1 Makkabeeen 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Intussen doorkruiste koning Antiochus de hoger gelegen gebieden. Daar hoorde hij, dat er in Elumáis van Perzië een stad moest liggen, die beroemd was om haar rijkdom, haar zilver en goud.
1O rei Antíoco percorria as regiões do norte e ouviu dizer que em Elimaida, na Pérsia, havia uma cidade famosa por suas riquezas, sua prata e seu ouro,
2Ook haar tempel moest buitengewoon rijk zijn, en in het bezit van gouden wapenrustingen, pantsers en zwaarden, die de macedonische koning Alexander, de zoon van Filippus en eerste koning der Grieken, daar had achtergelaten.
2e que o templo que havia ali era extremamente rico, contendo escudos de ouro, couraças e armas que Alexandre, filho de Filipe, o rei macedônio que primeiro reinou entre os gregos, havia deixado ali.
3Hij trok er derhalve op af, en trachtte de stad in te nemen en leeg te plunderen. Maar het gelukte hem niet, omdat zijn plan aan de inwoners verraden werd.
3Então ele foi e tentou tomar a cidade e saqueá-la, mas não conseguiu, porque seu plano se tornou conhecido pelos habitantes da cidade.
4Integendeel, zij rukten tegen hem op; hij moest de vlucht nemen, en trok hevig teleurgesteld vandaar naar Babylonië terug.
4Eles se levantaram contra ele em batalha. Ele fugiu e voltou para a Babilônia profundamente decepcionado.
5Bovendien kwam men hem in Perzië berichten, dat de legers, die tegen het land Juda waren opgetrokken, de nederlaag hadden geleden;
5Então alguém chegou à Pérsia trazendo-lhe a notícia de que os exércitos enviados contra a terra de Judá haviam sido postos em fuga,
6dat ook Lúsias aan het hoofd van een machtig leger was opgerukt, maar eveneens door de Joden verslagen was; dat de Joden hun bewapening hadden versterkt door de grote buit, die zij op het verslagen leger hadden behaald;
6e que Lísias, que havia ido primeiro com um poderoso exército, fora derrotado diante deles, enquanto os judeus se haviam fortalecido com armas, tropas e abundantes despojos tomados dos exércitos que haviam destruído;
7dat zij de gruwel hadden neergehaald, die hij op het brandofferaltaar te Jerusalem had opgericht, en evenals vroeger het heiligdom aan alle kanten met hoge muren hadden omringd; en dat zij hetzelfde met zijn stad Bet-Soer hadden gedaan.
7e que eles haviam derrubado a abominação que ele havia construído sobre o altar em Jerusalém, cercado o santuário com altos muros como antes e também fortificado Betsur, sua cidade.
8Bij het horen van deze berichten stond de koning verbijsterd en hevig geschokt. Hij moest zich te bed leggen en werd ziek van ergernis, omdat het hem niet was gegaan, zoals hij verwacht had.
8Quando o rei ouviu essas notícias, ficou espantado e profundamente abalado. Deitou-se em sua cama e adoeceu de tristeza, porque as coisas não haviam acontecido como ele esperava.
9Zo lag hij daar vele dagen lang, telkens opnieuw door grote ergernis verbitterd. Toen hij dacht, dat hij sterven ging,
9Permaneceu ali muitos dias, pois uma grande tristeza continuava a dominá-lo, e percebeu que morreria.
10ontbood hij al zijn vertrouwelingen, en sprak tot hen: De slaap is van mijn ogen geweken, en van kommer is mij de moed ontzonken.
10Chamou todos os seus amigos e lhes disse: “O sono fugiu de meus olhos, e meu coração desfalece por causa da preocupação.
11Ik denk bij mijzelf: In wat een ellende ben ik geraakt, en hoe groot is de rampspoed, waarin ik mij nu bevind: ik die heel mijn regering in aanzien stond en bemind was.
11Eu disse em meu coração: ‘A que sofrimento cheguei! Em que grande mar de aflição me encontro agora! Pois eu era bondoso e amado quando estava no poder.’
