Marcus 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Zo kwamen zij aan de overkant van het meer in het land der Gerasenen.
1И дођоше преко мора у околину гадаринску.
2Zodra Hij het schip verliet, kwam Hem uit de grafspelonken een man tegemoet, die door een onreinen geest was bezeten.
2И кад изиђе из лађе, одмах Га срете човек с духом нечистим,
3Hij had zijn verblijf in de graven, en niemand kon hem zelfs met ketens meer binden;
3који живљаше у гробовима и нико га не могаше свезати ни веригама;
4meermalen reeds was hij met voetboeien en ketens gebonden, maar hij had de ketens stuk getrokken en de voetboeien verbroken. Niemand was in staat hem te temmen.
4јер је много пута био метнут у пута и у вериге, па је искидао вериге и пута изломио; и нико га не могаше укротити.
5Dag en nacht was hij in de grafspelonken en op de bergen, waar hij schreeuwde, en zich met stenen sloeg.
5И једнако дан и ноћ бављаше се у гробовима и у горама вичући и бијући се камењем.
6Toen hij van verre Jesus zag, snelde hij toe, viel voor Hem neer,
6А кад виде Исуса из далека, потече и поклони Му се.
7en schreeuwde het uit: Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus, Zoon van den Allerhoogsten God? Ik bezweer U bij God, mij niet te gaan kwellen.
7И повикавши гласно рече: Шта је Теби до мене, Исусе Сине Бога Вишњег? Заклињем Те Богом, не мучи ме.
8Want Hij had hem gezegd: Onreine geest, ga uit van dien man!
8Јер му говораше: Изађи, душе нечисти, из човека.
9Nu vroeg Hij hem: Hoe is uw naam? En hij zei Hem: Legioen is mijn naam, want we zijn velen.
9И питаше га: Како ти је име? И одговори Му: Легеон ми је име; јер нас је много.
10En hij bad Hem dringend, hem toch niet buiten die streek te bannen.
10И молише Га веома да их не шаље из оне околине.
11Nu liep daar bij de berg een grote troep zwijnen te grazen.
11А онде по брегу пасло је велико крдо свиња.
12Ze smeekten Hem, en zeiden: Zend ons naar de zwijnen, opdat we daar ingaan.
12И молише Га сви ђаволи говорећи: Пошаљи нас у свиње да у њих уђемо.
13Hij stond het hun toe. Toen gingen de onreine geesten uit, en wierpen zich op de zwijnen. En de troep van ongeveer twee duizend plofte van de steilte in het meer, en verdronk in het meer.
13И допусти им Исус одмах. И изашавши духови нечисти уђоше у свиње; и навали крдо с брега у море; а беше их око две хиљаде: и потопише се у мору.
14De drijvers vluchtten heen, en vertelden het in stad en land. Men kwam dus zien, wat er gebeurd was.
14А свињари побегоше, и јавише у граду и по селима. И изађоше људи да виде шта је било.
15Toen ze nu bij Jesus kwamen, en den bezetene zagen zitten, gekleed en goed bij verstand, ofschoon hij door het legioen was bezeten geweest, werden ze bevreesd.
15И дођоше к Исусу, и видеше беснога у коме је био легеон где седи обучен и паметан; и уплашише се.
16En zij, die het gezien hadden, verhaalden hun wat er met den bezetene was gebeurd, en ook met de zwijnen.
16А они што су видели казаше им шта би од беснога и од свиња.
17Toen verzochten ze Hem, om heen te gaan uit hun gebied.
17И почеше Га молити да иде из њихових крајева.
18Toen Hij zich nu in de boot begaf, vroeg de gewezen bezetene verlof, bij Hem te blijven.
18И кад уђе у лађу, мољаше Га онај што је био бесан да буде с Њим.
19Hij stond het niet toe, maar zei hem: Ga naar huis, naar de uwen, en meld hun alwat de Heer u gedaan heeft, en hoe Hij Zich over u heeft ontfermd.
19А Исус не даде му, већ му рече: Иди кући својој к својима и кажи им шта ти Господ учини, и како те помилова.
20Hij ging heen, en begon te verkondigen in de Dekápolis, wat Jesus hem had gedaan; en allen stonden verbaasd.
20И оде и поче приповедати у Десет градова шта му учини Исус; и сви се дивљаху.
21Toen Jesus in de boot weer de overkant had bereikt, verzamelde zich een grote menigte om Hem heen. En terwijl Hij Zich aan de oever van het meer bevond.
21И кад пређе Исус у лађи опет на оне стране, скупи се народ многи око Њега; и беше крај мора.
22kwam daar een van de oversten der synagoge, Jaïrus genaamd. Toen hij Hem zag, viel hij aan zijn voeten neer,
22И гле, дође један од старешина зборничких по имену Јаир; и видевши Га паде пред ноге Његове.
