Marcus 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Zo kwamen zij aan de overkant van het meer in het land der Gerasenen.
1他们来到海那边 格拉森 人的地方。
2Zodra Hij het schip verliet, kwam Hem uit de grafspelonken een man tegemoet, die door een onreinen geest was bezeten.
2耶稣一下船,就有一个被污鬼附着的人从坟茔里出来迎着他。
3Hij had zijn verblijf in de graven, en niemand kon hem zelfs met ketens meer binden;
3那人常住在坟茔里,没有人能捆住他,就是用铁链也不能;
4meermalen reeds was hij met voetboeien en ketens gebonden, maar hij had de ketens stuk getrokken en de voetboeien verbroken. Niemand was in staat hem te temmen.
4因为人屡次用脚镣和铁链捆锁他,铁链竟被他挣断了,脚镣也被他弄碎了;总没有人能制伏他。
5Dag en nacht was hij in de grafspelonken en op de bergen, waar hij schreeuwde, en zich met stenen sloeg.
5他昼夜常在坟茔里和山中喊叫,又用石头砍自己。
6Toen hij van verre Jesus zag, snelde hij toe, viel voor Hem neer,
6他远远地看见耶稣,就跑过去拜他,
7en schreeuwde het uit: Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus, Zoon van den Allerhoogsten God? Ik bezweer U bij God, mij niet te gaan kwellen.
7大声呼叫说:「至高 神的儿子耶稣,我与你有什么相干?我指着 神恳求你,不要叫我受苦!」
8Want Hij had hem gezegd: Onreine geest, ga uit van dien man!
8是因耶稣曾吩咐他说:「污鬼啊,从这人身上出来吧!」
9Nu vroeg Hij hem: Hoe is uw naam? En hij zei Hem: Legioen is mijn naam, want we zijn velen.
9耶稣问他说:「你名叫什么?」回答说:「我名叫『群』,因为我们多的缘故」;
10En hij bad Hem dringend, hem toch niet buiten die streek te bannen.
10就再三地求耶稣,不要叫他们离开那地方。
11Nu liep daar bij de berg een grote troep zwijnen te grazen.
11在那里山坡上,有一大群猪吃食;
12Ze smeekten Hem, en zeiden: Zend ons naar de zwijnen, opdat we daar ingaan.
12鬼就央求耶稣说:「求你打发我们往猪群里,附着猪去。」
13Hij stond het hun toe. Toen gingen de onreine geesten uit, en wierpen zich op de zwijnen. En de troep van ongeveer twee duizend plofte van de steilte in het meer, en verdronk in het meer.
13耶稣准了他们,污鬼就出来,进入猪里去。于是那群猪闯下山崖,投在海里,淹死了。 猪的数目 约有二千。
14De drijvers vluchtten heen, en vertelden het in stad en land. Men kwam dus zien, wat er gebeurd was.
14放猪的就逃跑了,去告诉城里和乡下的人。众人就来,要看是什么事。
15Toen ze nu bij Jesus kwamen, en den bezetene zagen zitten, gekleed en goed bij verstand, ofschoon hij door het legioen was bezeten geweest, werden ze bevreesd.
15他们来到耶稣那里,看见那被鬼附着的人,就是从前被群鬼所附的,坐着,穿上衣服,心里明白过来,他们就害怕。
16En zij, die het gezien hadden, verhaalden hun wat er met den bezetene was gebeurd, en ook met de zwijnen.
16看见这事的,便将鬼附之人所遇见的和那群猪的事都告诉了众人;
17Toen verzochten ze Hem, om heen te gaan uit hun gebied.
17众人就央求耶稣离开他们的境界。
18Toen Hij zich nu in de boot begaf, vroeg de gewezen bezetene verlof, bij Hem te blijven.
18耶稣上船的时候,那从前被鬼附着的人恳求和耶稣同在。
19Hij stond het niet toe, maar zei hem: Ga naar huis, naar de uwen, en meld hun alwat de Heer u gedaan heeft, en hoe Hij Zich over u heeft ontfermd.
