Маттея 8
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Як же зійшов з гори, багато народу йшло слїдом за Ним.
1Toen Hij van de berg was afgedaald, volgden Hem talrijke scharen.
2Коли се приступив прокажений і вклонивсь Йому, кажучи: Господи, коли хочеш, то зможеш очистити мене,
2En zie, een melaatse trad op Hem toe, wierp zich voor Hem neer, en zeide: Heer, zo Gij wilt, kunt Gij me reinigen.
3І простяг Ісус руку, й приторкнувсь до него, й рече: Хочу, очистись . І зараз очистилась проказа його.
3Jesus strekte de hand uit, raakte hem aan, en sprak: Ik wil; word gereinigd. En aanstonds was hij van zijn melaatsheid gereinigd.
4І рече до него Ісус: Гледи ж, не кажи нїкому, а йди та покажись священикові, й принеси дар, який повелїв Мойсей на сьвідкуваннє їм.
4Jesus zeide tot hem: Let er op, dat ge dit aan niemand vertelt; maar ga heen, vertoon u aan den priester, en offer de gave, die Moses als een bewijs voor hen heeft voorgeschreven.
5А як увійшов Ісус у Капернаум, приступив до Него сотник, благаючи Його,
5Toen Hij nu binnen Kafárnaum kwam, trad een honderdman op Hem toe met de bede:
6й говорячи: Господи, слуга мій лежить дома розслаблений, і тяжко мучить ся.
6Heer, mijn knecht ligt thuis verlamd, en lijdt hevige pijnen.
7І рече до него Ісус: Я пійду та сцїлю його.
7Jesus zeide hem: Ik zal komen, en hem genezen.
8Озвав ся же сотник і сказав: Господи, не заслужив я того, щоб Ти ввійшов під мою стелю; а промов одно слово, то й одужає слуга мій.
8Maar de honderdman antwoordde: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt: maar spreek slechts één woord, en mijn knecht zal genezen.
9Бо сам я чоловік під властю, і маю воїни під собою; і скажу сьому: Йди, то й іде; а другому: Прийди, то й прийде, а слузї моєму: Роби те, то й робить.
9Want ook ik ben een man, die zelf onder gezag ben gesteld, en die soldaten onder mij heb. En tot den een zeg ik: “Ga”, en hij gaat; en tot den ander: “Kom”, en hij komt; en tot mijn knecht: “Doe dit”, en hij doet het.
10Почувши се Ісус, дивував ся, і рече до тих, що йшли слїдом за Ним: Істино кажу вам: Навіть в Ізраїлї не знайшов я такої віри.
10Toen Jesus dit hoorde, was Hij verwonderd, en sprak tot hen, die Hem volgden: Voorwaar, Ik zeg u: Zo’n groot geloof heb Ik zelfs in Israël niet gevonden.
11І кажу вам: Що многі прийдуть од сходу й заходу, та й сядуть з Авраамом, з Ісааком і з Яковом у царстві небесному,
11Ik zeg u, dat velen zullen komen van het oosten en het westen, en zullen aanzitten in het rijk der hemelen, met Abraham, Isaäk en Jakob;
12а сини царства будуть повикидані у темряву надвірню: там буде плач і скриготаннє зубів.
12maar dat de kinderen van het rijk zullen worden uitgeworpen naar buiten, de duisternis in; daar zal geween zijn en gekners der tanden.
13І рече Ісус до сотника: Йди, і, як вірував єси, станеть ся тобі. І одужав слуга його тієї самої години.
13En tot den honderdman sprak Jesus: Ga, en zoals ge geloofd hebt, zo geschiede het u. En op hetzelfde uur genas de knecht.
14І прийшов Ісус до Петрової господи, та й побачив, що теща його лежить у пропасницї.
14En toen Jesus in het huis van Petrus was gekomen, zag Hij, dat zijn schoonmoeder bedlegerig was en lijdend aan koorts.
15І приторкнувсь до руки її, й покинула пропасниця її; й вставши вона, послуговала їм.
15Hij nam haar bij de hand, en de koorts verliet haar; en ze stond op, en bediende Hem.
16Як же настав вечір, приведено до Него багато біснуватих; і повиганяв Він біси словом, і сцїлив усїх недужих;
16Bij het vallen van de avond bracht men vele bezetenen naar Hem toe; en met één woord dreef Hij de geesten uit, en genas Hij alle zieken;
17щоб справдилось, що сказав Ісаїя пророк, глаголючи: Узяв Він на себе недуги наші, й понїс болещі наші.
