Marcus
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (Thai)

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen vertrok Hij vandaar, en ging naar het gebied van Judea en naar het Overjordaanse. En weer kwam er veel volk naar Hem toe, en onderwees Hij hen, zoals Hij gewoon was.
1พระองค์​ลุก​จาก​ที่​นั่น และ​มา​ยัง​เขตแดน​แคว้น​ยูเดีย​กับ​บริเวณ​อีก​ฟาก​แม่น้ำ​จอร์แดน ฝูงชน​มา​รวม​กัน​รอบ​พระองค์​อีก และ​พระองค์​ก็​สอน​พวกเขา​อีก​เช่นเคย
2Ook de farizeën kwamen naar Hem toe, en vroegen, om Hem op de proef te stellen, of een man zijn vrouw mag verstoten. Hij gaf hun ten antwoord:
2พวก​ฟาริสี​มา​หา​พระองค์​เพื่อ​ทดสอบ และ​ถาม​ว่า “ผู้ชาย​ได้​รับ​อนุญาต​ให้​หย่า​ภรรยา​หรือ​ไม่?”
3Wat heeft Moses u geboden?
3พระองค์​ตอบ​ว่า “โมเสส​สั่ง​พวกคุณ​ไว้​ว่า​อย่างไร?”
4Ze zeiden: Moses heeft toegestaan, een scheidingsbrief te schrijven, en haar zó te verstoten.
4พวกเขา​ตอบ​ว่า “โมเสส​อนุญาต​ให้​เขียน​หนังสือ​รับรอง​การ​หย่า แล้ว​หย่า​ภรรยา​ได้”
5Jesus antwoordde hun: Om de hardheid van uw gemoed heeft Moses u deze wet gegeven;
5แต่​พระเยซู​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เพราะ​ใจ​ของ​พวกคุณ​แข็งกระด้าง โมเสส​จึง​เขียน​คำสั่ง​นี้​ไว้​ให้​พวกคุณ
6maar van de aanvang der schepping af, heeft God hen man en vrouw gemaakt;
6แต่​ตั้งแต่​เริ่ม​สร้าง พระเจ้า​สร้าง​พวกเขา​ให้​เป็น​ชาย​และ​หญิง
7daarom zal de mens vader en moeder verlaten,
7เพราะ​เหตุ​นี้ ผู้ชาย​จะ​ละ​บิดา​และ​มารดา และ​ผูกพัน​กับ​ภรรยา​ของ​ตน
8en de twee zullen één vlees zijn. Ze zijn dus geen twee meer, maar één vlees.
8และ​ทั้ง​สอง​จะ​เป็น​เนื้อ​เดียวกัน ดังนั้น​พวกเขา​จึง​ไม่​เป็น​สอง​อีก​ต่อไป แต่​เป็น​เนื้อ​เดียวกัน
9Wat dus God heeft verenigd, dat scheide geen mens.
9เพราะฉะนั้น สิ่ง​ที่​พระเจ้า​ผูก​ไว้​ด้วยกัน อย่า​ให้​มนุษย์​แยก​ออก​จาก​กัน”
10Thuis ondervroegen zijn leerlingen Hem hierover opnieuw.
10เมื่อ​อยู่​ใน​บ้าน สาวก​ของ​พระองค์​ถาม​พระองค์​อีก​เรื่อง​เดียวกัน
11En Hij sprak tot hen: Wie zijn vrouw verstoot, en een andere huwt, begaat echtbreuk tegen haar.
11พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “ผู้ใด​หย่า​ภรรยา​ของ​ตน​และ​แต่งงาน​กับ​หญิง​อื่น ผู้​นั้น​ก็​ล่วงประเวณี​ต่อ​ภรรยา​ของ​ตน
12En wanneer een vrouw haar man verlaat en een anderen huwt, begaat ze echtbreuk.
12และ​ถ้า​ผู้หญิง​หย่า​สามี​ของ​ตน​และ​แต่งงาน​กับ​ชาย​อื่น นาง​ก็​ล่วงประเวณี”
13Nu bracht men kinderen naar Hem toe, opdat Hij ze zou aanraken. Maar de leerlingen wezen ze af.
