Job 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Luister nu, Job, naar mijn rede, En leen het oor aan heel mijn betoog.
1그런즉 욥이여 ! 내 말을 들으며 나의 모든 말에 귀를 기울이기를 원하노라
2Zie, ik heb mijn mond geopend, Mijn tong in mijn gehemelte spreekt;
2내가 입을 여니 내 혀가 입에서 동하는구나
3Mijn hart stort woorden van wijsheid uit, Mijn lippen verkonden duidelijke taal!
3내 말이 내 마음의 정직함을 나타내고 내 입술이 아는 바를 진실히 말하리라
4De geest van God heeft mij gemaakt, De adem van den Almachtige mij het leven geschonken;
4하나님의 신이 나를 지으셨고 전능자의 기운이 나를 살리시느니라
5Antwoord mij dus, zo ge kunt; Houd u gereed, stel u tegen mij op!
5네가 할 수 있거든 일어서서 내게 대답하고 내 앞에 진술하라
6Ik ben dus voor God aan u gelijk, Ook ik ben gekneed uit leem:
6나와 네가 하나님 앞에서 일반이니 나도 흙으로 지으심을 입었은즉
7Dus behoeft u geen vrees voor mij te verschrikken Mijn hand niet zwaar u te drukken.
7내 위엄으로는 너를 두렵게 하지 못하고 내 권세로는 너를 누르지 못하느니라
8Ge hebt voor mijn eigen oren verklaard, En ik heb uw woorden verstaan:
8네가 실로 나의 듣는데 말하였고 나는 네 말소리를 들었느니라 이르기를
9“Ik ben rein, zonder zonde, Ik ben zuiver, op mij rust geen schuld!”
9나는 깨끗하여 죄가 없고 허물이 없으며 불의도 없거늘
10“Toch vindt Hij klachten tegen mij, En behandelt mij als zijn vijand;
10하나님이 나를 칠 틈을 찾으시며 나를 대적으로 여기사
11Hij steekt mijn voeten in het blok, Bespiedt al mijn gangen.
11내 발을 착고에 채우시고 나의 모든 길을 감시하신다 하였느니라
12Zie, als ik roep, antwoordt Hij niet Want God is groter dan een mens!”
12내가 네게 대답하리라 이 말에 네가 의롭지 못하니 하나님은 사람보다 크심이니라
13Hoe hebt ge Hem durven verwijten, Dat Hij op geen van uw woorden antwoord geeft?
13하나님은 모든 행하시는 것을 스스로 진술치 아니하시나니 네가 하나님과 변쟁함은 어찜이뇨
14Het is, omdat God slechts eenmaal spreekt, En het geen tweede keer herhaalt:
14사람은 무관히 여겨도 하나님은 한번 말씀하시고 다시 말씀하시되
15In een droom, in een nachtelijk visioen In de sluimering op de sponde.
15사람이 침상에서 졸며 깊이 잠들 때에나 꿈에나 밤의 이상 중에
16Dan opent Hij het oor van de mensen, En verschrikt hen door zijn visioenen,
16사람의 귀를 여시고 인치듯 교훈하시나니
17Om den mens van trots te weerhouden, Den man voor hoogmoed te behoeden;
17이는 사람으로 그 꾀를 버리게 하려 하심이며 사람에게 교만을 막으려 하심이라
18Om zo zijn ziel voor de groeve te bewaren, Zijn leven voor de gang naar het graf.
18그는 사람의 혼으로 구덩이에 빠지지 않게 하시며 그 생명으로 칼에 멸망치 않게 하시느니라
19Dan kastijdt Hij hem door smart op zijn sponde, Door een koorts in zijn beenderen zonder eind,
19혹시는 사람이 병상의 고통과 뼈가 늘 쑤심의 징계를 받나니
20Zodat zijn leven van het brood gaat walgen, Zijn ziel van de begeerlijkste spijs;
20그의 마음은 식물을 싫어하고 그의 혼은 별미를 싫어하며
21Zijn vlees slinkt zienderogen weg, Zijn gebeente, eens onzichtbaar, ligt bloot.
21그의 살은 파리하여 보이지 아니하고 보이지 않던 뼈가 드러나서
22Maar zelfs als zijn ziel het graf al nabij is, Zijn leven het oord van de doden: Zo hij besluit in zijn hart, zich tot God te keren En hij zijn dwaasheid erkent:
22그의 혼이 구덩이에, 그의 생명이 멸하는 자에게 가까와지느니라
23Dan treedt er voor hem een engel op, Een tolk, een uit de duizend. Dan wijst hij den mens op zijn plicht,
23그럴 때에 만일 일천 천사 가운데 하나가 그 사람의 해석자로 함께 있어서 그 정당히 행할 것을 보일진대
24Ontfermt zich zijner, en spreekt: Laat hem toch niet in de groeve dalen, Ik heb zijn losprijs gevonden
24하나님이 그 사람을 긍휼히 여기사 이르시기를 그를 건져서 구덩이에 내려가지 않게 하라 내가 대속물을 얻었다 하시리라
25Zijn vlees worde frisser dan in zijn jeugd, Hij kere tot zijn jonkheid terug!
25그런즉 그 살이 어린 아이보다 연하여져서 소년 때를 회복할 것이요
26Dan laat God Zich verbidden; genadig neemt Hij hem aan, Doet hem zijn aanschijn met jubel aanschouwen, En schenkt den mens zijn gerechtigheid terug.
26그는 하나님께 기도하므로 하나님이 은혜를 베푸사 그로 자기의 얼굴을 즐거이 보게 하시고 사람에게 그 의를 회복시키시느니라
27Dan juicht hij het uit voor de mensen, en zegt: Ik heb gezondigd, het recht verdraaid, Maar Hij heeft het niet op mij gewroken!
27그가 사람 앞에서 노래하여 이르기를 내가 전에 범죄하여 시비를 바꾸었으나 내게 무익하였었구나
28Zo behoedt Hij zijn ziel voor de gang naar het graf, En verlustigt zijn leven zich in het licht!
28하나님이 내 영혼을 건지사 구덩이에 내려가지 않게 하셨으니 내 생명이 빛을 보겠구나 하리라
29Zie, dit alles doet God Tweemaal, driemaal met een mens:
29하나님이 사람에게 이 모든 일을 재삼 행하심은
30Hij brengt zijn leven terug van het graf, En bestraalt hem met het levenslicht!
30그 영혼을 구덩이에서 끌어 돌이키고 생명의 빛으로 그에게 비취려 하심이니라
31Luister dus, Job, en hoor naar mij; Zwijg stil, en laat het spreken aan mij.
31욥이여 ! 귀를 기울여 내게 들으라 잠잠하라 내가 말하리라
32Hebt ge dan iets te zeggen, antwoord mij; Spreek dan, want ik geef u gaarne gelijk.
32만일 할 말이 있거든 대답하라 내가 너를 의롭게 하려 하노니 말하라
33Zo niet, luister naar mij, En zwijg, ik zal u wijsheid leren!
33만일 없으면 내 말을 들으라 잠잠하라 내가 지혜로 너를 가르치리라
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.