vitter op God hier nog antwoord op?
2변박하는 자가 전능자와 다투겠느냐 ? 하나님과 변론하는 자는 대답할지니라
3Maar Job antwoordde Jahweh, en sprak:
3욥이 여호와께 대답하여 가로되
4Ik ben lichtzinnig geweest: Wat zou ik hierop kunnen zeggen; Ik leg mijn hand op mijn mond.
4나는 미천하오니 무엇이라 주께 대답하리이까 손으로 내 입을 가릴 뿐이로소이다
5Ik heb eens gesproken, maar doe het niet weer; Tweemaal, maar ik begin niet opnieuw!
5내가 한두번 말하였사온즉 다시는 더하지도 아니하겠고 대답지도 아니하겠나이다
6Maar Jahweh vervolgde, en sprak tot Job in de storm
6여호와께서 폭풍 가운데서 욥에게 말씀하여 가라사대
7Omgord uw lenden als een man, Ik zal u vragen stellen, gij moogt Mij leren!
7너는 대장부처럼 허리를 묶고 내가 네게 묻는 것을 대답할지니라
8Wilt ge ook nu nog mijn gerechtigheid loochenen, Mij in het ongelijk stellen, om gelijk te hebben?
8네가 내 심판을 폐하려느냐 ? 스스로 의롭다 하려 하여 나를 불의하다 하느냐 ?
9Hebt ge dan een arm, zoals God, Kunt ge donderen met een stem als de zijne?
9네가 하나님처럼 팔이 있느냐 ? 하나님처럼 우렁차게 울리는 소리를 내겠느냐 ?
10Tooi u dan eens met grootheid en luister, Bekleed u met glorie en majesteit!
10너는 위엄과 존귀로 스스로 꾸미며 영광과 화미를 스스로 입을지니라
11Stort eens uw toorn in stromen uit, En verneder, wat trots is, met uw blik;
11너의 넘치는 노를 쏟아서 교만한 자를 발견하여 낱낱이 낮추되
12Zie op alle hoogmoedigen neer, en trap ze ineen, Verpletter de bozen terstond;
12곧 모든 교만한 자를 발견하여 낮추며 악인을 그 처소에서 밟아서
13Stop ze allen weg in de grond, Zet ze gevangen in het verborgen oord:
13그들을 함께 진토에 묻고 그 얼굴을 싸서 어둑한 곳에 둘지니라
14Dan zal Ik de eerste zijn, die u prijst, Omdat het uw rechterhand is, die u helpt!
14그리하면 네 오른손이 너를 구원할 수 있다고 내가 인정하리라
15Maar zie, daar staat het Nijlpaard, dat Ik heb geschapen, Het vreet gras als een rund.
15이제 소 같이 풀을 먹는 하마를 볼지어다 내가 너를 지은 것 같이 그것도 지었느니라
16Zie eens, wat kracht in zijn lenden, Wat sterkte in de spieren van zijn buik!
16그 힘은 허리에 있고 그 세력은 배의 힘줄에 있고
17Hij spant zijn staart als een ceder, De spieren van zijn dijen tot een bundel;
17그 꼬리 치는 것은 백향목이 흔들리는 것 같고 그 넓적다리 힘줄은 서로 연락되었으며
18Zijn schonken zijn koperen buizen, Zijn knoken als ijzeren staven.
18그 뼈는 놋관 같고 그 가릿대는 철장 같으니
19Hij is het meesterwerk van God Gemaakt, om over zijn buurtschap te heersen!
19그것은 하나님의 창조물 중에 으뜸이라 그것을 지은 자가 칼을 주었고
20Ja, de bergen brengen hem schatting, Met al het wild, dat daar speelt;
20모든 들 짐승의 노는 산은 그것을 위하여 식물을 내느니라
21Onder de lotus vleit hij zich neer, Verscholen in riet en moeras;
21그것이 연 줄기 아래나 갈 밭 가운데나 못속에 엎드리니
22Lotusstruiken beschutten hem met hun schaduw, De waterwilgen staan om hem heen;
22연 그늘이 덮으며 시내 버들이 둘렀구나
23Al raast de stroom, hij is niet bang, Onverschrokken, al stijgt de Jordaan tot zijn muil.
23하수가 창일한다 할지라도 그것이 놀라지 않고 요단강이 불어 그 입에 미칠지라도 자약하니
24Wie durft hem bij zijn ogen grijpen, Zijn neus met harpoenen doorboren!
24그것이 정신 차리고 있을 때에 누가 능히 잡을 수 있겠으며 갈고리로 그 코를 꿸 수 있겠느냐 ?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.