Marcus 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Heel in de vroegte namen de opperpriesters met de oudsten, schriftgeleerden en heel de Hoge Raad een beslissing. Ze lieten Jesus binden, voerden Hem weg, en leverden Hem over aan Pilatus.
1بامدادان، بیدرنگ روسای کهنه بامشایخ و کاتبان و تمام اهل شورامشورت نمودند و عیسی را بند نهاده، بردند و به پیلاطس تسلیم کردند.
2Pilatus ondervroeg Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? Hij gaf hem ten antwoord: Ge zegt het.
2پیلاطس از او پرسید: «آیا تو پادشاه یهودهستی؟» او در جواب وی گفت: «تو میگویی.»
3Nu brachten de opperpriesters vele beschuldigingen tegen Hem in.
3و چون روسای کهنه ادعای بسیار بر او می نمودند،
4Pilatus vroeg Hem opnieuw: Antwoordt Gij niets? Zie, wat zware beschuldiging ze tegen U inbrengen.
4پیلاطس باز از او سوال کرده، گفت: «هیچ جواب نمی دهی؟ ببین که چقدر بر توشهادت میدهند!»
5Jesus gaf geen antwoord meer, zodat het Pilatus verbaasde.
5اما عیسی باز هیچ جواب نداد، چنانکه پیلاطس متعجب شد.
6Maar op de feestdagen liet hij hun, naar eigen keuze, een der gevangenen vrij.
6و در هر عید یک زندانی، هرکه رامی خواستند، بجهت ایشان آزاد میکرد.
7Nu zat er een zekere Barabbas gevangen tegelijk met andere oproermakers, die bij het oproer een moord hadden begaan.
7و برابانامی با شرکای فتنه او که در فتنه خونریزی کرده بودند، در حبس بود.
8Toen het volk dan kwam opdagen, en aan Pilatus begon te vragen, wat hij hun gewoonlijk toestond.
8آنگاه مردم صدازده، شروع کردند بهخواستن که برحسب عادت با ایشان عمل نماید.
9antwoordde hij hun: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden vrijlaat?
9پیلاطس درجواب ایشان گفت: «آیا میخواهید پادشاه یهود را برای شما آزاد کنم؟»
10Want hij begreep, dat de opperpriesters Hem uit afgunst hadden overgeleverd.
10زیرا یافته بودکه روسای کهنه او را از راه حسد تسلیم کرده بودند.
11Maar de opperpriesters hitsten de menigte op: hij moest hun maar liever Barabbas vrijlaten.
11اما روسای کهنه مردم را تحریض کرده بودند که بلکه برابا را برای ایشان رهاکند.
12Pilatus hernam, en sprak tot hen: Wat moet ik dan met Hem doen, dien gij Koning der Joden noemt?
12پیلاطس باز ایشان را در جواب گفت: «پس چه میخواهید بکنم با آن کس که پادشاه یهودش میگویید؟»
13En ze schreeuwden opnieuw: Kruisig Hem!
13ایشان بار دیگر فریادکردند که «او را مصلوب کن!»
14Pilatus zei hun: Wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan? Maar ze schreeuwden nog harder: Kruisig Hem!
14پیلاطس بدیشان گفت: «چرا؟ چه بدی کرده است؟» ایشان بیشتر فریاد برآوردند که «او را مصلوب کن.»
15Toen liet Pilatus hun Barabbas vrij, om het volk terwille te zijn: maar Jesus liet hij geselen, en gaf Hem over, om te worden gekruisigd.
15پس پیلاطس چون خواست که مردم راخشنود گرداند، برابا را برای ایشان آزاد کرد وعیسی را تازیانه زده، تسلیم نمود تا مصلوب شود.
16Nu brachten de soldaten Hem naar binnen, in de voorhof van het rechthuis, en riepen de hele bende bijeen.
16آنگاه سپاهیان او را بهسرایی که دارالولایه است برده، تمام فوج را فراهم آوردند
17Ze hingen Hem het purper om, en vlochten een doornenkroon, en zetten die op zijn hoofd.