13ผู้คน​พา​เด็ก​เล็ก ๆ มา​หา​พระองค์ เพื่อ​ให้​พระองค์​แตะ​พวกเขา แต่​สาวก​ตำหนิ​คน​ที่​พา​เด็ก​มา
14Toen Jesus dit zag, werd Hij verstoord, en sprak Hij tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, en houdt ze niet tegen; want het koninkrijk Gods is voor hen, die zijn zoals zij.
14เมื่อ​พระเยซู​เห็น​เช่นนั้น พระองค์​ไม่​พอใจ​อย่าง​ยิ่ง และ​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “ปล่อย​ให้​เด็ก​เล็ก ๆ มา​หา​เรา อย่า​ห้าม​พวกเขา เพราะ​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​เป็น​ของ​คน​เช่นนี้
15Voorwaar, Ik zeg u: Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er niet ingaan.
15เรา​บอก​ความจริง​แก่​พวกคุณ​ว่า ผู้ใด​ไม่​รับ​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​เหมือน​เด็ก​เล็ก ผู้​นั้น​จะ​ไม่​ได้​เข้า​อาณาจักร​นั้น​เลย”
16En Hij omhelsde ze, legde hun de handen op, en zegende hen.
16พระองค์​อุ้ม​เด็ก​เหล่านั้น​ไว้​ใน​อ้อมแขน วาง​มือ​บน​พวกเขา และ​อวยพร​พวกเขา
17En toen Hij Zich op weg begaf, kwam iemand toegelopen, knielde voor Hem neer, en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?
17ขณะ​ที่​พระองค์​กำลัง​ออก​เดินทาง ชาย​คน​หนึ่ง​วิ่ง​เข้า​มา​หา คุกเข่า​ต่อหน้า​พระองค์ และ​ถาม​ว่า “อาจารย์​ที่​ดี ข้าพเจ้า​จะ​ต้อง​ทำ​อะไร​จึง​จะ​ได้​รับ​ชีวิต​นิรันดร์​เป็น​มรดก?”
18Jesus sprak tot hem: Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed, dan God alleen.
18พระเยซู​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ทำไม​ท่าน​จึง​เรียก​เรา​ว่า​ดี? ไม่​มี​ใคร​ดี​นอกจาก​พระเจ้า​เพียง​ผู้​เดียว
19Ge kent de geboden: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en moeder.
19ท่าน​รู้​คำสั่ง​เหล่านี้​แล้ว คือ ‘อย่า​ฆ่า’ ‘อย่า​ล่วงประเวณี’ ‘อย่า​ลักขโมย’ ‘อย่า​เป็น​พยานเท็จ’ ‘อย่า​ฉ้อโกง’ และ ‘จง​ให้​เกียรติ​บิดา​และ​มารดา​ของ​เจ้า’”
20Hij gaf hem ten antwoord: Meester, dit heb ik allemaal van mijn jeugd af onderhouden.
20ชาย​นั้น​ตอบ​พระองค์​ว่า “อาจารย์ ข้าพเจ้า​ได้​ปฏิบัติ​ตาม​สิ่ง​เหล่านี้​ทั้งหมด​ตั้งแต่​ยัง​หนุ่ม”
21Toen zag Jesus hem teder aan, en sprak tot hem: Eén ding ontbreekt u nog. Ga heen, verkoop wat ge bezit, en geef het aan de armen; en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.
21พระเยซู​มอง​เขา​และ​รัก​เขา แล้ว​กล่าว​ว่า “ท่าน​ยัง​ขาด​อยู่​สิ่ง​หนึ่ง จง​ไป​ขาย​ทุกสิ่ง​ที่​ท่าน​มี และ​แจก​ให้​คน​ยากจน แล้ว​ท่าน​จะ​มี​ทรัพย์สมบัติ​ใน​สวรรค์ จากนั้น​จง​มา แบก​กางเขน และ​ติดตาม​เรา”
22Maar hij werd ontstemd bij dat woord, en ging treurig heen; want hij had veel bezittingen.
22แต่​เมื่อ​ได้ยิน​คำพูด​นั้น สีหน้า​ของ​เขา​ก็​หม่น​ลง และ​จาก​ไป​ด้วย​ความเศร้า เพราะ​เขา​มี​ทรัพย์สมบัติ​มาก
23Nu zag Jesus om Zich heen, en sprak tot zijn leerlingen: Hoe moeilijk toch zullen zij, die rijkdommen bezitten, het koninkrijk Gods binnengaan.