12Nu eerst herinner ik mij al het leed, dat ik Jerusalem heb berokkend: hoe ik daar al de gouden en zilveren vaten heb weggeroofd, en soldaten heb afgezonden, om de bewoners van Juda eenvoudig te vermoorden.
12Agora, porém, lembro-me dos males que pratiquei em Jerusalém, de como tomei todos os utensílios de prata e ouro que havia ali e mandei destruir sem motivo os habitantes de Judá.
13Nu zie ik in, dat dit de reden is, waarom deze rampen mij treffen, en waarom ik van grote ellende in een vreemd land zal moeten sterven.
13Percebo que foi por causa dessas coisas que estes males vieram sobre mim. Eis que estou morrendo de grande tristeza numa terra estrangeira.”
14Daarna ontbood hij Filippus, een van zijn vertrouwelingen, en stelde hem aan over heel zijn rij;
14Então chamou Filipe, um de seus amigos, e o colocou sobre todo o seu reino.
15hij reikte hem de diadeem, zijn mantel en de zegelring over, daar hij zijn zoon Antiochus moest opvoeden en nog op het koningschap moest voorbereiden.
15Entregou-lhe a coroa, o manto e o anel de sinete, para que cuidasse de Antíoco, seu filho, o criasse e o preparasse para ser rei.
16Zo stierf koning Antiochus daar in het jaar 6:149.
16O rei Antíoco morreu ali no ano cento e quarenta e nove.
17Maar toen Lúsias hoorde, dat de koning gestorven was, riep hij diens zoon Antiochus, dien hij in zijn jeugd had opgevoed, tot koning uit, en gaf hem de bijnaam Eúpator.
17Quando Lísias soube que o rei havia morrido, estabeleceu como rei Antíoco, seu filho, a quem criara desde pequeno, e deu-lhe o nome de Eupátor.
18Ondertussen bleef de burchtbezetting rondom het heiligdom Israël lastig vallen; ze waren er op uit, hun op alle mogelijke manieren schade toe te brengen en de heidenen te beschermen.
18Os que estavam na cidadela continuavam cercando Israel ao redor do santuário, procurando sempre fazer-lhes mal e fortalecer os gentios.
19Daarom besloot Judas, hen uit de weg te ruimen, en riep hij het gehele volk op, om hen te gaan belegeren.
19Judas decidiu destruí-los e convocou todo o povo para sitiá-los.
20Ze sloten zich dus aaneen, en begonnen met de belegering in het jaar 150, waarbij gebruik werd gemaakt van schiettorens en belegeringswerktuigen.
20Eles se reuniram e os sitiaram no ano cento e cinquenta. Judas construiu rampas de ataque e máquinas de guerra.
21Toch wisten enkelen door de omsingeling heen te breken. Bij hen sloten zich ook enige afvallige Israëlieten aan,
21Alguns dos que estavam cercados conseguiram sair, e alguns dos ímpios de Israel se juntaram a eles.
22en samen reisden ze naar den koning, en zeiden: Hoe lang nog talmt gij, om recht te doen, en laat gij onze broeders ongewroken?
22Foram ao rei e disseram: “Até quando deixará de executar o julgamento e de vingar nossos irmãos?
23Wij hebben uw vader graag gediend; we hielden ons aan zijn voorschriften en volgden zijn bevelen op.
23Nós estávamos dispostos a servir seu pai, viver conforme suas palavras e obedecer às suas ordens.
24Maar hierom zijn onze volksgenoten ons vijandig geworden; meer nog: al de onzen, die hun in handen vielen, werden vermoord, en onze bezittingen hebben ze in beslag genomen.
24Por causa disso, os filhos de nosso povo sitiaram a cidadela e se afastaram de nós. Todos os que conseguiram capturar dentre nós, mataram, e saquearam nossas propriedades.
25En niet alleen naar ons, maar ook naar alle grensgebieden hebben ze de hand uitgestoken.
25Eles não estenderam a mão somente contra nós, mas também contra todas as suas fronteiras.
