Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Zij heeft den eerstgeschapen vader der wereld Reeds bescherming verleend, toen hij nog alleen was. Ook uit zijn zondeval heeft zij hem gered,
1She preserved the first formed father of the world, that was created alone, and brought him out of his fall,
2En hem de kracht geschonken, om over alles te heersen.
2And gave him power to rule all things.
3Maar toen een ongerechte in zijn toorn van haar afviel, Kwam hij om door de woede, waarin hij zijn broeder doodde.
3But when the unrighteous went away from her in his anger, he perished also in the fury wherewith he murdered his brother.
4En toen om hem de vloed kwam over de aarde, Bracht de wijsheid weer redding, En loodste den rechtvaardige op nietig hout er doorheen.
4For whose cause the earth being drowned with the flood, wisdom again preserved it, and directed the course of the righteous in a piece of wood of small value.
5Nadat de volken verspreid waren om de algemene boosheid, Vond zij den gerechte, bewaarde hem voor God zonder smet, En deed hem standvastig blijven, ondanks de liefde voor zijn kind.
5Moreover, the nations in their wicked conspiracy being confounded, she found out the righteous, and preserved him blameless unto God, and kept him strong against his tender compassion toward his son.
6Zij redde den rechtvaardige, bij de ondergang der zondaars, Toen hij het vuur ontvluchtte, dat op de vijf steden neerkwam.
6When the ungodly perished, she delivered the righteous man, who fled from the fire which fell down upon the five cities.
7Daar bevindt zich nog altijd als teken der boosheid Een altijd dampende woestenij, Met planten, die op verkeerde tijden vruchten dragen, En een hoge zoutzuil als herinnering aan een ongelovige vrouw.
7Of whose wickedness even to this day the waste land that smoketh is a testimony, and plants bearing fruit that never come to ripeness: and a standing pillar of salt is a monument of an unbelieving soul.
8Want zij, die de weg der wijsheid hadden verlaten, Verloren niet alleen de kennis van het goede, Maar lieten de wereld ook een herinnering na aan hun dwaasheid, Opdat niet verborgen zou blijven, wat zij hebben misdreven.
8For regarding not wisdom, they gat not only this hurt, that they knew not the things which were good; but also left behind them to the world a memorial of their foolishness: so that in the things wherein they offended they could not so much as be hid.
9Maar wie de wijsheid dienden, heeft zij uit kwelling gered.
9But wisdom delivered from pain those that attended upon her.
10Toen de rechtvaardige vluchtte voor de toorn van zijn broeder, Heeft zij hem langs veilige wegen geleid; Zij heeft hem het rijk van God laten zien, En hem kennis van het heilige geschonken. Zij maakte hem rijk bij zijn moeitevol werk, En schonk hem overvloedige vrucht van zijn arbeid;
10When the righteous fled from his brother’s wrath she guided him in right paths, shewed him the kingdom of God, and gave him knowledge of holy things, made him rich in his travels, and multiplied the fruit of his labours.
11Zij stond hem ter zijde tegen de hebzucht van zijn verdrukkers, Zij was het, die hem rijkdom schonk.
11In the covetousness of such as oppressed him she stood by him, and made him rich.
12Zij beschermde hem tegen zijn vijanden, En beschutte hem tegen zijn belagers; Bij een felle strijd schonk zij hem de overwinning, Opdat hij zou weten, dat vroomheid alles in kracht overtreft.
12She defended him from his enemies, and kept him safe from those that lay in wait, and in a sore conflict she gave him the victory; that he might know that goodness is stronger than all.
13Zij liet den rechtvaardige, die verkocht was, niet in de steek, Maar bewaarde hem voor de zonde; Zij daalde met hem in de kerker af,
13When the righteous was sold, she forsook him not, but delivered him from sin: she went down with him into the pit,
14En liet hem in zijn boeien niet alleen. Ja, zij verschafte hem een koningsschepter En macht over hen, die eerst hem verdrukten; Zij bewees, dat zijn aanklagers leugenaars waren, En verleende hem eeuwige roem.
14And left him not in bonds, till she brought him the sceptre of the kingdom, and power against those that oppressed him: as for them that had accused him, she shewed them to be liars, and gave him perpetual glory.
15Zij heeft een heilige natie, een geslacht zonder smet, Bevrijd van het volk der verdrukkers;
15She delivered the righteous people and blameless seed from the nation that oppressed them.
16Zij ging binnen in de ziel van den dienaar des Heren, En weerstond schrikwekkende vorsten met tekenen en wonderen.
16She entered into the soul of the servant of the Lord, and withstood dreadful kings in wonders and signs;
17Zij verschafte de heiligen het loon voor hun zwoegen, En geleidde hen langs een wondere weg; Overdag werd zij voor hen een beschutting, En 's nachts als het licht van de sterren.
17Rendered to the righteous a reward of their labours, guided them in a marvellous way, and was unto them for a cover by day, and a light of stars in the night season;
18Zij voerde hen door de Rode Zee En geleidde hen over het grote water;
18Brought them through the Red sea, and led them through much water:
19Maar hun vijanden liet zij verdrinken, En spoelde uit de diepte der zee hen weer aan. Zo hebben de rechtvaardigen de zondaars geplunderd.
19But she drowned their enemies, and cast them up out of the bottom of the deep.
20Zij bezongen, o Heer, uw heilige Naam, En prezen eenstemmig uw hand, die hier streed;
20Therefore the righteous spoiled the ungodly, and praised thy holy name, O Lord, and magnified with one accord thine hand, that fought for them.
21Want de wijsheid opende de mond van de stommen, En maakte de tong van de kleinen welsprekend.
21For wisdom opened the mouth of the dumb, and made the tongues of them that cannot speak eloquent.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.