Marcus
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (フリー…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Toen vertrok Hij vandaar, en ging naar het gebied van Judea en naar het Overjordaanse. En weer kwam er veel volk naar Hem toe, en onderwees Hij hen, zoals Hij gewoon was.
1イエスはそこを発ち、ユダヤ地方とヨルダン川の向こう側へ来られた。群衆が再びイエスのもとに集まって来たので、いつものように彼らを教えられた。
2Ook de farizeën kwamen naar Hem toe, en vroegen, om Hem op de proef te stellen, of een man zijn vrouw mag verstoten. Hij gaf hun ten antwoord:
2パリサイ人たちがイエスを試そうとして近づき、「夫が妻を離縁することは、律法で許されていますか」と尋ねた。
3Wat heeft Moses u geboden?
3イエスは答えられた。 「モーセはあなたがたに何と命じたか。」
4Ze zeiden: Moses heeft toegestaan, een scheidingsbrief te schrijven, en haar zó te verstoten.
4彼らは言った。「モーセは離縁状を書いて妻を離縁することを許しました。」
5Jesus antwoordde hun: Om de hardheid van uw gemoed heeft Moses u deze wet gegeven;
5しかしイエスは彼らに言われた。 「あなたがたの心が頑ななので、モーセはこの戒めを書いたのである。
6maar van de aanvang der schepping af, heeft God hen man en vrouw gemaakt;
6しかし、創造の初めから、神は人を男と女に造られた。
7daarom zal de mens vader en moeder verlaten,
7それゆえ、男は父と母を離れ、妻と結ばれ、
8en de twee zullen één vlees zijn. Ze zijn dus geen twee meer, maar één vlees.
8二人は一つの肉体となる。 こうして、彼らはもはや二人ではなく、一つの肉体である。
9Wat dus God heeft verenigd, dat scheide geen mens.
9だから、神が結び合わせたものを、人が引き離してはならない。」
10Thuis ondervroegen zijn leerlingen Hem hierover opnieuw.
10家に入ってから、弟子たちはこのことについて再びイエスに尋ねた。
11En Hij sprak tot hen: Wie zijn vrouw verstoot, en een andere huwt, begaat echtbreuk tegen haar.
11イエスは彼らに言われた。 「妻を離縁して別の女と結婚する者は、妻に対して姦淫を犯す。
12En wanneer een vrouw haar man verlaat en een anderen huwt, begaat ze echtbreuk.
12また、女が夫を離縁して別の男と結婚するなら、姦淫を犯す。」
13Nu bracht men kinderen naar Hem toe, opdat Hij ze zou aanraken. Maar de leerlingen wezen ze af.
13人々は、イエスに触れていただこうとして、幼い子どもたちを連れて来た。しかし弟子たちは、連れて来た人々を叱った。
14Toen Jesus dit zag, werd Hij verstoord, en sprak Hij tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, en houdt ze niet tegen; want het koninkrijk Gods is voor hen, die zijn zoals zij.
14イエスはそれをご覧になると憤り、弟子たちに言われた。 「幼い子どもたちを私のところに来させなさい。止めてはならない。神の御国は、このような者たちのものだ。
15Voorwaar, Ik zeg u: Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er niet ingaan.
15まことに、あなたがたに言う。幼い子どものように神の御国を受け入れない者は、決してそこに入ることはない。」
16En Hij omhelsde ze, legde hun de handen op, en zegende hen.
16そして子どもたちを腕に抱き、彼らの上に手を置いて祝福された。
17En toen Hij Zich op weg begaf, kwam iemand toegelopen, knielde voor Hem neer, en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?
17イエスが道に出ようとされると、一人の人が走り寄り、御前にひざまずいて尋ねた。「良い先生、永遠のいのちを受け継ぐためには、何をすればよいでしょうか。」
18Jesus sprak tot hem: Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed, dan God alleen.
18イエスは彼に言われた。 「なぜ私を良いと言うのか。神お一人のほかに、良い者はいない。
19Ge kent de geboden: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en moeder.
19あなたは戒めを知っている。『殺してはならない』『姦淫してはならない』『盗んではならない』『偽りのあかしをしてはならない』『だまし取ってはならない』『父と母を敬いなさい。』」
20Hij gaf hem ten antwoord: Meester, dit heb ik allemaal van mijn jeugd af onderhouden.