17opdat vervuld zou worden, wat door den profeet Isaias was gezegd: “Hij draagt onze kwalen en torst onze smarten”.
18Як же побачив Ісус великий натовп кругом себе, то звелїв плисти на той бік.
18Toen Jesus eens een grote menigte rondom Zich zag, beval Hij, het meer over te steken.
19І приступивши один письменник, каже до Него: Учителю, пійду слїдом за Тобою, куди б Ти нї пійшов.
19Een schriftgeleerde kwam naar Hem toe, en zeide: Meester, ik zal U volgen, waarheen Gij ook gaat.
20Ісус же рече до него: Лисицї мають нори, й птаство небесне гнїзда; Синові ж чоловічому нїде й голови прихилити.
20Doch Jesus sprak tot hem: De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht hebben nesten; maar de Mensenzoon heeft niets, om er zijn hoofd op te leggen.
21Другий же ученик Його каже до Него: Господи, дозволь менї перш пійти поховати батька мого.
21Een ander van zijn leerlingen zeide Hem: Heer, sta me toe, eerst mijn vader te gaan begraven.
22Ісус ж рече до него: Йди слїдом за мною; нехай мертві ховають мерцї свої.
22Maar Jesus zei hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.
23І, як увійшов у човен, поввіходили слїдом за Ним ученики Його.
23Toen Hij nu de boot in ging, volgden Hem zijn leerlingen.
24Аж ось схопилась велика хуртовина на морі, така що филя заливала човна; Він же спав.
24En zie, een hevige storm brak los op het meer, zodat de golven over de boot heensloegen; Hij echter sliep.
25І, приступивши ученики Його, розбудили Його, кажучи: Господи, спаси нас: погибаємо.
25Zijn leerlingen liepen naar Hem toe, wekten Hem, en zeiden: Heer, red ons, wij vergaan.
26І рече до них: Чого ви злякались, маловірні? Тодї встав, і погрозив вітрам та морю; і настала велика тиша.
26Jesus sprak tot hen: Wat zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op, gebood de winden en het meer, en er ontstond een grote kalmte.
27Люде ж дивувались, говорячи: Хто се такий, що й вітри й море слухають Його!
27De mensen waren verbaasd en zeiden: Wie is Hij toch, dat zelfs de winden en het meer Hem gehoorzamen?
28І як переплив на той бік у Гергесинську землю, зустріло Його два біснуватих, що вийшли з гробів, вельми злющі, так що нїхто не важив ся ходити дорогою тією.
28Toen Hij aan de overzijde van het meer was gekomen, in het land der Gerasenen, liepen twee bezetenen uit de grafspelonken Hem tegemoet, die zo woest waren, dat niemand langs die weg kon gaan.
29І ось, закричали, говорячи: Що нам і Тобі, Ісусе, Сину Божий? чи на те прийшов єси сюди, щоб нас заздалегідь мучити?
29En zie, ze schreeuwden: Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus, zoon van God? Zijt Gij hier gekomen, om ons te kwellen vóór de tijd?
30Оддалеки ж од них пас ся великий гурт свиней.
30Heel in de verte was een grote troep zwijnen aan het grazen.
31А біси благали Його, кажучи: Коли нас виженеш, то дозволь нам увійти в гурт свинячий.
31De duivels vroegen Hem: Als Gij ons hier uitwerpt, zend ons dan in de troep zwijnen.
32І рече до них: Ійдїть . І, вийшовши вони, увійшли в стадо свиняче: коли се увесь гурт свинячий кинувсь із кручі в море, та й потонув у водї.
32Hij zeide hun: Gaat. Ze gingen, en wierpen zich op de zwijnen; en zie, de hele troep plofte van de steilte in het meer, en kwam om in de golven.
33А пастухи повтїкали й, прибігши в город, росказали про все й про біснуватих.
33Toen vluchtten de drijvers heen, en in de stad gekomen, verhaalden ze alles, ook van hen, die bezeten waren geweest.
34І ось увесь город вийшов назустріч Ісусові, а, побачивши Його, благали, щоб вийшов геть із границь їх.
34En zie, de hele stad liep uit, Jesus tegemoet; maar zodra ze Hem zagen, verzochten ze Hem, heen te gaan uit hun gebied.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.