Johannes 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Daarna trok Jesus in Galilea rond; want Hij wilde niet in Judea vertoeven, omdat de Joden Hem zochten te doden.
1這事以後,耶穌在 加利利 遊行,不願在 猶太 遊行,因為 猶太 人想要殺他。
2Maar toen het loofhuttenfeest der Joden begon te naderen,
2當時 猶太 人的住棚節近了。
3zeiden zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier en ga naar Judea, opdat ook uw leerlingen de werken zien, die Gij verricht.
3耶穌的弟兄就對他說:「你離開這裏上 猶太 去吧,叫你的門徒也看見你所行的事。
4Want niemand handelt in het verborgen, als hij bekend wil worden. Nu Gij toch deze dingen doet, vertoon U dan ook aan de wereld.
4人要顯揚名聲,沒有在暗處行事的;你如果行這些事,就當將自己顯明給世人看。」
5Want ook zijn broeders zelf geloofden niet in Hem.
5因為連他的弟兄 說這話 ,是因為不信他。
6Jesus sprak dus tot hen: Mijn tijd is nog niet gekomen; maar uw tijd is er steeds.
6耶穌就對他們說:「我的時候還沒有到;你們的時候常是方便的。
7U kan de wereld niet haten; maar Mij haat ze wel, omdat Ik getuig, dat haar werken boos zijn.
7世人不能恨你們,卻是恨我,因為我指證他們所做的事是惡的。
8Gaat zelf maar naar dit feest; Ik ga nog niet naar dit feest, omdat mijn tijd nog niet is gekomen.
8你們上去過節吧,我現在不上去過這節,因為我的時候還沒有滿。」
9Zo sprak Hij tot hen; en Hij bleef in Galilea.
9耶穌說了這話,仍舊住在 加利利 。
10Eerst toen zijn broeders waren vertrokken, vertrok Hij ook zelf naar het feest; niet publiek, maar in stilte.
10但他弟兄上去以後,他也上去過節,不是明去,似乎是暗去的。
11De Joden nu zochten Hem op het feest, en zeiden: Waar is Hij?
11正在節期, 猶太 人尋找耶穌,說:「他在哪裏?」
12En er werd veel over Hem onder de menigte gemompeld. Sommigen zeiden: Hij is goed; anderen weer: Neen, Hij misleidt het volk.
12眾人為他紛紛議論,有的說:「他是好人。」有的說:「不然,他是迷惑眾人的。」
13Maar niemand sprak publiek over Hem, uit vrees voor de Joden.
13只是沒有人明明地講論他,因為怕 猶太 人。
14Toen het feest reeds half voorbij was, ging Jesus naar de tempel, en trad als leraar op.
14到了節期,耶穌上殿裏去教訓人。
15De Joden stonden verwonderd, en zeiden: Hoe is Hij zo geleerd, ofschoon Hij niet onderwezen is?
15猶太 人就希奇,說:「這個人沒有學過,怎麼明白書呢?」
16Jesus antwoordde hun en sprak: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft.
16耶穌說:「我的教訓不是我自己的,乃是那差我來者的。
17Zo iemand bereid is, zijn wil te volbrengen, dan zal hij weten, of die leer uit God is, of dat Ik spreek uit Mijzelf.
17人若立志遵着他的旨意行,就必曉得這教訓或是出於上帝,或是我憑着自己說的。
18Wie uit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar wie de eer zoekt van Hem, die hem gezonden heeft, hij is waarachtig, en er is in hem geen bedrog.
18人憑着自己說,是求自己的榮耀;惟有求那差他來者的榮耀,這人是真的,在他心裏沒有不義。
19Heeft Moses u niet de Wet gegeven? En toch niemand van u onderhoudt de Wet.
19摩西 豈不是傳律法給你們嗎?你們卻沒有一個人守律法。為甚麼想要殺我呢?」
20Waarom zoekt gij Mij te doden? De menigte antwoordde: Gij zijt van den duivel bezeten; wie zoekt U te doden?
20眾人回答說:「你是被鬼附着了!誰想要殺你?」
21Jesus antwoordde hun, en sprak: Slechts één enkel werk heb Ik verricht, en toch staat gij allen daarover versteld.
21耶穌說:「我做了一件事,你們都以為希奇。
22Moses heeft u de besnijdenis gegeven; niet dat ze van Moses afkomstig is, maar van de aartsvaders; en op sabbat dient gij iemand de besnijdenis toe.
22摩西 傳割禮給你們(其實不是從 摩西 起的,乃是從祖先起的),因此你們也在安息日給人行割禮。
23Zo iemand op sabbat de besnijdenis ontvangt, om niet de Wet van Moses te schenden, zijt gij dan verbitterd op Mij, omdat Ik een mens heel en al gezond heb gemaakt op de sabbat?
23人若在安息日受割禮,免得違背 摩西 的律法,我在安息日叫一個人全然好了,你們就向我生氣嗎?
24Oordeelt niet naar de uiterlijke schijn, maar velt een rechtvaardig oordeel.
24不可按外貌斷定是非,總要按公平斷定是非。」
25Sommigen van de Jerusalemmers zeiden: Is Hij het niet, dien men zoekt te doden?
25耶路撒冷 人中有的說:「這不是他們想要殺的人嗎?
26En zie, Hij spreekt in het openbaar, en men zegt Hem niets. Zouden dan de overheden werkelijk hebben erkend, dat Hij de Christus is?
26你看他還明明地講道,他們也不向他說甚麼,難道官長真知道這是基督嗎?
27Maar van Hem weten we, waar Hij vandaan is; als echter de Christus komt, weet niemand, waar Hij vandaan komt.
