Marcus 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Toen vertrok Hij vandaar, en ging naar het gebied van Judea en naar het Overjordaanse. En weer kwam er veel volk naar Hem toe, en onderwees Hij hen, zoals Hij gewoon was.
1و از آنجا برخاسته، از آن طرف اردن به نواحی یهودیه آمد. و گروهی باز نزدوی جمع شدند و او برحسب عادت خود، بازبدیشان تعلیم میداد.
2Ook de farizeën kwamen naar Hem toe, en vroegen, om Hem op de proef te stellen, of een man zijn vrouw mag verstoten. Hij gaf hun ten antwoord:
2آنگاه فریسیان پیش آمده، از روی امتحان ازاو سوال نمودند که «آیا مرد را طلاق دادن زن خویش جایز است.»
3Wat heeft Moses u geboden?
3در جواب ایشان گفت: «موسی شما را چه فرموده است؟»
4Ze zeiden: Moses heeft toegestaan, een scheidingsbrief te schrijven, en haar zó te verstoten.
4گفتند: «موسی اجازت داد که طلاق نامه بنویسند و رهاکنند.»
5Jesus antwoordde hun: Om de hardheid van uw gemoed heeft Moses u deze wet gegeven;
5عیسی در جواب ایشان گفت: «بهسبب سنگدلی شما این حکم را برای شما نوشت.
6maar van de aanvang der schepping af, heeft God hen man en vrouw gemaakt;
6لیکن از ابتدای خلقت، خدا ایشان را مرد و زن آفرید.
7daarom zal de mens vader en moeder verlaten,
7از آن جهت باید مرد پدر و مادر خود را ترک کرده، با زن خویش بپیوندد،
8en de twee zullen één vlees zijn. Ze zijn dus geen twee meer, maar één vlees.
8و این دو یک تن خواهند بود چنانکه از آن پس دو نیستند بلکه یک جسد.
9Wat dus God heeft verenigd, dat scheide geen mens.
9پس آنچه خدا پیوست، انسان آن راجدا نکند.»
10Thuis ondervroegen zijn leerlingen Hem hierover opnieuw.
10و در خانه باز شاگردانش از این مقدمه ازوی سوال نمودند.
11En Hij sprak tot hen: Wie zijn vrouw verstoot, en een andere huwt, begaat echtbreuk tegen haar.
11بدیشان گفت: «هرکه زن خود را طلاق دهد و دیگری را نکاح کند، برحق وی زنا کرده باشد.
12En wanneer een vrouw haar man verlaat en een anderen huwt, begaat ze echtbreuk.
12و اگر زن از شوهر خود جداشود و منکوحه دیگری گردد، مرتکب زنا شود.»
13Nu bracht men kinderen naar Hem toe, opdat Hij ze zou aanraken. Maar de leerlingen wezen ze af.
13و بچه های کوچک را نزد او آوردند تاایشان را لمس نماید؛ اما شاگردان آورندگان رامنع کردند.
14Toen Jesus dit zag, werd Hij verstoord, en sprak Hij tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, en houdt ze niet tegen; want het koninkrijk Gods is voor hen, die zijn zoals zij.
14چون عیسی این را بدید، خشم نموده، بدیشان گفت: «بگذارید که بچه های کوچک نزد من آیند و ایشان را مانع نشوید، زیراملکوت خدا از امثال اینها است.
15Voorwaar, Ik zeg u: Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er niet ingaan.
15هرآینه به شما میگویم هرکه ملکوت خدا را مثل بچه کوچک قبول نکند، داخل آن نشود.»
16En Hij omhelsde ze, legde hun de handen op, en zegende hen.
16پس ایشان را در آغوش کشید و دست بر ایشان نهاده، برکت داد.
17En toen Hij Zich op weg begaf, kwam iemand toegelopen, knielde voor Hem neer, en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?
17چون به راه میرفت، شخصی دوان دوان آمده، پیش او زانو زده، سوال نمود که «ای استادنیکو چه کنم تا وارث حیات جاودانی شوم؟
18Jesus sprak tot hem: Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed, dan God alleen.
18عیسی بدو گفت: «چرا مرا نیکو گفتی و حال آنکه کسی نیکو نیست جز خدا فقط؟
19Ge kent de geboden: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en moeder.
19احکام را می دانی، زنا مکن، قتل مکن، دزدی مکن، شهادت دروغ مده، دغابازی مکن، پدر و مادر خود راحرمت دار.»
20Hij gaf hem ten antwoord: Meester, dit heb ik allemaal van mijn jeugd af onderhouden.
20او در جواب وی گفت: «ای استاد، این همه را از طفولیت نگاه داشتم.»
