Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1In het jaar 151 wist Demétrius, de zoon van Seleúkus, uit Rome te ontsnappen. Hij landde met een klein gevolg bij een kustplaats, en begon daar als koning op te treden.
1No ano cento e cinquenta e um, Demétrio, filho de Seleuco, saiu de Roma, desembarcou com poucos homens numa cidade à beira-mar e começou a reinar ali.
2Toen hij nu het paleis van zijn voorvaderen was binnengetrokken, namen de troepen Antiochus en Lúsias gevangen en wilden hen voor hem brengen.
2Quando estava para entrar no palácio real de seus antepassados, o exército prendeu Antíoco e Lísias para levá-los até ele.
3Maar toen men hem dit berichtte, zeide hij: Ik wil hun gezicht niet zien!
3Demétrio soube disso e disse: “Não me mostrem o rosto deles!”
4Daarop brachten zijn troepen hen om het leven, en besteeg Demétrius zijn koningstroon.
4Então o exército os matou, e Demétrio se assentou no trono de seu reino.
5Nu gingen alle afvallige en goddeloze Israëlieten naar hem toe, met Alkimus aan het hoofd, die het er op aanlegde, hogepriester te worden.
5Todos os homens sem Lei e ímpios de Israel foram até ele. Álcimo, que desejava ser sumo sacerdote, era seu líder.
6Zij klaagden het volk bij den koning aan, en zeiden: Judas en zijn broers hebben al uw vrienden omgebracht en ons uit ons land verjaagd.
6Eles acusaram o povo diante do rei, dizendo: “Judas e seus irmãos destruíram todos os seus amigos e nos expulsaram de nossa própria terra.
7Zend derhalve een vertrouwd iemand, om de gehele ontreddering te komen opnemen, die zij over ons en in het gebied van den koning hebben aangericht, en om hen te straffen met allen, die ze hebben geholpen.
7Portanto, envie agora um homem em quem confie, para que vá e veja toda a destruição que ele trouxe sobre nós e sobre o território do rei, e como castigou a eles e a todos os que os ajudaram.”
8Daarom wees de koning onder zijn vertrouwelingen Bakchides aan, die landvoogd was aan de overkant der Rivier, grote invloed had in het rijk en den koning zeer verknocht was.
8O rei escolheu Báquides, um dos amigos do rei, que governava a região além do rio, homem importante no reino e fiel ao rei.
9Hem zond hij nu op de Israëlieten af tegelijk met den goddelozen Alkimus, dien hij als hogepriester aanstelde, en beval hem, wraak op hen te nemen.
9Enviou-o juntamente com o ímpio Álcimo, a quem nomeou sumo sacerdote, e ordenou-lhe que se vingasse dos filhos de Israel.
10Ze rukten dus op, en drongen met een groot leger in het land van Juda binnen. Nu zond hij boden naar Judas en diens broers met vredelievende, maar listige voorstellen.
10Eles partiram e chegaram com um grande exército à terra de Judá. Báquides enviou mensageiros a Judas e seus irmãos com palavras enganosas de paz.
11Dezen gingen er echter niet op in, omdat zij heel goed wisten, dat hij met een groot leger was binnengetrokken.
11Eles não deram atenção às palavras, pois viram que tinham vindo com um grande exército.
12Maar een groep schriftgeleerden ging met Alkimus en Bakchides besprekingen voeren, om de rechtsvraag te onderzoeken, en
12Um grupo de escribas reuniu-se com Álcimo e Báquides para procurar condições justas.
13de chasidéen waren thans de eersten onder de Israëlieten, die hun om vrede verzochten.
13Os assideus foram os primeiros entre os filhos de Israel a procurar paz com eles,
14Want ze dachten: Er is een priester uit het geslacht van Aäron met dit leger meegekomen; die zal ons zeker geen onrecht doen.
14pois diziam: “Um sacerdote da descendência de Arão veio com o exército; ele não nos fará mal.”
15Toen Bakchides hun dan ook de vrede beloofde, en hun onder ede verzekerde, dat zij hun en hun vrienden niet het minste kwaad zouden doen,
15Álcimo lhes falou palavras de paz e jurou: “Não procuraremos fazer mal a vocês nem a seus amigos.”
16vertrouwden zij hem. Hij liet echter zestig van hen gevangen nemen en op één dag vermoorden, naar het woord dat geschreven staat:
16Eles confiaram nele. Então ele prendeu sessenta deles e os matou num só dia, conforme a palavra que está escrita:
17Het vlees uwer heiligen en hun bloed Hebben zij rondom Jerusalem geworpen; En er was niemand, die hen begroef.
17A carne de teus santos e seu sangue foram derramados ao redor de Jerusalém, e não havia quem os sepultasse.
18En het gehele volk werd van angst en schrik voor hen vervuld; want ze zeiden: Er is bij hen geen waarheid en recht; want ze verbreken de belofte en de eed, die ze hebben gezworen.