23พระเยซู​มอง​ไปรอบ ๆ และ​กล่าว​กับ​สาวก​ว่า “คน​ที่​มี​ทรัพย์สมบัติ​จะ​เข้า​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​ได้​ยาก​เพียงไร!”
24De leerlingen waren verbaasd over zijn woorden. Maar Jesus hernam, en zeide tot hen: Kinderen, hoe moeilijk is het toch, het koninkrijk Gods binnen te gaan!
24สาวก​ประหลาดใจ​กับ​คำพูด​ของ​พระองค์ แต่​พระเยซู​ตอบ​อีก​ว่า “ลูก ๆ เอ๋ย คน​ที่​วางใจ​ใน​ทรัพย์สมบัติ​จะ​เข้า​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​ได้​ยาก​เพียงไร!
25Een kameel gaat makkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk Gods.
25อูฐ​ลอด​รูเข็ม​ยัง​ง่าย​กว่า​คน​มั่งมี​เข้า​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า”
26Toen waren ze nog meer ontsteld, en zeiden bij zichzelf: Wie kan dan zalig worden?
26พวกเขา​ยิ่ง​ประหลาดใจ​อย่าง​มาก และ​ถาม​พระองค์​ว่า “ถ้า​อย่างนั้น ใคร​จะ​รอด​ได้?”
27Jesus zag hen aan, en sprak: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God is alles mogelijk.
27พระเยซู​มอง​พวกเขา​และ​กล่าว​ว่า “สำหรับ​มนุษย์​นั้น​เป็นไป​ไม่ได้ แต่​สำหรับ​พระเจ้า​ไม่​เป็น​เช่นนั้น เพราะ​ทุกสิ่ง​เป็นไปได้​สำหรับ​พระเจ้า”
28Nu nam Petrus het woord, en zei: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
28เปโตร​เริ่ม​กล่าว​กับ​พระองค์​ว่า “ดูสิ พวกเรา​ได้​ละ​ทุกสิ่ง​และ​ติดตาม​ท่าน​มา”
29Jesus sprak: Voorwaar, Ik zeg u: Er is niemand, die huis, broers of zusters, vader of moeder, kinderen of akkers om Mij en om het evangelie verlaat,
29พระเยซู​กล่าว​ว่า “เรา​บอก​ความจริง​แก่​พวกคุณ​ว่า ไม่​มี​ใคร​ที่​ละ​บ้าน พี่น้อง​ชาย พี่น้อง​หญิง บิดา มารดา ภรรยา ลูก ๆ หรือ​ที่ดิน เพราะ​เรา​และ​เพราะ​ข่าวดี
30of hij zal ontvangen: nu in deze wereld, zij het ook te midden van vervolgingen, het honderdvoud van huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers; en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
30แล้ว​จะ​ไม่​ได้​รับ​มาก​ขึ้น​ร้อย​เท่า​ใน​เวลา​นี้ คือ บ้าน พี่น้อง​ชาย พี่น้อง​หญิง มารดา ลูก ๆ และ​ที่ดิน พร้อม​กับ​การ​ข่มเหง และ​ใน​ยุค​หน้า​จะ​ได้​รับ​ชีวิต​นิรันดร์
31Veel eersten zullen laatsten zijn, en laatsten zullen eersten zijn.
31แต่​คน​แรก​หลาย​คน​จะ​เป็น​คน​สุดท้าย และ​คน​สุดท้าย​จะ​เป็น​คน​แรก”
32Zij waren nu op weg naar Jerusalem; Jesus ging voor hen uit, en zij volgden Hem, ontsteld en bevreesd. Hij nam de twaalf weer om Zich heen, en begon hun te zeggen, wat er met Hem zou gebeuren.