21Toen zag Jesus hem teder aan, en sprak tot hem: Eén ding ontbreekt u nog. Ga heen, verkoop wat ge bezit, en geef het aan de armen; en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.
21عیسی به وی نگریسته، او را محبت نمود وگفت: «تو را یک چیز ناقص است: برو و آنچه داری بفروش و به فقرا بده که در آسمان گنجی خواهی یافت و بیا صلیب را برداشته، مرا پیروی کن.»
22Maar hij werd ontstemd bij dat woord, en ging treurig heen; want hij had veel bezittingen.
22لیکن او از این سخن ترش رو و محزون گشته، روانه گردید زیرا اموال بسیار داشت.
23Nu zag Jesus om Zich heen, en sprak tot zijn leerlingen: Hoe moeilijk toch zullen zij, die rijkdommen bezitten, het koninkrijk Gods binnengaan.
23آنگاه عیسی گرداگرد خود نگریسته، به شاگردان خود گفت: «چه دشوار است که توانگران داخل ملکوت خدا شوند.»
24De leerlingen waren verbaasd over zijn woorden. Maar Jesus hernam, en zeide tot hen: Kinderen, hoe moeilijk is het toch, het koninkrijk Gods binnen te gaan!
24چون شاگردانش از سخنان او در حیرت افتادند، عیسی باز توجه نموده، بدیشان گفت: «ای فرزندان، چه دشوار است دخول آنانی که به مال و اموال توکل دارند در ملکوت خدا!
25Een kameel gaat makkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk Gods.
25سهل تر است که شتر به سوراخ سوزن درآید از اینکه شخص دولتمند به ملکوت خدا داخل شود!»
26Toen waren ze nog meer ontsteld, en zeiden bij zichzelf: Wie kan dan zalig worden?
26ایشان بغایت متحیرگشته، با یکدیگر میگفتند: «پس که میتواندنجات یابد؟»
27Jesus zag hen aan, en sprak: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God is alles mogelijk.
27عیسی به ایشان نظر کرده، گفت: «نزد انسان محال است لیکن نزد خدا نیست زیراکه همهچیز نزد خدا ممکن است.»
28Nu nam Petrus het woord, en zei: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
28پطرس بدوگفتن گرفت که «اینک ما همهچیز را ترک کرده، تورا پیروی کردهایم.»
29Jesus sprak: Voorwaar, Ik zeg u: Er is niemand, die huis, broers of zusters, vader of moeder, kinderen of akkers om Mij en om het evangelie verlaat,
29عیسی جواب فرمود: «هرآینه به شما میگویم کسی نیست که خانه یابرادران یا خواهران یا پدر یا مادر یا زن یا اولاد یااملاک را بجهت من و انجیل ترک کند،
30of hij zal ontvangen: nu in deze wereld, zij het ook te midden van vervolgingen, het honderdvoud van huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers; en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
30جزاینکه الحال در این زمان صد چندان یابد ازخانهها و برادران و خواهران و مادران و فرزندان و املاک با زحمات، و در عالم آینده حیات جاودانی را.
31Veel eersten zullen laatsten zijn, en laatsten zullen eersten zijn.
31اما بسا اولین که آخرین میگردندو آخرین اولین.»
32Zij waren nu op weg naar Jerusalem; Jesus ging voor hen uit, en zij volgden Hem, ontsteld en bevreesd. Hij nam de twaalf weer om Zich heen, en begon hun te zeggen, wat er met Hem zou gebeuren.
32و چون در راه به سوی اورشلیم میرفتند وعیسی در جلو ایشان میخرامید، در حیرت افتادند و چون از عقب او میرفتند، ترس بر ایشان مستولی شد. آنگاه آن دوازده را باز به کنارکشیده، شروع کرد به اطلاع دادن به ایشان از آنچه بر وی وارد میشد،
33Ziet, wij gaan naar Jerusalem op, en de Mensenzoon zal worden overgeleverd aan de opperpriesters en schriftgeleerden; en ze zullen Hem ter dood veroordelen. Ze zullen Hem overleveren aan de heidenen;
33که «اینک به اورشلیم میرویم و پسر انسان بهدست روسای کهنه وکاتبان تسلیم شود و بر وی فتوای قتل دهند و اورا به امتها سپارند،
34men zal Hem bespotten, bespuwen, geselen en doden; maar na drie dagen zal Hij verrijzen.
34و بر وی سخریه نموده، تازیانهاش زنند و آب دهان بر وی افکنده، او راخواهند کشت و روز سوم خواهد برخاست.»
35Nu kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, naar Hem toe, en zeiden: Meester, we wensen, dat Gij voor ons doet, wat we U willen vragen.
