Маттея 6
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Остерегайтесь подавати милостиню вашу перед людьми, щоб вони вас бачили; а то не мати мете нїякої нагороди від Отця вашого, що на небі.
1Zorgt er voor, dat gij uw gerechtigheid niet beoefent voor het oog van de mensen, om door hen gezien te worden; anders zult gij geen loon ontvangen bij uw Vader, die in de hemel is.
2Тим, коли подаєш милостиню, то не труби в трубу перед собою, як роблять лицеміри по школах та по улицях, щоб здобути слави в людей. Істино глаголю вам: Мають вони нагороду собі.
2Wanneer ge dus een aalmoes geeft, laat het dan niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars dit doen in de synagogen en op de straten, om geëerd te worden door de mensen; voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon reeds ontvangen.
3Ти ж, як подаєш милостиню, то нехай лїва рука твоя не знає, що робить права:
3Maar als gij een aalmoes geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet,
4щоб твоя милостиня була потайна; а Отець твій, що бачить потайне, віддасть тобі прилюдно.
4opdat uw aalmoes verborgen blijft; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden.
5І коли молиш ся, не будь таким, як лицеміри; бо вони люблять молитись, стоячи в школах та по росхідних улицях, щоб їх бачили люде. Істино глаголю вам: Мають вони нагороду собі.
5En als gij bidt, doet dan niet als de schijnheiligen, die er van houden, in de synagogen en op de hoeken der straten te staan bidden, om door de mensen gezien te worden; voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon ontvangen.
6Ти ж, коли молиш ся, увійди в хатину твою та, зачинивши двері, помолись Отцю твоєму потай; а Отець твій, що бачить потайне, віддасть тобі прилюдно.
6Maar als gij bidt, ga dan uw binnenkamer in, sluit de deur, en bid uw Vader in het verborgen; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden.
7Як же молитесь, то не говоріть багато, як погане: бо вони думають, що за довгі молитви будуть вислухані.
7Als gij bidt, gebruikt dan geen stortvloed van woorden, zoals de heidenen dit doen; want ze menen, dat ze om hun vele woorden worden verhoord.
8Не приподоблюйте ся ж до них; бо Отець ваш знає, чого вам треба, перш нїж просите в Него.
8Doet niet zoals zij; want uw Vader weet, wat gij nodig hebt, vóórdat gij er Hem om vraagt.
9Тим же то молїться ось як: Отче наш, що на небі! Нехай святить ся імя твоє.
9Zó zult gij dus bidden: Onze Vader, die in de hemel zijt: Uw naam worde geheiligd.
10Нехай прийде царство твоє. Нехай буде воля твоя, як на небі, так і на землї.
10Uw rijk kome. Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.
11Хлїб наш щоденний дай нам сьогоднї.
11Geef ons heden ons dagelijks brood.
12І прости нам довги наші, як і ми прощаємо довжникам нашим.
12En vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.
13І не введи нас у спокусу, а ізбави нас од лукавого. Бо твоє єсть царство й сила, й слава по віки. Амінь.
13En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.
14Бо коли прощати мете людям провини їх, то й Отець ваш небесний прощати ме вам.
14Want zo gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven.
15Як же не прощати мете людям провин їх, то й Отець ваш небесний не прощати буде провин ваших.
15Maar vergeeft gij aan de mensen niet, dan zal uw Vader ook uw fouten niet vergeven.
16Коли ж постите, нехай не буде в вас, як у лицемірів, сумного виду: зміняють бо лиця свої, щоб здаватись людям постниками. Істинно глаголю вам: Що мають вони нагороду собі.
16Wanneer gij vast, trekt dan geen somber gezicht zoals de huichelaars; want ze verwringen hun gelaat, opdat de mensen hun vasten zouden zien. Voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon al ontvangen.
17Ти ж, коли постиш, намасти голову твою, і вмий лице твоє;
17Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht,
18щоб не здавав ся людям постником, а Отцеві твоєму, що потай; а Отець твій, що бачить потайне, віддасть тобі прилюдно.