32พวกเขา​กำลัง​เดินทาง​ขึ้น​ไป​ยัง​เยรูซาเล็ม พระเยซู​เดิน​นำหน้า​พวกเขา พวกเขา​ประหลาดใจ และ​คน​ที่​ติดตาม​ก็​กลัว พระองค์​พา​สิบสอง​คน​แยก​ออก​มา​อีกครั้ง และ​เริ่ม​บอก​ถึง​สิ่ง​ที่​กำลัง​จะ​เกิด​ขึ้น​กับ​พระองค์
33Ziet, wij gaan naar Jerusalem op, en de Mensenzoon zal worden overgeleverd aan de opperpriesters en schriftgeleerden; en ze zullen Hem ter dood veroordelen. Ze zullen Hem overleveren aan de heidenen;
33“ดูสิ พวกเรา​กำลัง​ขึ้น​ไป​ยัง​เยรูซาเล็ม บุตรมนุษย์​จะ​ถูก​มอบ​ให้​แก่​หัวหน้า​ปุโรหิต​และ​พวก​อาลักษณ์ พวกเขา​จะ​ตัดสิน​ให้​ถึง​ตาย และ​จะ​มอบ​ให้​คนต่างชาติ
34men zal Hem bespotten, bespuwen, geselen en doden; maar na drie dagen zal Hij verrijzen.
34พวกเขา​จะ​เยาะเย้ย บ้วน​น้ำลาย​ใส่ เฆี่ยนตี และ​ฆ่า ใน​วัน​ที่​สาม บุตรมนุษย์​จะ​ฟื้นขึ้น​มา”
35Nu kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, naar Hem toe, en zeiden: Meester, we wensen, dat Gij voor ons doet, wat we U willen vragen.
35ยากอบ​กับ​ยอห์น ลูก​ของ​เศเบดี เข้า​มา​หา​พระองค์ และ​กล่าว​ว่า “อาจารย์ พวกเรา​อยาก​ให้​ท่าน​ทำ​สิ่ง​ที่​พวกเรา​จะ​ขอ”
36Hij zeide hun: Wat wenst gij, dat Ik voor u doe?
36พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “พวกคุณ​ต้องการ​ให้​เรา​ทำ​อะไร​ให้?”
37Ze zeiden: Verleen ons, dat wij in uw heerlijkheid mogen zitten, de één aan uw rechter-, de ander aan uw linkerhand.
37พวกเขา​ตอบ​ว่า “ขอ​ให้​พวกเรา​ได้​นั่ง​ใน​พระสิริ​ของ​ท่าน คน​หนึ่ง​ทาง​ขวา​มือ​ของ​ท่าน และ​อีก​คน​หนึ่ง​ทาง​ซ้าย”
38Jesus sprak tot hen: Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de kelk drinken, die Ik drink; of het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word?
38แต่​พระเยซู​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “พวกคุณ​ไม่​รู้​ว่า​กำลัง​ขอ​อะไร พวกคุณ​ดื่ม​ถ้วย​ที่​เรา​ดื่ม​ได้​หรือ? และ​รับ​บัพติศมา​ด้วย​บัพติศมา​ที่​เรา​รับ​ได้​หรือ?”
39Ze zeiden Hem: Dat kunnen we. Jesus sprak tot hen: Gij zult wel de kelk drinken, die Ik drink, en het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word;
39พวกเขา​ตอบ​ว่า “พวกเรา​ทำ​ได้” พระเยซู​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “พวกคุณ​จะ​ดื่ม​ถ้วย​ที่​เรา​ดื่ม​จริง และ​จะ​รับ​บัพติศมา​ด้วย​บัพติศมา​ที่​เรา​รับ
40maar zitten aan mijn rechter- of linkerhand kan Ik niet geven; dit is voor hem, wien het bereid is.
40แต่​การ​นั่ง​ทาง​ขวา​หรือ​ทาง​ซ้าย​ของ​เรา ไม่​ใช่​สิ่ง​ที่​เรา​จะ​ให้​ได้ ตำแหน่ง​เหล่านั้น​ถูก​เตรียม​ไว้​ให้​ใคร ก็​เป็น​ของ​คน​นั้น”
41Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze verontwaardigd op Jakobus en Johannes.
41เมื่อ​สิบ​คน​ที่​เหลือ​ได้ยิน ก็​เริ่ม​ไม่​พอใจ​ยากอบ​กับ​ยอห์น
42Maar Jesus riep hen naar Zich toe, en sprak tot hen: Gij weet, dat zij, die als vorsten worden beschouwd, over de volkeren heersen, en dat hun rijksgroten ze hun macht laten voelen.