35آنگاه یعقوب و یوحنا دو پسر زبدی نزدوی آمده، گفتند: «ای استاد، میخواهیم آنچه ازتو سوال کنیم برای ما بکنی.»
36Hij zeide hun: Wat wenst gij, dat Ik voor u doe?
36ایشان را گفت: «چه میخواهید برای شما بکنم؟»
37Ze zeiden: Verleen ons, dat wij in uw heerlijkheid mogen zitten, de één aan uw rechter-, de ander aan uw linkerhand.
37گفتند: «به ما عطا فرما که یکی به طرف راست و دیگری برچپ تو در جلال تو بنشینیم.»
38Jesus sprak tot hen: Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de kelk drinken, die Ik drink; of het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word?
38عیسی ایشان راگفت: «نمی فهمید آنچه میخواهید. آیا میتوانیدآن پیالهای را که من مینوشم، بنوشید و تعمیدی را که من میپذیرم، بپذیرید؟»
39Ze zeiden Hem: Dat kunnen we. Jesus sprak tot hen: Gij zult wel de kelk drinken, die Ik drink, en het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word;
39وی را گفتند: «میتوانیم.» عیسی بدیشان گفت: «پیالهای را که من مینوشم خواهید آشامید و تعمیدی را که من میپذیرم خواهید پذیرفت.
40maar zitten aan mijn rechter- of linkerhand kan Ik niet geven; dit is voor hem, wien het bereid is.
40لیکن نشستن بهدست راست و چپ من از آن من نیست که بدهم جز آنانی را که از بهر ایشان مهیا شده است.»
41Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze verontwaardigd op Jakobus en Johannes.
41وآن ده نفر چون شنیدند بر یعقوب و یوحنا خشم گرفتند.
42Maar Jesus riep hen naar Zich toe, en sprak tot hen: Gij weet, dat zij, die als vorsten worden beschouwd, over de volkeren heersen, en dat hun rijksgroten ze hun macht laten voelen.
42عیسی ایشان را خوانده، به ایشان گفت: «میدانید آنانی که حکام امتها شمرده میشوند برایشان ریاست میکنند و بزرگانشان بر ایشان مسلطند.
43Zó moet het niet zijn onder u; maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn;
43لیکن در میان شما چنین نخواهد بود، بلکه هرکه خواهد در میان شما بزرگ شود، خادم شما باشد.
44en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller dienstknecht wezen.
44و هرکه خواهد مقدم بر شما شود، غلام همه باشد.
45Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven tot losprijs voor velen.
45زیرا که پسر انسان نیز نیامده تامخدوم شود بلکه تا خدمت کند و تا جان خود رافدای بسیاری کند.»
46Nu kwamen zij te Jericho aan. En toen Hij Jericho verliet, vergezeld van zijn leerlingen en een talrijke menigte, zat er een blinde bedelaar langs de weg: Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
46و وارد اریحا شدند. و وقتی که او باشاگردان خود و جمعی کثیر از اریحا بیرون میرفت، بارتیمائوس کور، پسر تیماوس بر کناره راه نشسته، گدایی میکرد.
47Zodra hij hoorde, dat het Jesus van Názaret was. begon hij hard te roepen: Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner!
47چون شنید که عیسی ناصری است، فریاد کردن گرفت و گفت: «ای عیسی ابن داود بر من ترحم کن.»
48Velen vielen tegen hem uit, om hem tot zwijgen te brengen. Maar hij riep nog harder: Zoon van David, ontferm U mijner!
48و چندانکه بسیاری او را نهیب میدادند که خاموش شود، زیادتر فریاد برمی آورد که پسر داودا بر من ترحم فرما.
49Jesus bleef staan, en sprak: Roept hem hier. Ze riepen den blinde, en zeiden tot hem: Houd moed, sta op; Hij roept u.
49پس عیسی ایستاده، فرمود تا او را بخوانند. آنگاه آن کور را خوانده، بدو گفتند: «خاطر جمع دار برخیز که تو را میخواند.»
50Hij wierp zijn mantel weg, sprong overeind, en ging naar Jesus toe.
50درساعت ردای خود را دور انداخته، بر پا جست ونزد عیسی آمد.
51Jesus sprak tot hem: Wat wilt ge, dat Ik voor u doe? De blinde zeide Hem: Rabboni, dat ik zien zal.
51عیسی به وی التفات نموده، گفت: «چه میخواهی از بهر تو نمایم؟» کور بدوگفت: «یا سیدی آنکه بینایی یابم.»
52En Jesus sprak tot hem: Ga; uw geloof heeft u gered. En aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg.
52عیسی بدوگفت: «برو که ایمانت تو را شفا داده است.» درساعت بینا گشته، از عقب عیسی در راه روانه شد.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.