Йоана 17
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Се глаголав Ісус, і зняв очі свої на небо, й рече: Отче! прийшла година; прослав Сина Твого, щоб і Син Твій прославив Тебе.
1Zo sprak Jesus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zeide: Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke.
2Яко ж дав єси Йому власть над усяким тїлом, щоб усїм, що дав єси Йому, дав вічнє життє.
2Want Gij hebt Hem macht gegeven over alle vlees, om het eeuwige leven te schenken aan allen, die Gij Hem gegeven hebt.
3Се ж життє вічнє в тому, щоб знали Тебе, єдиного справдешного Бога, та кого післав єси, Ісуса Христа.
3Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enig waarachtigen God, en Hem dien Gij gezonden hebt, Jesus Christus.
4Я прославив Тебе на землї: дїло кінчав я, що дав єси менї робити.
4Ik heb U verheerlijkt op aarde door het werk te volbrengen, dat Gij Mij hebt opgedragen.
5А тепер прослав мене Ти, Отче, у Тебе самого славою, що мав я в Тебе, перш нїж сьвіту бути.
5En nu Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U bezat, eer de wereld bestond.
6Обявив я імя Твоє людям, що дав єси менї з сьвіта. Твої були вони, а Ти менї їх дав; і слово Твоє хоронили вони.
6Ik heb uw naam bekend gemaakt aan de mensen, die Gij Mij gegeven hebt uit de wereld. Ze waren de uwen; maar Gij hebt ze Mij gegeven, en ze hebben uw woord onderhouden.
7Тепер зрозуміли вони, що, скільки дав єси менї, все від Тебе.
7Nu weten ze, dat alwat Gij Mij hebt gegeven, van U afkomstig is.
8Бо слова, що дав єси менї, дав я їм; і вони прийняли й зрозуміли справдї, що від Тебе прийшов я, і увірували, що Ти мене післав.
8Want Ik heb hun de woorden gebracht, die Gij Mij hebt gegeven; zij namen ze aan, erkenden naar waarheid, dat Ik van U ben uitgegaan, en geloofden, dat Gij Mij gezonden hebt.
9Я про них молю, не про сьвіт молю, а про тих, що дав єси менї, бо вони Твої.
9Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen, die Gij Mij hebt gegeven, omdat ze de uwen zijn.
10І все моє Твоє, і Твоє моє, і я прославив ся в них.
10Al het mijne is het uwe, en het uwe het mijne; Ik ben verheerlijkt in hen.
11І вже більш я не в сьвітї, а сї в сьвітї, і я до Тебе йду. Отче сьвятий, збережи їх в імя Твоє, тих, котрих дав єси менї, щоб були одно, яко ж ми.
11Voortaan ben Ik niet meer in de wereld; maar zij blijven in de wereld, terwijl Ik tot U kom. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, die Gij Mij hebt gegeven; opdat ze één mogen zijn, zoals Wij.
12Як був я з ними на сьвітї, я беріг їх в імя Твоє; котрих дав єси менї, стеріг я, і нїхто з них не погиб, тільки Син погибельний, щоб писаннє справдилось.
12Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik ze in uw naam, die Gij Mij hebt gegeven; Ik heb gewaakt over hen, en niemand van hen ging verloren dan de zoon van verderf; opdat de Schrift zou worden vervuld.
13Тепер же до Тебе йду, і се глаголю в сьвітї, щоб мали радість мою повну в собі.
13Maar nu kom Ik tot U. Terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles, opdat ze mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten.
14Я дав їм слово Твоє, і сьвіт зненавидїв їх, бо вони не з сьвіта, яко ж я не з сьвіта.
14Ik heb hun uw woord gegeven; en de wereld is hen gaan haten, omdat ze niet van de wereld zijn, zoals ook Ik niet van de wereld ben.
15Не молю, щоб узяв їх із сьвіта, а щоб зберіг їх од зла.
15Ik vraag niet, dat Gij ze uit de wereld wegneemt, maar dat Gij ze bewaart voor het kwaad.
16Не з сьвіта вони, яко ж я не з сьвіта.
16Van de wereld zijn ze niet, zoals Ik niet van de wereld ben.
17Освяти їх правдою Твоєю; слово Твоє правда.
17Heilig hen in de waarheid; uw woord is waarheid.
18Як мене післав єси в сьвіт, і я післав їх у сьвіт.
18Zoals Gij Mij in de wereld hebt gezonden, zo heb Ik ook hen in de wereld gezonden.
19І за них я посьвячую себе, щоб і вони були осьвячені правдою.
19En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij in waarheid geheiligd mogen zijn.
20Не про сих же тільки молю, а також і про тих, що задля слова їх увірують у мене,
20Ik bid niet voor hen alleen, maar ook voor allen, die door hun woord in Mij geloven.
21щоб усї одно були: яко ж Ти, Отче, в менї і я в Тобі, щоб і вони в нас одно були, щоб сьвіт увірував, що Ти мене післав єси.
21Mogen ze allen één zijn, gelijk Gij, Vader, het zijt in Mij, en Ik in U; mogen ze ook één zijn in Ons, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
22І славу, що дав єси менї, дав я їм, щоб були одно, яко ж ми одно.
22En de glorie, die Gij Mij hebt gegeven, heb ook Ik aan hen gegeven, opdat ze één zouden zijn, gelijk Wij één zijn:
23Я в них і Ти в менї, щоб були звершені в одно, і щоб зрозумів сьвіт, що Ти мене післав єси і полюбив їх, яко ж мене полюбив єси.
23Ik in hen, en Gij in Mij. Mogen ze volmaakte eenheid bezitten, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij hebt gezonden, en dat Gij hen hebt bemind, gelijk Gij Mij hebt liefgehad.
24Отче, которих дав єси менї, хочу, щоб, де я, і вони були зо мною, щоб видїли славу мою, що дав єси менї; бо полюбив єси мене перш основання сьвіта.
24Vader, Ik wil, dat zij, die Gij Mij hebt gegeven, met Mij mogen zijn, waar Ikzelf ben; dat ze mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij hebt gegeven, omdat Gij Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging der wereld.
25Отче праведний, і сьвіт Тебе не пізнав, я ж пізнав Тебе, і сї пізнали, що Ти мене післав.
25Gerechte Vader, wel heeft de wereld U niet gekend, maar Ik heb U gekend; en zij hebben erkend, dat Gij Mij hebt gezonden.
26І я обявив їм імя Твоє, і обявляти му, щоб любов, якою любив єси мене, в них була, а я в них.
26Ik heb aan hen uw naam bekend gemaakt, en zal dit blijven doen, opdat de liefde, waarmee Gij Mij hebt bemind, in hen moge zijn, en Ik in hen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.