Marcus 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jakobus, en Salome specerijen, om Jesus te gaan balsemen.
1И пошто прође субота, Марија Магдалина и Марија Јаковљева и Соломија купише мириса да дођу и да помажу Исуса.
2Zeer vroeg op de eerste dag der week, bij het opgaan der zon, kwamen ze bij het graf.
2И врло рано у први дан недеље дођоше на гроб око сунчаног рођаја.
3En ze zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van het graf?
3И говораху међу собом: Ко ће нам одвалити камен од врата гробних?
4Maar toen ze gingen zien, merkten ze, dat de steen al op zij was gerold; want hij was zeer groot.
4И погледавши видеше да камен беше одваљен: јер беше врло велики.
5Ze gingen het graf in, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, in een wit gewaad gekleed. Ze werden hevig ontsteld.
5И ушавши у гроб видеше младића обученог у белу хаљину где седи с десне стране; и уплашише се.
6Maar hij sprak tot haar: Weest maar niet bang! Gij zoekt Jesus van Názaret, die gekruisigd is? Hij is verrezen; hier is Hij niet. Ziet hier de plaats, waar men Hem heeft neergelegd.
6А он им рече: Не плашите се, Исуса тражите Назарећанина распетог; уста, није овде, ево место где Га метнуше.
7Gaat nu heen, en zegt aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd.
7Него идите кажите ученицима Његовим и Петру да пред вама оде у Галилеју: тамо ћете Га видети, као што вам рече.
8Ze gingen naar buiten, en vluchtten weg van het graf; want schrik en ontzetting had haar bevangen. En ze zeiden er niemand iets van; zo bang waren ze.
8И изашавши побегоше од гроба; јер их ухвати дрхат и страх; и ником ништа не казаше, јер се бојаху.
9Toen Hij dan verrezen was, ‘s morgens vroeg, op de eerste dag van de week, verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven duivels had uitgedreven.
9А Исус уставши рано у први дан недеље јави се најпре Марији Магдалини, из које је истерао седам ђавола.
10Deze ging het melden aan hen, die met Hem waren geweest, en die nu treurden en weenden.
10А она оде те јави онима што су били с Њим, који плакаху и ридаху.
11Maar toen ze hoorden, dat Hij leefde en door haar was gezien, geloofden ze het niet.
11И они чувши да је жив и да Га је она видела не вероваше.
12Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen, die op weg waren naar buiten.
12А потом јави се на путу двојици од њих у другом обличју, кад су ишли у село.
13Deze gingen terug, en meldden het aan de anderen; maar ook hen geloofden ze niet.
13И они отишавши јавише осталима; и ни њима не вероваше.
14Eindelijk verscheen Hij aan alle elf, terwijl ze aan tafel waren. Hij verweet hun het ongeloof en de verstoktheid van hart, omdat ze hèn niet hadden geloofd, die Hem na de verrijzenis hadden gezien.
14А најпосле, јави се кад њих једанаесторица беху за трпезом, и прекори их за њихово неверје и тврђу срца што не вероваше онима који су Га видели да је устао;
15En Hij sprak tot hen: Gaat heel de wereld door, en predikt het evangelie aan ieder schepsel.
15и рече им: Идите по свему свету и проповедите јеванђеље сваком створењу.
16Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld.
16Који узверује и покрсти се, спашће се; а ко не верује осудиће се.
17Deze wonderen zullen hen vergezellen, die hebben geloofd: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven; vreemde talen zullen ze spreken;
17А знаци онима који верују биће ови: именом мојим изгониће ђаволе; говориће новим језицима;
18slangen zullen ze opnemen; en al drinken ze dodelijk vergif, het zal hun niet schaden; zieken zullen ze de handen opleggen, en zij zullen genezen.
18узимаће змије у руке, ако и смртно шта попију, неће им наудити; на болеснике метаће руке, и оздрављаће.
19Toen de Heer Jesus met hen gesproken had, is Hij opgenomen ten hemel, en is neergezeten aan de rechterhand Gods.
19А Господ, пошто им изговори, узе се на небо, и седе Богу с десне стране.
20Maar zij trokken uit, om overal te preken; en de Heer werkte met hen mee, en bevestigde het woord door de wonderen, die het vergezelden.
20А они изађоше и проповедаше свуда, и Господ их потпомага, и реч потврђива знацима који су се потом показивали. Амин.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.