26En nu zijn ze weer begonnen, de burcht van Jerusalem te belegeren, om hem in te nemen, nadat ze de tempel en Bet-Soer al hebben versterkt.
26Eis que hoje estão acampados contra a cidadela em Jerusalém para tomá-la. Também fortificaram o santuário e Betsur.
27Wanneer gij niet onmiddellijk ingrijpt, zullen zij nog erger dingen doen, en zult gij hen niet kunnen tegenhouden.
27Se você não os impedir rapidamente, farão coisas ainda maiores do que estas, e você não conseguirá controlá-los.”
28Toen de koning dit hoorde, werd hij woedend, en riep al zijn rijksgroten op met de bevelhebbers van het voetvolk en van de ruiterij.
28Quando o rei ouviu isso, ficou irado e reuniu todos os seus amigos, os comandantes de seu exército e os responsáveis pela cavalaria.
29Ook uit het buitenland en van de eilanden stroomden hem huurtroepen toe;
29Grupos de mercenários vieram até ele de outros reinos e das ilhas do mar.
30het getal van zijn leger bedroeg honderdduizend man voetvolk, twintigduizend ruiters en twee en dertig olifanten, die voor de oorlog waren afgericht.
30Suas forças totalizavam cem mil soldados de infantaria, vinte mil cavaleiros e trinta e dois elefantes treinados para a guerra.
31Dezen trokken door Iduméa, en begonnen Bet-Soer te belegeren. Lang duurde de strijd, waarbij men gebruik maakte van belegeringswerktuigen; maar de Joden deden telkens een uitval, staken ze in brand en streden moedig.
31Eles atravessaram a Idumeia, acamparam contra Betsur e lutaram contra ela durante muitos dias, construindo máquinas de guerra. Os judeus saíam, queimavam as máquinas e lutavam corajosamente.
32Daarom liet Judas de burcht maar liggen, trok het leger van den koning tegemoet, en sloeg bij Bet-Zekarja zijn legerplaats op.
32Judas deixou a cidadela e acampou em Bete-Zacarias, perto do acampamento do rei.
33Maar voor dag en dauw brak de koning op, en liet zijn leger in allerijl naar Bet-Zekarja trekken, waar de troepen onder het schetteren der trompetten zich in slagorde stelden.
33O rei levantou-se cedo pela manhã e fez seu exército marchar rapidamente pela estrada de Bete-Zacarias. Suas tropas se prepararam para a batalha e tocaram as trombetas.
34Ook maakte men de olifanten dronken met druivennat en moerbeiensap, om ze strijdlustig te maken.
34Deram aos elefantes suco de uvas e de amoras para estimulá-los para a batalha.
35Daarna deelde men de dieren bij de verschillende afdelingen in. Bij elken olifant stelde men duizend man op, die met schubbenpantsers waren bedekt en koperen helmen droegen. Bovendien werd bij elk dier nog een afdeling van vijfhonderd uitstekende ruiters gevoegd,
35Distribuíram os animais entre as falanges. Ao lado de cada elefante colocaram mil homens armados com cotas de malha e capacetes de bronze na cabeça, e quinhentos cavaleiros escolhidos foram designados para cada elefante.
36die het dier reeds enige tijd overal hadden vergezeld, en er overal mee waren opgetrokken, zonder zich er ooit van te scheiden.
36Esses cavaleiros estavam preparados de antemão onde quer que estivesse o elefante; para onde o elefante fosse, eles iam com ele e não o abandonavam.
37Op elk dier bevond zich een sterke, goed beschutte houten toren, die er op een bijzondere wijze op was vastgemaakt, en waarin zich, behalve een Indiër als drijver, twee of drie mannen bevonden, die erop moesten vechten.
37Sobre cada elefante havia uma forte torre de madeira coberta, presa ao animal por arreios resistentes. Em cada torre estavam quatro homens valentes que lutavam dali, além do condutor indiano.
38De rest van de ruiterij stelde hij op aan weerskanten van de beide legervleugels, met het doel, om verwarring te stichten en de legerkorpsen te dekken.