18O temor e o pavor deles caíram sobre todo o povo, pois diziam: “Não há verdade nem justiça neles, pois quebraram a aliança e o juramento que fizeram.”
19Daarna trok Bakchides van Jerusalem weg, en sloeg zijn legerplaats bij Bezet op. Hier liet hij vele overlopers en verschillende burgers gevangen nemen, hen vermoorden en in de grote put werpen.
19Báquides retirou-se de Jerusalém e acampou em Bezete. Mandou prender muitos dos desertores que estavam com ele e alguns do povo, matou-os e lançou-os numa grande cisterna.
20En nadat Bakchides het land onder het bestuur van Alkimus had gesteld, en een legermacht bij hem had achtergelaten, om hem te steunen, keerde hij naar den koning terug.
20Colocou Álcimo encarregado da região e deixou com ele uma força para ajudá-lo. Depois Báquides voltou para o rei.
21Nu spande Alkimus al zijn krachten in, om zich als hogepriester te laten gelden,
21Álcimo lutava para manter seu sumo sacerdócio.
22en allen, die hun eigen volk hadden gekweld, sloten zich bij hem aan; zij bemachtigden het land Juda, en richtten een grote slachting onder de Israëlieten aan.
22Todos os que perturbavam seu povo juntaram-se a ele, tomaram o controle da terra de Judá e causaram grande dano em Israel.
23Bij het zien van al de ellende, die Alkimus en zijn aanhang, nog meer dan de heidenen, over de zonen van Israël hadden gebracht.
23Judas viu todo o mal que Álcimo e seus companheiros haviam feito entre os filhos de Israel, ainda mais do que os gentios.
24trok Judas heel het gebied van Judea rond, wreekte zich op de overlopers, en maakte het hun onmogelijk, zich in het land te bewegen.
24Percorreu todas as fronteiras da Judeia e se vingou dos homens que haviam desertado dele, impedindo-os de circular pela região.
25Toen Alkimus dus bemerkte, dat Judas en zijn aanhang weer sterker waren geworden, en het hem bleek, dat hij hun geen tegenstand zou kunnen bieden, ging hij naar den koning terug, en bracht gemene beschuldigingen tegen hen in.
25Quando Álcimo viu que Judas e seus companheiros haviam se fortalecido e percebeu que não podia resistir a eles, voltou ao rei e apresentou contra eles acusações perversas.
26Daarom zond de koning een van zijn beste veldheren, Nikánor die een ingekankerde haat tegen de Joden had, en beval hem, het volk te vernietigen.
26Então o rei enviou Nicanor, um de seus príncipes honrados, homem que odiava Israel e era seu inimigo, e ordenou-lhe que destruísse o povo.
27Maar toen Nikánor met een groot leger tot Jerusalem was doorgedrongen, zond hij Judas en zijn broeders het volgende vredesaanbod vol huichelarij:
27Nicanor chegou a Jerusalém com um grande exército. Enviou a Judas e seus irmãos palavras enganosas de paz, dizendo:
28Laat er toch geen oorlog zijn tussen u en mij; ik zal met een klein gevolg naar u toe komen, om vriendschappelijk met u de zaken te regelen.
28“Não haja batalha entre mim e vocês. Irei com poucos homens para encontrá-los em paz.”
29Hij kwam dus bij Judas, en zij begroetten elkander vriendschappelijk; maar de vijanden stonden al klaar, om Judas te ontvoeren.
29Ele foi até Judas, e eles se saudaram pacificamente. Os inimigos, porém, estavam preparados para prender Judas à força.
30Judas doorzag de opzet, en begreep, dat zijn komst louter veinzerij was geweest. Daarom vermeed hij hem in de toekomst angstvallig, en wilde hem niet meer ontmoeten.
30Judas descobriu que Nicanor havia vindo até ele com engano. Ficou com muito medo dele e não quis mais encontrar-se com ele.
31Toen Nikánor dan ook begreep, dat zijn toeleg ontdekt was, rukte hij tegen Judas op, en stiet op hem bij Kafarsalama.
31Nicanor percebeu que seu plano havia sido descoberto e saiu para enfrentar Judas em batalha perto de Cafarsalama.
32Maar van Nikánors leger vielen er ongeveer vijfhonderd man, terwijl de overigen naar de Davidstad vluchtten.
32Cerca de quinhentos homens do exército de Nicanor caíram, e os restantes fugiram para a Cidade de Davi.
33Enige tijd later ging Nikánor eens naar de Sionsberg, waar enkele priesters en ouderlingen van het volk uit de tempel kwamen, om hem vriendschappelijk te begroeten en hem te wijzen op het brandoffer, dat voor den koning gebracht werd.
33Depois dessas coisas, Nicanor subiu ao monte Sião. Alguns dos sacerdotes saíram do santuário, juntamente com alguns dos anciãos do povo, para saudá-lo pacificamente e mostrar-lhe o holocausto que estava sendo oferecido pelo rei.