20彼はイエスに言った。「先生、私はこれらをみな、幼いころから守ってきました。」
21Toen zag Jesus hem teder aan, en sprak tot hem: Eén ding ontbreekt u nog. Ga heen, verkoop wat ge bezit, en geef het aan de armen; en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.
21イエスは彼を見つめ、慈しんで言われた。 「あなたには一つ欠けていることがある。行って、持っている物をすべて売り、貧しい人々に与えなさい。そうすれば、天に宝を持つことになる。それから来て、十字架を負い、私について来なさい。」
22Maar hij werd ontstemd bij dat woord, en ging treurig heen; want hij had veel bezittingen.
22しかし彼はこの言葉に顔を曇らせ、悲しみながら立ち去った。多くの財産を持っていたからである。
23Nu zag Jesus om Zich heen, en sprak tot zijn leerlingen: Hoe moeilijk toch zullen zij, die rijkdommen bezitten, het koninkrijk Gods binnengaan.
23イエスは辺りを見回し、弟子たちに言われた。 「富を持つ者が神の御国に入るのは、なんと難しいことか。」
24De leerlingen waren verbaasd over zijn woorden. Maar Jesus hernam, en zeide tot hen: Kinderen, hoe moeilijk is het toch, het koninkrijk Gods binnen te gaan!
24弟子たちはその言葉に驚いた。しかしイエスは再び彼らに言われた。 「子たちよ、富に頼る者が神の御国に入るのは、なんと難しいことか。
25Een kameel gaat makkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk Gods.
25金持ちが神の御国に入るより、らくだが針の穴を通るほうが易しい。」
26Toen waren ze nog meer ontsteld, en zeiden bij zichzelf: Wie kan dan zalig worden?
26弟子たちはますます驚き、イエスに言った。「それでは、だれが救われるのでしょうか。」
27Jesus zag hen aan, en sprak: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God is alles mogelijk.
27イエスは彼らを見つめて言われた。 「人には不可能だが、神にはそうではない。神にはすべてのことが可能だからである。」
28Nu nam Petrus het woord, en zei: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
28ペテロがイエスに言い始めた。「見よ、私たちはすべてを捨てて、あなたに従って来ました。」
29Jesus sprak: Voorwaar, Ik zeg u: Er is niemand, die huis, broers of zusters, vader of moeder, kinderen of akkers om Mij en om het evangelie verlaat,
29イエスは言われた。 「まことに、あなたがたに言う。私と福音のために、家、兄弟、姉妹、父、母、妻、子ども、土地を後にした者で、
30of hij zal ontvangen: nu in deze wereld, zij het ook te midden van vervolgingen, het honderdvoud van huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers; en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
30今この世で、迫害と共に、家、兄弟、姉妹、母、子ども、土地を百倍受け、来たるべき世で永遠のいのちを受けない者はいない。
31Veel eersten zullen laatsten zijn, en laatsten zullen eersten zijn.
31しかし、先の者の多くが後になり、後の者が先になる。」
32Zij waren nu op weg naar Jerusalem; Jesus ging voor hen uit, en zij volgden Hem, ontsteld en bevreesd. Hij nam de twaalf weer om Zich heen, en begon hun te zeggen, wat er met Hem zou gebeuren.
32一行はエルサレムへ上る道を進んでいた。イエスが先頭に立って行かれるので、弟子たちは驚き、ついて行く者たちは恐れていた。イエスは再び十二人をそばに呼び、これからご自分に起ころうとしていることを話し始められた。
33Ziet, wij gaan naar Jerusalem op, en de Mensenzoon zal worden overgeleverd aan de opperpriesters en schriftgeleerden; en ze zullen Hem ter dood veroordelen. Ze zullen Hem overleveren aan de heidenen;
33「見よ、私たちはエルサレムへ上って行く。人の子は祭司長たちと律法学者たちに引き渡される。彼らは人の子を死刑に定め、異邦人に引き渡す。
34men zal Hem bespotten, bespuwen, geselen en doden; maar na drie dagen zal Hij verrijzen.
34そして人の子をあざけり、唾をかけ、むち打ち、殺す。しかし三日目に、彼はよみがえる。」
35Nu kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, naar Hem toe, en zeiden: Meester, we wensen, dat Gij voor ons doet, wat we U willen vragen.