38O restante da cavalaria foi colocado de um lado e do outro, nas duas alas do exército, causando terror ao inimigo e protegido pelas falanges.
39Toen nu de zon op de gouden en koperen schilden schitterde, weerkaatste het licht op de bergen, die als vlammende fakkels begonnen te gloeien.
39Quando o sol brilhou sobre os escudos de ouro e bronze, as montanhas resplandeceram e brilharam como tochas acesas.
40Een gedeelte van het koninklijk leger verspreidde zich over de bergen en een ander over de vlakte; zo rukten zij zelfverzekerd en in volmaakte orde vooruit.
40Parte do exército do rei se estendeu sobre as colinas mais altas e parte sobre o terreno mais baixo, avançando com firmeza e em ordem.
41En allen, die de dreun dezer drommen, de opmars dezer massa en het wapengekletter hoorden, begonnen te sidderen. Want het leger was buitengewoon groot en sterk.
41Todos os que ouviam o barulho da multidão, o som de sua marcha e o estrondo das armas tremiam, pois o exército era extremamente grande e poderoso.
42Nu rukte Judas ook met zijn leger vooruit, en begon de strijd; en van het koninklijk leger sneuvelden zeshonderd man.
42Judas e seu exército se aproximaram para a batalha, e seiscentos homens do exército do rei caíram.
43Intussen had Elazar, ook Hauran genoemd, bemerkt, hoe een der dieren met de koninklijke pantserversiering was opgetuigd en boven de andere dieren uitstak. Hij besloot er uit, dat de koning zich daarop moest bevinden.
43Eleazar, chamado Avarã, viu um dos animais protegido com couraças reais. Ele era mais alto do que todos os outros animais, e parecia que o rei estava montado sobre ele.
44Toen offerde hij zich op, om zijn volk te redden en zichzelf voor altijd beroemd te maken.
44Ele entregou sua vida para salvar seu povo e conquistar para si um nome eterno.
45Moedig stormde hij er op af, midden door de slaglinie heen; links en rechts sloeg hij er neer, zodat men aan beide kanten voor hem moest wijken.
45Correu corajosamente contra o elefante, entrando no meio da falange, e matava à direita e à esquerda, enquanto os inimigos se afastavam dele por ambos os lados.
46Nu kroop hij onder den olifant, doorstak hem van onderen, en doodde hem. Het dier zakte bovenop hem in elkaar, en hij vond hier de dood.
46Ele se colocou debaixo do elefante, golpeou-o por baixo e o matou. O elefante caiu sobre ele, e Eleazar morreu ali.
47Toen zij nu echter de kracht van het koninklijk leger en de druk van de troepen gewaar werden, weken ze voor hen terug.
47Quando viram a força do reino e o ataque feroz do exército, recuaram diante deles.
48Het koninklijk leger trok nu naar Jerusalem op, om hen onder schot te krijgen, en de koning sloeg daar zijn kamp op, om tegen Judea en de berg Sion te strijden.
48Os soldados do exército do rei subiram contra Jerusalém para enfrentá-los, e o rei acampou em direção à Judeia e ao monte Sião.
49Hij had vrede gesloten met de bevolking van Bet-Soer, die de stad had moeten verlaten, omdat ze geen voedsel meer had, om de belegering uit te houden, daar het een sabbatjaar was voor het bouwland.
49Fez paz com o povo de Betsur. Eles saíram da cidade porque não tinham alimento para suportar o cerco, pois era um ano sabático para a terra.
50Zo alleen was de koning in het bezit van Bet-Soer gekomen, en had hij er een bezetting in kunnen leggen, om het te bewaken.
50O rei tomou Betsur e colocou ali uma guarnição para guardá-la.
51Nu belegerde hij gedurende lange tijd het heiligdom, en stelde er schiettorens tegen op en andere belegeringswerktuigen: toestellen, om brandpijlen en steenblokken te schieten, en katapulten voor speren en slingers.
51Acampou contra o santuário durante muitos dias e colocou ali rampas, máquinas de guerra, equipamentos para lançar fogo e pedras, armas para lançar dardos e fundas.