17وجامهای قرمز بر او پوشانیدند و تاجی از خاربافته، بر سرش گذاردند
18Toen gingen ze Hem huldigen: Wees gegroet, Koning der Joden!
18و او را سلام کردن گرفتند که «سلامای پادشاه یهود!»
19Dan sloegen ze Hem met een rietstok op het hoofd, bespuwden Hem, wierpen zich op de knieën, en brachten Hem hulde.
19و نی بر سراو زدند و آب دهان بر وی انداخته و زانو زده، بدو تعظیم مینمودند.
20En nadat ze Hem hadden bespot, deden ze Hem het purper af, trokken Hem zijn klederen aan, en voerden Hem weg ter kruisiging.
20و چون او را استهزاکرده بودند، لباس قرمز را از وی کنده جامه خودش را پوشانیدند و او را بیرون بردند تامصلوبش سازند.
21Ze dwongen een voorbijganger, die juist van het veld kwam, zijn kruis te dragen; het was Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus.
21و راهگذری را شمعون نام، از اهل قیروان که از بلوکات میآمد، و پدر اسکندر و رفس بود، مجبور ساختند که صلیب او را بردارد.
22Ze voerden Hem naar een plaats, die Gólgota of schedelplaats heet.
22پس اورا به موضعی که جلجتا نام داشت یعنی محل کاسه سر بردند
23Nu gaven ze Hem wijn te drinken met mirre vermengd; maar Hij nam er niet van.
23و شراب مخلوط به مر به وی دادند تا بنوشد لیکن قبول نکرد.
24Na Hem gekruisigd te hebben, verdeelden ze zijn klederen, en wierpen het lot over hun aandeel.
24و چون او رامصلوب کردند، لباس او را تقسیم نموده، قرعه برآن افکندند تا هر کس چه برد.
25Het was het derde uur, toen ze Hem kruisigden.
25و ساعت سوم بود که اورا مصلوب کردند.
26Het opschrift met de reden van zijn veroordeling luidde: De Koning der Joden!
26و تقصیر نامه وی این نوشته شد: «پادشاه یهود.»
27Met Hem kruisigden ze twee rovers, één aan zijn rechterhand, en één aan zijn linker.
27و با وی دو دزد را یکی از دست راست و دیگری از دست چپ مصلوب کردند.
28Toen werd de Schrift vervuld, die zegt: “En onder de booswichten werd Hij gerekend.”
28پس تمام گشت آن نوشتهای که میگوید: «ازخطاکاران محسوب گشت.»
29En zij die voorbijgingen, lasterden Hem, schudden het hoofd, en zeiden: Ba! Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt,
29و راهگذاران او رادشنام داده و سر خود را جنبانیده، میگفتند: «هانای کسیکه هیکل را خراب میکنی و در سه روز آن را بنا میکنی،
30red Uzelf, kom af van het kruis!
30از صلیب به زیرآمده، خود را برهان!»
31Zo spotten ook de opperpriesters en schriftgeleerden onder elkander, en zeiden: Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden;
31و همچنین روسای کهنه و کاتبان استهزاکنان با یکدیگر میگفتند؛ «دیگران را نجات داد و نمی تواند خود را نجات دهد.
32de Christus, Israëls Koning, kome nu eens af van het kruis, opdat we het zien en geloven! Zelfs zij beschimpten Hem, die met Hem waren gekruisigd.
32مسیح، پادشاه اسرائیل، الان از صلیب نزول کند تا ببینیم و ایمان آوریم.» و آنانی که با وی مصلوب شدند او را دشنام میدادند.
33Tegen het zesde uur tot het negende toe, viel er duisternis neer over het hele land.
33و چون ساعت ششم رسید تا ساعت نهم تاریکی تمام زمین را فرو گرفت.