42พระเยซู​เรียก​พวกเขา​มา และ​กล่าว​ว่า “พวกคุณ​รู้​ว่า ผู้​ที่​ถือ​กัน​ว่า​เป็น​ผู้ปกครอง​ชนชาติต่าง ๆ ก็​วางอำนาจ​เหนือ​พวกเขา และ​คนใหญ่คนโต​ของ​พวกเขา​ก็​ใช้อำนาจ​เหนือ​พวกเขา
43Zó moet het niet zijn onder u; maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn;
43แต่​ใน​หมู่​พวกคุณ​จะ​ไม่​เป็น​เช่นนั้น ผู้ใด​ต้องการ​เป็น​ใหญ่​ใน​หมู่​พวกคุณ จะ​ต้อง​เป็น​ผู้รับใช้​ของ​พวกคุณ
44en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller dienstknecht wezen.
44และ​ผู้ใด​ต้องการ​เป็น​คน​แรก​ใน​หมู่​พวกคุณ จะ​ต้อง​เป็น​ทาส​ของ​ทุกคน
45Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven tot losprijs voor velen.
45เพราะ​บุตรมนุษย์​ไม่​ได้​มา​เพื่อ​ให้​คน​รับใช้ แต่​มา​เพื่อ​รับใช้ และ​ให้​ชีวิต​ของ​พระองค์​เป็น​ค่าไถ่​เพื่อ​คน​จำนวน​มาก”
46Nu kwamen zij te Jericho aan. En toen Hij Jericho verliet, vergezeld van zijn leerlingen en een talrijke menigte, zat er een blinde bedelaar langs de weg: Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
46พวกเขา​มา​ถึง​เยรีโค ขณะ​ที่​พระองค์​ออก​จาก​เยรีโค​พร้อม​กับ​สาวก​และ​ฝูงชน​จำนวน​มาก บารทิเมอัส ลูก​ของ​ทิเมอัส คนขอทาน​ตาบอด กำลัง​นั่ง​อยู่​ข้างทาง
47Zodra hij hoorde, dat het Jesus van Názaret was. begon hij hard te roepen: Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner!
47เมื่อ​เขา​ได้ยิน​ว่า​เป็น​พระเยซู​ชาวนาซาเร็ธ เขา​ก็​เริ่ม​ร้อง​ว่า “พระเยซู บุตร​ของ​ดาวิด โปรด​เมตตา​ข้าพเจ้า​ด้วย!”
48Velen vielen tegen hem uit, om hem tot zwijgen te brengen. Maar hij riep nog harder: Zoon van David, ontferm U mijner!
48หลาย​คน​ตำหนิ​เขา​ให้​เงียบ แต่​เขา​ยิ่ง​ร้อง​ดัง​ขึ้น​ว่า “บุตร​ของ​ดาวิด โปรด​เมตตา​ข้าพเจ้า​ด้วย!”
49Jesus bleef staan, en sprak: Roept hem hier. Ze riepen den blinde, en zeiden tot hem: Houd moed, sta op; Hij roept u.
49พระเยซู​หยุด​ยืน และ​กล่าว​ว่า “เรียก​เขา​มา” พวกเขา​จึง​เรียก​ชาย​ตาบอด และ​บอก​เขา​ว่า “สบายใจ​ได้! ลุก​ขึ้น เขา​กำลัง​เรียก​ท่าน!”
50Hij wierp zijn mantel weg, sprong overeind, en ging naar Jesus toe.
50ชาย​นั้น​ทิ้ง​เสื้อคลุม​ของ​ตน กระโดด​ลุก​ขึ้น และ​มา​หา​พระเยซู
51Jesus sprak tot hem: Wat wilt ge, dat Ik voor u doe? De blinde zeide Hem: Rabboni, dat ik zien zal.
51พระเยซู​ถาม​เขา​ว่า “ท่าน​ต้องการ​ให้​เรา​ทำ​อะไร​ให้?” ชาย​ตาบอด​ตอบ​ว่า “รับโบนี ขอ​ให้​ข้าพเจ้า​มองเห็น​อีกครั้ง”
52En Jesus sprak tot hem: Ga; uw geloof heeft u gered. En aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg.
52พระเยซู​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ไป​เถอะ ความเชื่อ​ของ​ท่าน​ทำ​ให้​ท่าน​หาย​แล้ว” ทันที​นั้น เขา​ก็​มองเห็น และ​ติดตาม​พระเยซู​ไป​ตาม​ทาง

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.