52Maar ook de Joden stelden werktuigen tegen de hunne op, en verdedigden zich lange tijd.
52Os judeus também fizeram máquinas de guerra para enfrentar as máquinas deles e lutaram durante muitos dias.
53Intussen echter waren de levensmiddelen in de opslagplaatsen opgeraakt, omdat men in het sabbatjaar was, en het overschot van de vroegere oogst was opgeteerd door hen, die uit vrees voor de heidenen in Judea een onderkomen hadden gevonden.
53Mas não havia alimento no santuário, porque era o sétimo ano, e os que haviam fugido dos gentios para buscar segurança na Judeia tinham consumido o restante das provisões.
54Zo waren er nog maar weinig mannen in het heiligdom achtergebleven; want de hongersnood had hen gedwongen, uit elkaar te gaan, iedereen naar zijn eigen woonplaats.
54Restaram poucas pessoas no santuário, porque a fome prevaleceu contra elas, e se dispersaram, cada um para seu próprio lugar.
55Toen Lúsias echter vernam, dat Filippus, dien koning Antiochus nog bij zijn leven had aangewezen, om zijn zoon Antiochus voor het koningschap op te leiden,
55Lísias soube que Filipe, a quem o rei Antíoco, ainda em vida, havia encarregado de criar seu filho Antíoco para ser rei,
56uit Perzië en Medië was teruggekomen met de troepen, die den koning waren gevolgd, en nu probeerde, de regering in handen te krijgen,
56havia voltado da Pérsia e da Média, acompanhado das tropas que tinham ido com o rei, e procurava tomar o controle do governo.
57zette hij er alles op, om zo spoedig mogelijk weg te trekken. Daarom sprak hij tot den koning, de legerbevelhebbers en manschappen: Wij worden met de dag zwakker en hebben maar weinig levensmiddelen meer; en de plaats, die wij belegeren, is sterk. Bovendien vraagt het rijk zelf al onze zorgen.
57Lísias se apressou e deu ordem de partir. Disse ao rei, aos comandantes do exército e aos homens: “Estamos ficando mais fracos a cada dia, nossas provisões são poucas, o lugar que sitiamos é forte, e os assuntos do reino exigem nossa atenção.
58Laat ons daarom deze mensen de hand bieden, vrede met hen sluiten en met geheel hun volk,
58Agora, portanto, façamos um acordo com esses homens e estabeleçamos paz com eles e com toda a sua nação.
59en hun verlof geven volgens hun eigen zeden te leven evenals vroeger. Want omdat wij hun gebruiken hebben afgeschaft, zijn zij woedend geworden, en hebben al deze dingen gedaan.
59Façamos uma aliança que lhes permita viver segundo suas próprias leis, como antes; pois foi por causa das leis que abolimos que eles ficaram irados e fizeram todas essas coisas.”
60Dit voorstel beviel den koning en zijn legeraanvoerders, en hij liet hun dus de vrede aanbieden. Zij namen hem aan;
60A proposta agradou ao rei e aos príncipes. Ele lhes enviou uma oferta de paz, e eles a aceitaram.
61en omdat de koning en zijn veldheren hem met een eed hadden bekrachtigd, verlieten zij de vesting,
61O rei e os príncipes juraram diante deles. Sob essas condições, os judeus saíram da fortaleza.
62en hield de koning zijn intocht op de Sionsberg. Maar toen hij zag, hoe sterk dit punt was verdedigd, verbrak hij de eed, die hij gezworen had, en gaf bevel, de muren aan alle kanten te slechten.
62Então o rei entrou no monte Sião. Viu a força do lugar, quebrou o juramento que havia feito e ordenou que derrubassem todo o muro ao redor.
63Daarop trok hij haastig weg, en keerde naar Antiochië terug; daar vond hij Filippus, die de stad in zijn macht hield; hij viel hem aan, en nam de stad met geweld in.
63Depois partiu apressadamente e voltou para Antioquia, onde encontrou Filipe dominando a cidade. Lutou contra ele e tomou a cidade pela força.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.