Marcus 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jakobus, en Salome specerijen, om Jesus te gaan balsemen.
1เมื่อวันสะบาโตผ่านพ้นไป มารีย์ชาวมักดาลา มารีย์มารดาของยากอบ และสาโลเมซื้อเครื่องหอม เพื่อจะมาชโลมพระองค์
2Zeer vroeg op de eerste dag der week, bij het opgaan der zon, kwamen ze bij het graf.
2เช้าตรู่มากในวันแรกของสัปดาห์ พวกนางมาถึงอุโมงค์ฝังศพเมื่อดวงอาทิตย์ขึ้นแล้ว
3En ze zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van het graf?
3พวกนางพูดกันว่า “ใครจะช่วยกลิ้งก้อนหินออกจากปากอุโมงค์ฝังศพให้พวกเรา?”
4Maar toen ze gingen zien, merkten ze, dat de steen al op zij was gerold; want hij was zeer groot.
4เพราะก้อนหินนั้นใหญ่มาก เมื่อเงยหน้าขึ้น พวกนางเห็นว่าก้อนหินถูกกลิ้งออกไปแล้ว
5Ze gingen het graf in, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, in een wit gewaad gekleed. Ze werden hevig ontsteld.
5เมื่อเข้าไปในอุโมงค์ฝังศพ พวกนางเห็นชายหนุ่มคนหนึ่งนั่งอยู่ทางขวา สวมเสื้อคลุมสีขาว พวกนางก็ตกตะลึง
6Maar hij sprak tot haar: Weest maar niet bang! Gij zoekt Jesus van Názaret, die gekruisigd is? Hij is verrezen; hier is Hij niet. Ziet hier de plaats, waar men Hem heeft neergelegd.
6เขากล่าวกับพวกนางว่า “อย่าตกตะลึง พวกคุณกำลังหาพระเยซูชาวนาซาเร็ธ ผู้ถูกตรึงบนกางเขน พระองค์ฟื้นขึ้นจากความตายแล้ว! พระองค์ไม่อยู่ที่นี่ ดูที่ซึ่งพวกเขาวางพระองค์ไว้
7Gaat nu heen, en zegt aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd.
7แต่จงไปบอกสาวกของพระองค์และเปโตรว่า ‘พระองค์ไปยังกาลิลีก่อนพวกคุณ ที่นั่นพวกคุณจะเห็นพระองค์ ตามที่พระองค์บอกพวกคุณไว้’”
8Ze gingen naar buiten, en vluchtten weg van het graf; want schrik en ontzetting had haar bevangen. En ze zeiden er niemand iets van; zo bang waren ze.
8พวกนางออกมา และหนีออกจากอุโมงค์ฝังศพ เพราะตัวสั่นและตกตะลึง พวกนางไม่บอกอะไรแก่ใคร เพราะกลัว
9Toen Hij dan verrezen was, ‘s morgens vroeg, op de eerste dag van de week, verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven duivels had uitgedreven.
9เมื่อพระองค์ฟื้นขึ้นจากความตายในเวลาเช้าตรู่ของวันแรกของสัปดาห์ พระองค์ปรากฏแก่มารีย์ชาวมักดาลาก่อน ซึ่งพระองค์เคยขับปีศาจเจ็ดตนออกจากนาง
10Deze ging het melden aan hen, die met Hem waren geweest, en die nu treurden en weenden.
10นางไปบอกคนที่เคยอยู่กับพระองค์ ขณะที่พวกเขากำลังโศกเศร้าและร้องไห้
11Maar toen ze hoorden, dat Hij leefde en door haar was gezien, geloofden ze het niet.
11เมื่อพวกเขาได้ยินว่าพระองค์มีชีวิตอยู่ และนางได้เห็นพระองค์ พวกเขาก็ไม่เชื่อ
12Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen, die op weg waren naar buiten.
12หลังจากนั้น พระองค์ปรากฏในอีกรูปลักษณ์หนึ่งแก่พวกเขาสองคน ขณะที่กำลังเดินทางไปชนบท
13Deze gingen terug, en meldden het aan de anderen; maar ook hen geloofden ze niet.
13สองคนนั้นกลับไปบอกคนอื่น ๆ แต่พวกเขาก็ยังไม่เชื่อสองคนนั้น
14Eindelijk verscheen Hij aan alle elf, terwijl ze aan tafel waren. Hij verweet hun het ongeloof en de verstoktheid van hart, omdat ze hèn niet hadden geloofd, die Hem na de verrijzenis hadden gezien.
14ต่อมา พระองค์ปรากฏแก่สิบเอ็ดคนขณะที่พวกเขานั่งรับประทานอาหาร และตำหนิพวกเขาเรื่องความไม่เชื่อและใจแข็งกระด้าง เพราะพวกเขาไม่เชื่อคนที่ได้เห็นพระองค์หลังจากพระองค์ฟื้นขึ้นจากความตาย
15En Hij sprak tot hen: Gaat heel de wereld door, en predikt het evangelie aan ieder schepsel.
15พระองค์กล่าวกับพวกเขาว่า “จงออกไปทั่วโลก และประกาศข่าวดีแก่สิ่งสร้างทั้งหมด
16Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld.
16ผู้ที่เชื่อและรับบัพติศมาจะรอด แต่ผู้ที่ไม่เชื่อจะถูกตัดสินโทษ
17Deze wonderen zullen hen vergezellen, die hebben geloofd: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven; vreemde talen zullen ze spreken;
17หมายสำคัญเหล่านี้จะติดตามผู้ที่เชื่อ คือในนามของเรา พวกเขาจะขับปีศาจ จะพูดภาษาใหม่ ๆ
18slangen zullen ze opnemen; en al drinken ze dodelijk vergif, het zal hun niet schaden; zieken zullen ze de handen opleggen, en zij zullen genezen.
18จะจับงู และถ้าดื่มสิ่งใดที่มีพิษถึงตาย สิ่งนั้นจะไม่ทำอันตรายพวกเขาเลย พวกเขาจะวางมือบนคนป่วย แล้วคนป่วยจะหายดี”
19Toen de Heer Jesus met hen gesproken had, is Hij opgenomen ten hemel, en is neergezeten aan de rechterhand Gods.
19หลังจากองค์พระผู้เป็นเจ้า กล่าวกับพวกเขาแล้ว พระองค์ถูกรับขึ้นสู่สวรรค์ และนั่งทางขวาของพระเจ้า
20Maar zij trokken uit, om overal te preken; en de Heer werkte met hen mee, en bevestigde het woord door de wonderen, die het vergezelden.
20พวกเขาออกไปประกาศทั่วทุกแห่ง องค์พระผู้เป็นเจ้าทำงานร่วมกับพวกเขา และยืนยันพระวจนะด้วยหมายสำคัญที่ติดตามมา อาเมน
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.