Psalmen 147
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chamorro: Gospels, Acts and Psalms
1Halleluja! Looft Jahweh: want het is goed, Hem te prijzen, Onzen God: want het is lieflijk en schoon, Hem te roemen!
1FANMANALABA jamyo as Jeova: sa mauleg na utacantaye alabansa sija gui Yuusta; sa magof este; ya y alabansa respetao.
2Jahweh bouwt Jerusalem weer op, En brengt de verstrooiden van Israël bijeen.
2Si Jeova jumajatsa Jerusalem: ja fandadaña y manmayute juyong guiya Israel.
3Hij is het, die de gebroken harten geneest, En hun wonden verbindt;
3Janafanjomlo y manmayulang na corason, ya jabee y chetnotñija.
4Die het getal van de sterren bepaalt, En ze allen roept bij haar naam.
4Jasangan y numeron y pution sija; jafanaan todo sija ni y naanñija.
5Groot is onze Heer, geweldig zijn macht, Zijn wijsheid oneindig;
5Dangculo y Yuusta, yan matatnga gui ninasiña; tiningoña taeuttimo.
6Jahweh richt de nederigen op, Maar de bozen werpt Hij ter aarde.
6Si Jeova jumajatsa y manmanso: ya jachule papa y manaelaye gui jilo oda.
7Heft Jahweh een jubelzang aan Speelt op de citer voor onzen God:
7Cantaye si Jeova ni y finatinas grasias; cantaye alabansa sija gui atpa, para y Yuusta.
8Die de hemel met wolken bedekt, En de regen bereidt voor de aarde. Die op de bergen gras doet ontspruiten, En groen voor de beesten, die den mens moeten dienen;
8Ni y jatatampe y langet ni y mapagages, ya jalilisto y ichan para y tano, ya janafandodoco y chaguan gui jilo ogso sija.
9Die aan het vee zijn voedsel geeft, En aan de jonge raven, die er om roepen.
9Güiya numannae y gâgâ sija nañija, yan y fumaguon y aga sija ni y manaagang.
10Hij vindt geen vreugde in de sterkte der paarden, Hem verheugen geen krachtige schenkels;
10Güiya ti ninamamagof ni y ninasiñan y cabayo: ni ti ninamamagof güe ni y adeng y taotao.
11Maar Jahweh heeft behagen in hen, die Hem vrezen, En die smachten naar zijn genade!
11Si Jeova ninamamagof güe ni y manmaañao nu güiya, ni y umangoco sija gui minaaseña.
12Breng Jahweh lof, Jerusalem; Sion, loof uw God!
12Alaba si Jeova, O Jerusalem; alaba si Yuusmo, O Sion.
13Want Hij heeft de grendels van uw poorten versterkt, Uw zonen binnen uw muren gezegend,
13Sa janafanfitme y rejas y trangcamo: jabendise y famaguonmo gui sumanjalommo.
14De vrede aan uw grenzen geschonken, U met de bloem der tarwe verzadigd.
14Jafatinas pas gui jalom uttimomo, ya ninabula jao ni y guesmauleg na trigo.
15Hij is het, die de aarde zijn bevelen stuurt, En haastig rept zich zijn woord:
15Janajanao y tinagoña gui jilo tano: y sinanganña malalago goschadig.
16Die sneeuw als wolvlokken zendt, Zijn ijzel rondstrooit als as.
16Mannae niebe calang pulo: jachalapon y manengjeng na sereno calang apo.
17Hij werpt zijn hagel bij brokken, En voor zijn koude stollen de wateren;
17Jayute y aesña calang andesmorona sija: jaye siña tumojgue gui menan y manengjengña?
18Maar Hij stuurt zijn bevel, en ze smelten: Zijn winden waaien, weer stromen de wateren.
18Janajanao y sinanganña, ya jadirite: janafanguaefe y mangloña, ya y janom sija manmilalag.
19Hij maakte Jakob zijn geboden bekend, Israël zijn bevelen en wetten:
19Jafanue si Jacob ni y sinanganña, ya y layña sija yan y juisioña sija y Israel.
20Zo deed Hij voor geen ander volk, Nooit heeft Hij hùn zijn wetten geleerd! Halleluja!
20Ti jafatinas taegüine gui un nasion: ya y juisioña, sija ti manmatungo sija. Fanmanalaba jamyo as Jeova.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.