18opdat de mensen uw vasten niet merken, maar uw Vader, die in het verborgen is; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden.
19Не збирайте собі скарбів на землї, де міль і ржа їсть, і де злодїї підкопують ся і крадуть.
19Verzamelt u geen schatten op aarde, waar roest en worm ze verteren, en waar dieven ze opgraven en stelen.
20Збирайте ж собі скарби на небі, де нї міль, нї ржа не їсть, і де злодїї не підкопують ся й не крадуть.
20Maar verzamelt u schatten in de hemel, waar roest noch worm ze verteren, en waar geen dieven ze opgraven en stelen.
21Бо де скарб ваш, там буде й серце ваше.
21Want waar uw schat is, daar is ook uw hart.
22Сьвітло тїлу око; тим, коли око в тебе ясне, то й все тїло твоє буде сьвітле.
22Het oog is de lamp van het lichaam. Als uw oog goed is, zal heel uw lichaam verlicht zijn.
23Коли ж у тебе око лихе, то й все тїло твоє буде темне. Тим, коли сьвітло, що в тобі, буде темрява, то яка велика се темрява!
23Maar deugt uw oog niet, dan zal heel uw lichaam in het duister zijn. Zo dus het licht, dat in u is, duisternis wordt, hoe groot dan zal die duisternis zijn!
24Нїхто не може служити двом панам, бо, або одного ненавидїти ме, а другого любити ме; або до одного прихилить ся, а другим гордувати ме. Не можете Богу служити й мамонї.
24Niemand kan twee heren dienen; hij zal of den een haten en den ander beminnen, of den een aanhangen en den ander verachten. Gij kunt God niet dienen en de mammon.
25Тим глаголю вам: Не журіть ся життєм вашим, що вам їсти або пити; анї тїлом вашим, чим зодягти ся. Чи душа ж не більше їжі, а тїло одежі?
25Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten of drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding?
26Спогляньте на птаство небесне, що не сїють і не жнуть, анї збирають у клуню; от же Отець ваш небесний годує їх. А ви хиба не луччі від них?
26Ziet de vogels in de lucht; ze zaaien noch maaien, en verzamelen niet in schuren; en toch voedt ze uw hemelse Vader.
27Хто з вас, журячись, може прибавити собі зросту хоч на один локіть?
27Zijt gij niet meer waard dan zij? En wie van u kan door zijn tobben een el toevoegen aan zijn levensweg?
28І одежею чого вам журитись? Придивіть ся до польових лилїй, як вони ростуть; не працюють, нї прядуть;
28En wat zijt gij over kleding bekommerd? Denkt aan de lelies op het veld, hoe ze groeien; ze werken niet, en spinnen niet.
29глаголю ж вам: Що й Соломон у всїй славі своїй не одягавсь так, як одна з них.
29En toch zeg Ik u, dat zelfs Sálomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als een van deze.
30Коли ж Бог так зʼодягає польове зіллє, що сьогоднї воно є, а завтра вкинуть його в піч, то чи не більше ж зʼодягати ме вас, маловірні?
30Als God nu het kruid op het veld, dat vandaag nog bestaat en morgen in de oven wordt geworpen, zó aankleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
31Тим же то не журіть ся, кажучи: Що їсти мем? або: Що пити мем? або: Чим зодягнемось?
31Weest dus niet bezorgd, en zegt niet: wat zullen we eten, of wat zullen we drinken, of waarmee zullen we ons kleden?
32Про все таке побивають ся погане; бо Отець ваш небесний знає, що вам усього того треба.
32Hiernaar toch vragen de heidenen; uw hemelse Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt.
33А шукайте перш царства Божого та правди Його; се ж усе додасть ся вам.
33Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift.
34Оце ж не журіть ся про завтра; бо завтра журити меть ся само про своє. Доволї в кожного дня лиха свого.
34Weest dus niet bekommerd voor de dag van morgen. Want de dag van morgen zal bezorgd zijn voor zichzelf; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.