23en bad Hem met aandrang: Mijn dochtertje ligt te sterven. Kom, en leg haar de handen op: dan zal ze worden gered, en blijven leven.
23И мољаше Га врло говорећи: Кћи је моја на самрти; да дођеш и да метнеш на њу руке да оздрави и живи.
24Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en drong tegen Hem op.
24И пође с њим. И за Њим иђаше народа много и туркаху Га.
25Nu was daar een vrouw, die twaalf jaren lang aan bloedvloeiing leed.
25И жена некаква која је дванаест година боловала од течења крви
26Veel had ze van verschillende geneesheren moeten verduren; al wat ze bezat, had ze ten koste gelegd, maar heel geen baat gevonden; ze was eer nog erger geworden.
26и велику муку поднела од многих лекара, и потрошила све што је имала, и ништа јој нису помогли, него још горе начинили,
27Daar ze van Jesus had gehoord, trad ze onder de menigte achter Hem aan, en raakte zijn kleed aan.
27кад је чула за Исуса, дође у народу састраг, и дотаче се хаљине Његове.
28Want ze dacht: Als ik alleen maar zijn kleren aanraak, zal ik genezen.
28Јер говораше: Ако се само дотакнем хаљина Његових оздравићу.
29En terstond droogde haar bloedvloeiing op, en gevoelde ze aan haar lichaam, dat ze van haar kwaal was genezen.
29И одмах пресахну извор крви њене, и осети у телу да оздрави од болести.
30Jesus was Zich bewust van de kracht, die er van Hem was uitgegaan; aanstonds keerde Hij Zich onder de menigte om, en sprak: Wie heeft mijn kleren aangeraakt?
30И одмах Исус осети у себи силу што изађе из Њега, и обазревши се на народ рече: Ко се то дотаче мојих хаљина?
31Zijn leerlingen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de menigte op U aandringt, en Gij vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt?
31И рекоше Му ученици Његови: Видиш народ где Те турка, па питаш: Ко се дотаче мене?
32Maar Hij keek rond, om te zien, wie het gedaan had.
32И Он се обазираше да види ону која то учини.
33Angstig en bevend kwam de vrouw naderbij, daar ze wist, wat er met haar was gebeurd; ze viel voor Hem neer, en zeide Hem de volle waarheid.
33А жена уплашивши се дрхташе, и знајући шта јој се догоди, дође и клече пред Њим, и каза Му сву истину.
34Maar Hij sprak tot haar: Dochter, uw geloof heeft u gered; ga in vrede, en wees genezen van uw kwaal.
34А Он рече јој: Кћери! Вера твоја поможе ти; иди с миром, и буди здрава од болести своје.
35Terwijl Hij nog sprak. kwamen er lieden van den overste der synagoge, en zeiden: Uw dochter is gestorven; waarom den Meester nog lastig gevallen?
35Још Он говораше, а дођоше од старешине зборничког говорећи: Кћи твоја умре; што већ трудиш учитеља?
36Jesus hoorde wat er gezegd werd, en sprak tot den overste: Vrees niet, maar geloof!
36А Исус одмах чувши реч што рекоше рече старешини: Не бој се, само веруј.
37Hij liet niemand met Zich meegaan dan Petrus, Jakobus en Johannes, den broer van Jakobus.
37И не даде за собом ићи никоме осим Петра и Јакова и Јована брата Јаковљевог.
38Toen zij bij het huis van den overste waren gekomen, zag Hij daar het rouwmisbaar en de wenende en luid jammerende mensen.
38И дође у кућу старешине зборничког, и виде вреву и плач и јаук велики.
39Hij ging binnen, en zeide tot hen: Wat tiert gij, en weent gij? Het kind is niet dood, maar het slaapt.
39И ушавши рече им: Шта сте узаврели те плачете? Девојка није умрла, него спава.
40Ze lachten Hem uit. Nadat Hij ze allen had buiten gezet, nam Hij den vader en de moeder van het kind en zijn metgezellen met Zich mee, en ging het vertrek binnen, waar het kind lag.
40И подсмеваху Му се. А Он истеравши све узе оца девојчиног и матер и који беху с Њим, и уђе где лежаше девојка.
41Hij vatte het kind bij de hand, en sprak tot haar: Talita koemi: wat betekent: Meisje, Ik zeg u, sta op!
41И узевши девојку за руку рече јој: Талита куми, које значи: Девојко, теби говорим, устани.
42Onmiddellijk stond het meisje op, en liep heen en weer: want het was twaalf jaar oud. En ze stonden verstomd van verbazing.
42И одмах уста девојка и хођаше; а беше од дванаест година. И зачудише се чудом великим.
43Maar Hij gebood hun ten strengste, het niemand te laten weten. Ook zeide Hij nog, dat men haar te eten zou geven.
43И запрети им врло да нико не дозна за то, и рече: Подајте јој нек једе.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.