Wijsheid 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Zij heeft den eerstgeschapen vader der wereld Reeds bescherming verleend, toen hij nog alleen was. Ook uit zijn zondeval heeft zij hem gered,
1A sabedoria guardou até o fim o primeiro pai do mundo, que foi criado sozinho, e o livrou de sua própria transgressão;
2En hem de kracht geschonken, om over alles te heersen.
2e lhe deu força para dominar sobre todas as coisas.
3Maar toen een ongerechte in zijn toorn van haar afviel, Kwam hij om door de woede, waarin hij zijn broeder doodde.
3Mas, quando um homem injusto se afastou dela em sua ira, pereceu por causa da fúria com que matou seu irmão.
4En toen om hem de vloed kwam over de aarde, Bracht de wijsheid weer redding, En loodste den rechtvaardige op nietig hout er doorheen.
4Quando, por causa dele, a terra foi submersa pelo dilúvio, a sabedoria novamente a salvou, guiando o justo por meio de um simples pedaço de madeira.
5Nadat de volken verspreid waren om de algemene boosheid, Vond zij den gerechte, bewaarde hem voor God zonder smet, En deed hem standvastig blijven, ondanks de liefde voor zijn kind.
5Além disso, quando as nações que haviam concordado em praticar a maldade foram confundidas, a sabedoria reconheceu o justo, preservou-o irrepreensível diante de Deus e o manteve firme quando seu coração se comoveu por causa de seu filho.
6Zij redde den rechtvaardige, bij de ondergang der zondaars, Toen hij het vuur ontvluchtte, dat op de vijf steden neerkwam.
6Quando os ímpios pereciam, a sabedoria livrou um homem justo quando ele fugia do fogo que desceu do céu sobre as cinco cidades.
7Daar bevindt zich nog altijd als teken der boosheid Een altijd dampende woestenij, Met planten, die op verkeerde tijden vruchten dragen, En een hoge zoutzuil als herinnering aan een ongelovige vrouw.
7Da perversidade deles ainda dão testemunho uma terra devastada e fumegante, plantas que produzem belos frutos, mas não amadurecem, e, como memorial de uma alma incrédula, uma coluna de sal que permanece de pé.
8Want zij, die de weg der wijsheid hadden verlaten, Verloren niet alleen de kennis van het goede, Maar lieten de wereld ook een herinnering na aan hun dwaasheid, Opdat niet verborgen zou blijven, wat zij hebben misdreven.
8Pois, ao desprezarem a sabedoria, não somente ficaram incapazes de reconhecer as coisas boas, mas também deixaram para a posteridade um monumento de sua insensatez, para que nem mesmo o lugar em que tropeçaram ficasse oculto.
9Maar wie de wijsheid dienden, heeft zij uit kwelling gered.
9A sabedoria, porém, livrou das aflições os que a serviam.
10Toen de rechtvaardige vluchtte voor de toorn van zijn broeder, Heeft zij hem langs veilige wegen geleid; Zij heeft hem het rijk van God laten zien, En hem kennis van het heilige geschonken. Zij maakte hem rijk bij zijn moeitevol werk, En schonk hem overvloedige vrucht van zijn arbeid;
10Quando um homem justo fugia da ira de seu irmão, a sabedoria o guiou por caminhos retos. Mostrou-lhe o reino de Deus e lhe deu conhecimento das coisas santas. Fez prosperar seus trabalhos e multiplicou os frutos de seus esforços.
11Zij stond hem ter zijde tegen de hebzucht van zijn verdrukkers, Zij was het, die hem rijkdom schonk.
11Quando homens, movidos pela ganância, o trataram com dureza, ela permaneceu ao seu lado e o tornou rico.
12Zij beschermde hem tegen zijn vijanden, En beschutte hem tegen zijn belagers; Bij een felle strijd schonk zij hem de overwinning, Opdat hij zou weten, dat vroomheid alles in kracht overtreft.
12Guardou-o dos inimigos e o protegeu daqueles que armavam emboscadas. Em sua luta severa, ela atuou como juíza, para que ele soubesse que a piedade é mais poderosa do que tudo.
13Zij liet den rechtvaardige, die verkocht was, niet in de steek, Maar bewaarde hem voor de zonde; Zij daalde met hem in de kerker af,
13Quando um homem justo foi vendido, a sabedoria não o abandonou, mas o livrou do pecado. Desceu com ele ao calabouço
14En liet hem in zijn boeien niet alleen. Ja, zij verschafte hem een koningsschepter En macht over hen, die eerst hem verdrukten; Zij bewees, dat zijn aanklagers leugenaars waren, En verleende hem eeuwige roem.
14e não o deixou enquanto estava acorrentado, até lhe trazer o cetro de um reino e autoridade sobre os que o haviam tratado tiranicamente. Também demonstrou que eram mentirosos os que o haviam acusado com desprezo e lhe deu glória eterna.
15Zij heeft een heilige natie, een geslacht zonder smet, Bevrijd van het volk der verdrukkers;
15A sabedoria livrou um povo santo e uma descendência irrepreensível de uma nação de opressores.
16Zij ging binnen in de ziel van den dienaar des Heren, En weerstond schrikwekkende vorsten met tekenen en wonderen.
16Entrou na alma de um servo do Senhor e enfrentou reis terríveis com prodígios e sinais.
17Zij verschafte de heiligen het loon voor hun zwoegen, En geleidde hen langs een wondere weg; Overdag werd zij voor hen een beschutting, En 's nachts als het licht van de sterren.
17Deu aos santos a recompensa de seus trabalhos. Guiou-os por um caminho maravilhoso, tornou-se para eles cobertura durante o dia e chama estrelada durante a noite.
18Zij voerde hen door de Rode Zee En geleidde hen over het grote water;
18Fez com que atravessassem o mar Vermelho e os conduziu através de muitas águas;
19Maar hun vijanden liet zij verdrinken, En spoelde uit de diepte der zee hen weer aan. Zo hebben de rechtvaardigen de zondaars geplunderd.
19mas afogou seus inimigos e os lançou para fora das profundezas do abismo.
20Zij bezongen, o Heer, uw heilige Naam, En prezen eenstemmig uw hand, die hier streed;
20Por isso os justos saquearam os ímpios, cantaram louvores ao teu santo nome, ó Senhor, e exaltaram em uníssono tua mão que lutou por eles,
21Want de wijsheid opende de mond van de stommen, En maakte de tong van de kleinen welsprekend.
21porque a sabedoria abriu a boca dos mudos e fez a língua das crianças falar com clareza.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.