Johannes 18
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Na deze rede ging Jesus met zijn leerlingen naar buiten, de Kedronbeek over; daar was een hof, die Hij met zijn leerlingen binnenging.
1耶穌說了這話,就同門徒出去,過了 汲淪溪 。在那裏有一個園子,他和門徒進去了。
2Ook Judas, zijn verrader, kende de plaats, omdat Jesus daar dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen.
2賣耶穌的 猶大 也知道那地方,因為耶穌和門徒屢次上那裏去聚集。
3Judas nam dus de krijgsbende en de trawanten der opperpriesters en farizeën met zich mee, en trok er heen met lantaarnen, fakkels en wapens.
3猶大 領了一隊兵,和祭司長並法利賽人的差役,拿着燈籠、火把、兵器,就來到園裏。
4Jesus, bewust van al wat Hem overkomen zou, trad naar voren, en sprak tot hen: Wien zoekt gij?
4耶穌知道將要臨到自己的一切事,就出來對他們說:「你們找誰?」
5Men antwoordde Hem: Jesus van Názaret. Jesus zeide hun: Ik ben het. Ook Judas, die Hem verried, stond bij hen.
5他們回答說:「找 拿撒勒 人耶穌。」耶穌說:「我就是!」賣他的 猶大 也同他們站在那裏。
6Maar toen Hij hun zeide: “Ik ben het”‘, deinsden ze terug, en vielen ter aarde.
6耶穌一說「我就是」,他們就退後倒在地上。
7Hij vroeg hun opnieuw: Wien zoekt gij? Ze zeiden: Jesus van Názaret.
7他又問他們說:「你們找誰?」他們說:「找 拿撒勒 人耶穌。」
8Jesus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Zo gij Mij zoekt, laat hèn dan gaan.
8耶穌說:「我已經告訴你們,我就是。你們若找我,就讓這些人去吧。」
9Want het woord moest worden vervuld, dat Hij gesproken had: Van hen, die Gij Mij hebt gegeven, heb Ik niemand verloren doen gaan.
9這要應驗耶穌從前的話,說:「你所賜給我的人,我沒有失落一個。」
10Toen trok Simon Petrus het zwaard, dat hij droeg, trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af. De knecht heette Malchus.
10西門‧彼得 帶着一把刀,就拔出來,將大祭司的僕人砍了一刀,削掉他的右耳;那僕人名叫 馬勒古 。
11Maar Jesus sprak tot Petrus: Steek het zwaard in de schede; of zou Ik de beker niet drinken, die de Vader Mij heeft gegeven?
11耶穌就對 彼得 說:「收刀入鞘吧,我父所給我的那杯,我豈可不喝呢?」
12Nu namen de krijgsbenden met den hoofdman en de trawanten der Joden Jesus gevangen, en boeiden Hem.
12那隊兵和千夫長,並 猶太 人的差役就拿住耶穌,把他捆綁了,
13Het eerst voerden ze Hem naar Annas; want hij was de schoonvader van Káifas, die dat jaar hogepriester was.
13先帶到 亞那 面前,因為 亞那 是本年作大祭司 該亞法 的岳父。
14Het was die Káifas, die aan de Joden de raad had gegeven: Het is goed, dat één mens sterft voor het volk.
14這 該亞法 就是從前向 猶太 人發議論說「一個人替百姓死是有益的」那位。
15Simon Petrus en een andere leerling waren Jesus gevolgd. Deze leerling nu was met den hogepriester bekend; hij ging met Jesus de voorhof van den hogepriester binnen,
15西門‧彼得 跟着耶穌,還有一個門徒跟着。那門徒是大祭司所認識的,他就同耶穌進了大祭司的院子。
16terwijl Petrus buiten aan de deur bleef staan. Nu kwam echter de andere leerling, die met den hogepriester bekend was, naar buiten, sprak met de deurwachteres, en bracht Petrus naar binnen.
16彼得 卻站在門外。大祭司所認識的那個門徒出來,和看門的使女說了一聲,就領 彼得 進去。
17Maar het dienstmeisje, de deurwachteres, zei tot Petrus: Zijt gij ook niet een der leerlingen van dien man? Hij zei: Neen.
17那看門的使女對 彼得 說:「你不也是這人的門徒嗎?」他說:「我不是。」
18Daar het koud was, hadden de knechten en trawanten een kolenvuur aangelegd, en stonden zich te warmen. Ook Petrus stond zich bij hen te warmen.
18僕人和差役因為天冷,就生了炭火,站在那裏烤火; 彼得 也同他們站着烤火。
19De hogepriester ondervroeg Jesus nu over zijn leerlingen en over zijn leer.
19大祭司就以耶穌的門徒和他的教訓盤問他。
20Jesus antwoordde hem: Ik heb openlijk tot de wereld gesproken; Ik heb altijd in de synagoge en in de tempel geleerd, waar alle Joden samenkomen, en nooit heb Ik iets in het geheim gezegd.
20耶穌回答說:「我從來是明明地對世人說話。我常在會堂和殿裏,就是 猶太 人聚集的地方教訓人;我在暗地裏並沒有說甚麼。
21Wat ondervraagt ge Mij? Ondervraag hen, die gehoord hebben, wat Ik tot hen heb gesproken. Zie, zij weten, wat Ik gezegd heb.