34Omstreeks het negende uur riep Jesus met luider stem: Eloi Eloi, lamma sabaktáni; dat is: “Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij!”
34و در ساعت نهم، عیسی به آواز بلند ندا کرده، گفت: «ایلوئی ایلوئی، لما سبقتنی؟» یعنی «الهی الهی چرا مراواگذاردی؟»
35Sommigen, die daar stonden, hoorden het en zeiden: Zie, Hij roept Elias.
35و بعضی از حاضرین چون شنیدند گفتند: «الیاس را میخواند.»
36Eén hunner liep heen, vulde een spons met azijn, stak ze op een riet, gaf Hem te drinken, en zeide: Wacht, laat ons eens zien, of Elias Hem er soms af komt halen.
36پس شخصی دویده، اسفنجی را از سرکه پر کرد و برسر نی نهاده، بدو نوشانید و گفت: «بگذارید ببینیم مگر الیاس بیاید تا او را پایین آورد.»
37Toen riep Jesus met luider stem, en gaf de geest.
37پس عیسی آوازی بلند برآورده، جان بداد.
38En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot onder.
38آنگاه پرده هیکل از سر تا پا دوپاره شد.
39Toen nu de hoofdman, die tegenover Hem post had gevat, zag, dat Hij onder zulke omstandigheden gestorven was, sprak hij: Waarachtig, deze man was Gods Zoon.
39و چون یوزباشی که مقابل وی ایستاده بود، دید که بدینطور صدا زده، روح را سپرد، گفت؛ «فی الواقع این مرد، پسر خدا بود.»
40Ook enige vrouwen stonden van verre toe te zien; onder anderen, Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus den Jongeren en van Josef en Salome;
40و زنی چند از دور نظر میکردند که ازآنجمله مریم مجدلیه بود و مریم مادر یعقوب کوچک و مادر یوشا و سالومه،
41ze waren Hem gevolgd, toen Hij in Galilea was, om Hem te dienen; ook vele anderen waren er bij, die met Hem naar Jerusalem waren opgegaan.
41که هنگام بودن او در جلیل پیروی و خدمت او میکردند. و دیگرزنان بسیاری که به اورشلیم آمده بودند.
42Daar het een dag van voorbereiding was, daags voor de sabbat, en het reeds tegen de avond liep,
42و چون شام شد، از آن جهت روز تهیه یعنی روز قبل از سبت بود،
43kwam Josef van Arimatea, een voornaam raadsheer, die ook zelf het koninkrijk Gods verwachtte, en ging vrijmoedig naar Pilatus, om hem het lichaam van Jesus te vragen.
43یوسف نامی ازاهل رامه که مرد شریف از اعضای شورا و نیزمنتظر ملکوت خدا بود آمد و جرات کرده نزدپیلاطس رفت و جسد عیسی را طلب نمود.
44Pilatus verwonderde zich, dat Hij reeds gestorven was; hij ontbood den hoofdman, en vroeg hem, of Hij al lang was gestorven.
44پیلاطس تعجب کرد که بدین زودی فوت شده باشد، پس یوزباشی را طلبیده، از او پرسید که «آیاچندی گذشته وفات نموده است؟»
45En toen hij dit van den hoofdman vernomen had, stond hij het lichaam aan Josef af.
45چون ازیوزباشی دریافت کرد، بدن را به یوسف ارزانی داشت.
46Nu kocht deze een lijnwaad, nam Hem af van het kruis, en wikkelde Hem in het lijnwaad. En hij legde Hem in een graf, dat in een rots was uitgehouwen, en rolde een steen voor de ingang van het graf.
46پس کتانی خریده، آن را از صلیب به زیر آورد و به آن کتان کفن کرده، در قبری که ازسنگ تراشیده بود نهاد و سنگی بر سر قبرغلطانید.
47Maria Magdalena en Maria van Josef zagen toe, waar Hij werd neergelegd.
47و مریم مجدلیه و مریم مادر یوشادیدند که کجا گذاشته شد.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.