34Maar hij spotte met hen en lachte ze uit; hij durfde hen zelfs onteren en brutaal bejegenen,
34Ele zombou deles, riu deles, tratou-os de maneira vergonhosa, falou arrogantemente
35en zwoer vol woede: Wanneer Judas en zijn leger mij niet onmiddellijk worden uitgeleverd, steek ik deze tempel in brand, zodra ik als overwinnaar ben teruggekeerd. En hij ging woedend heen.
35e jurou furiosamente: “Se Judas e seu exército não forem entregues agora em minhas mãos, quando eu voltar em segurança queimarei esta casa!” E saiu tomado de grande ira.
36Nu gingen de priesters naar binnen, stelden zich op voor het altaar en het tempelgebouw, en begonnen wenend te bidden:
36Os sacerdotes entraram, ficaram diante do altar e do templo, choraram e disseram:
37Gij zelf hebt deze tempel uitverkoren, om uw Naam te dragen en voor uw volk een huis te zijn, waar het kan bidden en smeken.
37“Tu escolheste esta casa para ser chamada pelo teu nome, como casa de oração e súplica para teu povo.
38Wreek U dus op dezen man met zijn leger, en laat hen vallen door het zwaard; gedenk hun godslasteringen, en laat hen niet langer in leven!
38Vinga-te deste homem e de seu exército e faze-os cair pela espada. Lembra-te de suas blasfêmias e não permitas que vivam por mais tempo.”
39Daarop trok Nikánor van Jerusalem weg. Hij sloeg zijn legerplaats op bij Bet-Choron, waar een syrisch leger zich bij hem aansloot,
39Nicanor saiu de Jerusalém e acampou em Bet-Horom, onde o exército sírio se encontrou com ele.
40terwijl Judas met drieduizend man bij Adasa lag. Nu bad Judas:
40Judas acampou em Adasa com três mil homens. Judas orou:
41Toen de gezanten van den koning der Assyriërs eens lastertaal hadden uitgebraakt, trok uw engel uit, en sloeg honderd vijf en tachtigduizend man van hen neer
41“Quando os enviados do rei blasfemaram, teu anjo saiu e matou entre eles cento e oitenta e cinco mil.
42Verpletter zo ook vandaag dit leger voor onze ogen, opdat de overigen mogen erkennen, dat hij uw heiligdom heeft gelasterd; straf hem, zoals zijn boosheid verdient.
42Assim também, esmaga hoje este exército diante de nós, para que todos os demais saibam que ele falou perversamente contra teu santuário. Julga-o conforme sua maldade.”
43Op de dertiende Adar werden de legers handgemeen. Nikánors leger werd totaal verslagen, en hijzelf viel het eerst in de slag.
43No décimo terceiro dia do mês de Adar, os exércitos se enfrentaram. O exército de Nicanor foi derrotado, e ele foi o primeiro a cair na batalha.
44Toen Nikánors leger zag, dat hij gesneuveld was, wierpen zij hun wapens weg en sloegen op de vlucht.
44Quando seu exército viu que Nicanor havia caído, jogou fora as armas e fugiu.
45Maar de Joden vervolgden hen een dagreis ver, van Adasa af tot in de omgeving van Gézer, en bliezen de alarmbazuinen bij hun achtervolging.
45Eles os perseguiram durante um dia inteiro desde Adasa até chegar a Gazara, e tocaram atrás deles o sinal de alarme com as trombetas.
46Daarom kwam men uit alle naburige dorpen van Judea te voorschijn en omsingelde hen. Zij poogden nog, zich tegen hen te verweren, maar zij vielen allen door het zwaard; niet één van hen bleef er over.
46Homens saíram de todas as aldeias ao redor da Judeia e os cercaram. Os fugitivos foram empurrados de volta uns contra os outros, e todos caíram pela espada; não restou nenhum.
47Nu maakte men zich meester van de buit en van wat er geroofd was; ze onthoofden Nikánor en kapten hem de rechterhand af, die hij brutaal had uitgestoken, brachten die naar Jerusalem, en hingen ze daar op.
47Os judeus tomaram os despojos e a pilhagem, cortaram a cabeça de Nicanor e sua mão direita, que ele havia estendido com tanta arrogância, e as levaram e penduraram perto de Jerusalém.
48Het volk was uitbundig van blijdschap, en vierde die dag als een plechtige jubeldag.
48O povo ficou extremamente alegre e celebrou aquele dia como dia de grande alegria.
49En men besloot, deze dag elk jaar op de dertiende Adar te vieren.
49Determinaram que esse dia fosse celebrado todos os anos, no décimo terceiro dia de Adar.
50Het land Juda genoot nu voor korte tijd rust.
50Assim a terra de Judá teve descanso por alguns dias.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.