21你為甚麼問我呢?可以問那聽見的人,我對他們說的是甚麼;我所說的,他們都知道。」
22Bij deze woorden gaf een der trawanten, die bij Jesus had post gevat, Hem een kaakslag, en zeide: Antwoordt Gij den hogepriester zó?
22耶穌說了這話,旁邊站着的一個差役用手掌打他,說:「你這樣回答大祭司嗎?」
23Jesus antwoordde hem: Als Ik verkeerd heb gesproken, bewijs dan, dat het verkeerd was; maar heb Ik goed gesproken, waarom slaat ge Mij dan?
23耶穌說:「我若說的不是,你可以指證那不是;我若說的是,你為甚麼打我呢?」
24Toen zond Annas Hem geboeid naar den hogepriester Káifas.
24亞那 就把耶穌解到大祭司 該亞法 那裏,仍是捆着解去的。
25Intussen stond Simon Petrus zich te warmen. En men zeide hem: Zijt ook gij niet een van zijn leerlingen? Hij ontkende het, en sprak: Neen.
25西門‧彼得 正站着烤火,有人對他說:「你不也是他的門徒嗎?」 彼得 不承認,說:「我不是。」
26Een der knechten van den hogepriester, een bloedverwant van hem, dien Petrus het oor had afgeslagen, sprak tot hem: Heb ik u in de hof niet bij Hem gezien?
26有大祭司的一個僕人,是 彼得 削掉耳朵那人的親屬,說:「我不是看見你同他在園子裏嗎?」
27Opnieuw ontkende Petrus, en aanstonds kraaide een haan.
27彼得 又不承認。立時雞就叫了。
28Nu leidden ze Jesus van Káifas naar het rechthuis; het was nog vroeg in de morgen. Maar zelf traden ze het rechthuis niet binnen, om zich niet te verontreinigen, en het Pascha te kunnen eten.
28眾人將耶穌從 該亞法 那裏往衙門內解去,那時天還早。他們自己卻不進衙門,恐怕染了污穢,不能吃逾越 節的筵席 。
29Daarom kwam Pilatus naar buiten, en sprak tot hen: Welke aanklacht brengt gij in tegen dezen man?
29彼拉多 就出來,到他們那裏,說:「你們告這人是為甚麼事呢?」
30Ze antwoordden hem: Zo Hij geen boosdoener was, zouden we Hem niet aan u hebben overgeleverd.
30他們回答說:「這人若不是作惡的,我們就不把他交給你。」
31Pilatus sprak tot hen: Neemt gij Hem zelf, en vonnist Hem volgens uw Wet. De Joden zeiden hem: Wij hebben het recht niet, om iemand te doden.
31彼拉多 說:「你們自己帶他去,按着你們的律法審問他吧。」 猶太 人說:「我們沒有殺人的權柄。」
32Zo zou het woord worden vervuld, dat Jesus gesproken had, toen Hij te kennen gaf, wat voor dood Hij zou sterven.
32這要應驗耶穌所說自己將要怎樣死的話了。
33Nu ging Pilatus weer het rechthuis binnen, riep Jesus, en sprak tot Hem: Zijt Gij de koning der Joden?
33彼拉多 又進了衙門,叫耶穌來,對他說:「你是 猶太 人的王嗎?」
34Jesus antwoordde: Zegt ge dit uit uzelf, of hebben anderen u dit van Mij gezegd?
34耶穌回答說:「這話是你自己說的,還是別人論我對你說的呢?」
35Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de opperpriesters hebben U aan mij overgeleverd. Wat hebt Gij gedaan?
35彼拉多 說:「我豈是 猶太 人呢?你本國的人和祭司長把你交給我。你做了甚麼事呢?」
36Jesus antwoordde: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Indien mijn koninkrijk van deze wereld was, dan zouden mijn dienaars zich te weer hebben gesteld, opdat Ik niet aan de Joden werd overgeleverd; maar mijn koninkrijk is niet van hier.
36耶穌回答說:「我的國不屬這世界;我的國若屬這世界,我的臣僕必要爭戰,使我不至於被交給 猶太 人。只是我的國不屬這世界。」
37Pilatus zei Hem: Gij zijt dan toch koning? Jesus antwoordde: Gij zegt het; Ik ben koning. Ik ben geboren en in de wereld gekomen, juist om te getuigen voor de waarheid. Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.
37彼拉多 就對他說:「這樣,你是王嗎?」耶穌回答說:「你說我是王。我為此而生,也為此來到世間,特為給真理作見證。凡屬真理的人就聽我的話。」
38Pilatus zei Hem: Wat is waarheid? Na deze woorden ging hij naar de Joden terug, en sprak tot hen: Ik vind volstrekt geen schuld in Hem.
38彼拉多 說:「真理是甚麼呢?」 說了這話,又出來到 猶太 人那裏,對他們說:「我查不出他有甚麼罪來。
39Maar gij hebt een gewoonterecht, dat ik u iemand vrijlaat bij gelegenheid van het paasfeest. Wilt gij dus, dat ik u den koning der Joden vrijlaat?
39但你們有個規矩,在逾越節要我給你們釋放一個人,你們要我給你們釋放 猶太 人的王嗎?」
40Toen begonnen ze opnieuw te schreeuwen, en riepen: Niet Hem, maar Barabbas. Barabbas nu was een rover.
40他們又喊着說:「不要這人,要 巴拉巴 !」這 巴拉巴 是個強盜。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.