27然而,我們知道這個人從哪裏來;只是基督來的時候,沒有人知道他從哪裏來。」
28Toen leerde Jesus met luider stem in de tempel, en sprak: Gij kent Mij, en gij weet ook, waar Ik vandaan ben? En toch ben Ik niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij, die Mij gezonden heeft, is de Waarachtige; Dien kent gij niet.
28那時,耶穌在殿裏教訓人,大聲說:「你們也知道我,也知道我從哪裏來;我來並不是由於自己。但那差我來的是真的。你們不認識他,
29Ik ken Hem wel, omdat Ik van Hem ben uitgegaan, en omdat Hij Mij heeft gezonden.
29我卻認識他;因為我是從他來的,他也是差了我來。」
30Toen zocht men Hem gevangen te nemen; toch sloeg niemand de hand aan Hem, omdat zijn uur nog niet was gekomen.
30他們就想要捉拿耶穌;只是沒有人下手,因為他的時候還沒有到。
31Uit de menigte geloofden er velen in Hem. Ze zeiden: Zal de Christus, als Hij komt, meer tekenen doen dan Hij verricht?
31但眾人中間有好些信他的,說:「基督來的時候,他所行的神蹟豈能比這人所行的更多嗎?」
32De farizeën hoorden de menigte aldus over Hem mompelen; daarom zonden de opperpriesters en farizeën dienaars uit, om Hem gevangen te nemen.
32法利賽人聽見眾人為耶穌這樣紛紛議論,祭司長和法利賽人就打發差役去捉拿他。
33Nu sprak Jesus: Nog korte tijd ben Ik bij u; dan ga Ik terug naar Hem, die Mij heeft gezonden.
33於是耶穌說:「我還有不多的時候和你們同在,以後就回到差我來的那裏去。
34Gij zult Mij zoeken maar niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.
34你們要找我,卻找不着;我所在的地方你們不能到。」
35De Joden zeiden dan tot elkander: Waar wil Hij heen, dat we Hem niet zullen vinden? Wil Hij soms naar de verstrooiing der heidenen gaan, en de heidenen onderrichten?
35猶太 人就彼此對問說:「這人要往哪裏去,叫我們找不着呢?難道他要往散住 希臘 中的 猶太 人那裏去教訓 希臘 人嗎?
36Wat betekent dit woord, dat Hij sprak: Gij zult Mij zoeken, maar niet vinden; en: Waar Ik ben, kunt gij niet komen?
36他說:『你們要找我,卻找不着;我所在的地方,你們不能到』,這話是甚麼意思呢?」
37Op de laatste en grootste dag van het feest, stond Jesus daar, en riep met luider stem: Zo iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; hij drinke,
37節期的末日,就是最大之日,耶穌站着高聲說:「人若渴了,可以到我這裏來喝。
38wie in Mij gelooft. Zoals de Schrift heeft gezegd: “Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”.
38信我的人就如經上所說:『從他腹中要流出活水的江河來。』」
39Dit zeide Hij van den Geest, dien zij zouden ontvangen, die in Hem zouden geloven. Want de Geest was er nog niet, daar Jesus nog niet verheerlijkt was.
39耶穌這話是指着信他之人要受 聖 靈說的。那時還沒有 賜下聖 靈 來 ,因為耶穌尚未得着榮耀。
40Bij het horen dezer woorden zeiden sommigen van het volk: Deze is zeker de profeet.
40眾人聽見這話,有的說:「這真是那先知。」
41Anderen zeiden: Hij is de Christus. Weer anderen zeiden: Komt dan de Christus uit Galilea?
41有的說:「這是基督。」但也有的說:「基督豈是從 加利利 出來的嗎?
42Heeft dan de Schrift niet gezegd, dat de Christus uit het geslacht van David komt, en uit Bétlehem, het dorp, waar David woonde?
42經上豈不是說『基督是 大衛 的後裔,從 大衛 本鄉 伯利恆 出來的』嗎?」
43Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk.
43於是眾人因着耶穌起了紛爭。
44Sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem.
44其中有人要捉拿他,只是無人下手。
45Nu kwamen ook de dienaars bij de opperpriesters en farizeën terug. Deze laatsten zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet meegebracht?
45差役回到祭司長和法利賽人那裏。他們對差役說:「你們為甚麼沒有帶他來呢?」
46De dienaars antwoordden: Nooit heeft iemand zó gesproken als deze man.
46差役回答說:「從來沒有像他這樣說話的!」
47De farizeën antwoordden hun: Hebt ook gij u laten misleiden?
47法利賽人說:「你們也受了迷惑嗎?
48Heeft soms iemand van de overheden of van de farizeën in Hem geloofd?
48官長或是法利賽人豈有信他的呢?
49Ja, dat volk, dat de Wet niet kent: vervloekt zijn ze.
49但這些不明白律法的百姓是被咒詛的!」
50Maar één van hen, Nikodemus, die vroeger Hem eens had bezocht, sprak tot hen:
50內中有 尼哥德慕 ,就是從前去見耶穌的,對他們說:
51Onze Wet veroordeelt niemand, zonder hem vooraf te hebben gehoord, en zonder te weten, wat hij doet.
51「不先聽本人的口供,不知道他所做的事,難道我們的律法還定他的罪嗎?」
52Ze gaven hem ten antwoord: Zijt gij soms uit Galilea? Onderzoek het maar; dan zult ge erkennen, dat er geen profeet uit Galilea opstaat.
52他們回答說:「你也是出於 加利利 嗎?你且去查考,就可知道 加利利 沒有出過先知。」
53Daarop gingen ze allen naar huis.
no verse 53 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.