35ゼベダイの子ヤコブとヨハネがイエスに近づいて言った。「先生、私たちがお願いすることをかなえていただきたいのです。」
36Hij zeide hun: Wat wenst gij, dat Ik voor u doe?
36イエスは彼らに言われた。 「何をしてほしいのか。」
37Ze zeiden: Verleen ons, dat wij in uw heerlijkheid mogen zitten, de één aan uw rechter-, de ander aan uw linkerhand.
37彼らは言った。「あなたの栄光のうちで、私たちの一人をあなたの右に、もう一人を左に座らせてください。」
38Jesus sprak tot hen: Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de kelk drinken, die Ik drink; of het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word?
38しかしイエスは彼らに言われた。 「あなたがたは、自分が何を求めているのか分かっていない。私が飲む杯を飲み、私が受けるバプテスマを受けられるか。」
39Ze zeiden Hem: Dat kunnen we. Jesus sprak tot hen: Gij zult wel de kelk drinken, die Ik drink, en het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word;
39彼らは言った。「できます。」 イエスは彼らに言われた。 「確かにあなたがたは、私が飲む杯を飲み、私が受けるバプテスマを受ける。
40maar zitten aan mijn rechter- of linkerhand kan Ik niet geven; dit is voor hem, wien het bereid is.
40しかし、私の右と左に座らせることは、私が与えることではなく、それが備えられている人々に与えられる。」
41Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze verontwaardigd op Jakobus en Johannes.
41ほかの十人はこれを聞くと、ヤコブとヨハネに腹を立て始めた。
42Maar Jesus riep hen naar Zich toe, en sprak tot hen: Gij weet, dat zij, die als vorsten worden beschouwd, over de volkeren heersen, en dat hun rijksgroten ze hun macht laten voelen.
42イエスは彼らを呼び寄せて言われた。 「あなたがたも知っているように、異邦人の支配者と認められている者たちは、人々の上に君臨し、偉い者たちは権力を振るっている。
43Zó moet het niet zijn onder u; maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn;
43しかし、あなたがたの間では、そうであってはならない。あなたがたの間で偉くなりたい者は、あなたがたに仕える者となりなさい。
44en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller dienstknecht wezen.
44あなたがたの間で一番になりたい者は、すべての人の僕となりなさい。
45Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven tot losprijs voor velen.
45人の子も、仕えられるためではなく仕えるために、また多くの人のための贖いの代価として、自分のいのちを与えるために来たのである。」
46Nu kwamen zij te Jericho aan. En toen Hij Jericho verliet, vergezeld van zijn leerlingen en een talrijke menigte, zat er een blinde bedelaar langs de weg: Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
46一行はエリコに来た。イエスが弟子たちや大勢の群衆と共にエリコを出て行かれるとき、ティマイの子で、目の見えない物乞いバルティマイが道端に座っていた。
47Zodra hij hoorde, dat het Jesus van Názaret was. begon hij hard te roepen: Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner!
47彼はナザレのイエスだと聞くと、「ダビデの子イエスよ、私をあわれんでください」と叫び始めた。
48Velen vielen tegen hem uit, om hem tot zwijgen te brengen. Maar hij riep nog harder: Zoon van David, ontferm U mijner!
48多くの人が彼を黙らせようと叱ったが、彼はますます、「ダビデの子よ、私をあわれんでください」と叫んだ。
49Jesus bleef staan, en sprak: Roept hem hier. Ze riepen den blinde, en zeiden tot hem: Houd moed, sta op; Hij roept u.
49イエスは立ち止まり、 「あの人を呼びなさい」 と言われた。 人々は目の見えない人を呼んで言った。「元気を出しなさい。立ちなさい。あなたを呼んでおられる。」
50Hij wierp zijn mantel weg, sprong overeind, en ging naar Jesus toe.
50彼は上着を脱ぎ捨て、跳び上がってイエスのもとに来た。
51Jesus sprak tot hem: Wat wilt ge, dat Ik voor u doe? De blinde zeide Hem: Rabboni, dat ik zien zal.
51イエスは彼に尋ねられた。 「私に何をしてほしいのか。」 目の見えない人は言った。「ラボニ、 もう一度見えるようになりたいのです。」
52En Jesus sprak tot hem: Ga; uw geloof heeft u gered. En aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg.
52イエスは彼に言われた。 「行きなさい。あなたの信仰があなたを癒した。」 彼はすぐに見えるようになり、道を進むイエスについて行った。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.