19耶稣不许,却对他说:「你回家去,到你的亲属那里,将主为你所做的是何等大的事,是怎样怜悯你,都告诉他们。」
20Hij ging heen, en begon te verkondigen in de Dekápolis, wat Jesus hem had gedaan; en allen stonden verbaasd.
20那人就走了,在 低加坡里 传扬耶稣为他做了何等大的事,众人就都希奇。
21Toen Jesus in de boot weer de overkant had bereikt, verzamelde zich een grote menigte om Hem heen. En terwijl Hij Zich aan de oever van het meer bevond.
21耶稣坐船又渡到那边去,就有许多人到他那里聚集;他正在海边上。
22kwam daar een van de oversten der synagoge, Jaïrus genaamd. Toen hij Hem zag, viel hij aan zijn voeten neer,
22有一个管会堂的人,名叫 睚鲁 ,来见耶稣,就俯伏在他脚前,
23en bad Hem met aandrang: Mijn dochtertje ligt te sterven. Kom, en leg haar de handen op: dan zal ze worden gered, en blijven leven.
23再三地求他,说:「我的小女儿快要死了, 求你 去按手在她身上,使她痊愈,得以活了。」
24Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en drong tegen Hem op.
24耶稣就和他同去。 有许多人跟随拥挤他。
25Nu was daar een vrouw, die twaalf jaren lang aan bloedvloeiing leed.
25有一个女人,患了十二年的血漏,
26Veel had ze van verschillende geneesheren moeten verduren; al wat ze bezat, had ze ten koste gelegd, maar heel geen baat gevonden; ze was eer nog erger geworden.
26在好些医生手里受了许多的苦,又花尽了她所有的,一点也不见好,病势反倒更重了。
27Daar ze van Jesus had gehoord, trad ze onder de menigte achter Hem aan, en raakte zijn kleed aan.
27她听见耶稣的事,就从后头来,杂在众人中间,摸耶稣的衣裳,
28Want ze dacht: Als ik alleen maar zijn kleren aanraak, zal ik genezen.
28意思说:「我只摸他的衣裳,就必痊愈。」
29En terstond droogde haar bloedvloeiing op, en gevoelde ze aan haar lichaam, dat ze van haar kwaal was genezen.
29于是她血漏的源头立刻干了;她便觉得身上的灾病好了。
30Jesus was Zich bewust van de kracht, die er van Hem was uitgegaan; aanstonds keerde Hij Zich onder de menigte om, en sprak: Wie heeft mijn kleren aangeraakt?
30耶稣顿时心里觉得有能力从自己身上出去,就在众人中间转过来,说:「谁摸我的衣裳?」
31Zijn leerlingen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de menigte op U aandringt, en Gij vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt?
31门徒对他说:「你看众人拥挤你,还说『谁摸我』吗?」
32Maar Hij keek rond, om te zien, wie het gedaan had.
32耶稣周围观看,要见做这事的女人。
33Angstig en bevend kwam de vrouw naderbij, daar ze wist, wat er met haar was gebeurd; ze viel voor Hem neer, en zeide Hem de volle waarheid.
33那女人知道在自己身上所成的事,就恐惧战兢,来俯伏在耶稣跟前,将实情全告诉他。
34Maar Hij sprak tot haar: Dochter, uw geloof heeft u gered; ga in vrede, en wees genezen van uw kwaal.
34耶稣对她说:「女儿,你的信救了你,平平安安地回去吧!你的灾病痊愈了。」
35Terwijl Hij nog sprak. kwamen er lieden van den overste der synagoge, en zeiden: Uw dochter is gestorven; waarom den Meester nog lastig gevallen?
35还说话的时候,有人从管会堂的家里来,说:「你的女儿死了,何必还劳动先生呢?」
36Jesus hoorde wat er gezegd werd, en sprak tot den overste: Vrees niet, maar geloof!
36耶稣听见所说的话,就对管会堂的说:「不要怕,只要信!」
37Hij liet niemand met Zich meegaan dan Petrus, Jakobus en Johannes, den broer van Jakobus.
37于是带着 彼得 、 雅各 ,和 雅各 的兄弟 约翰 同去,不许别人跟随他。
38Toen zij bij het huis van den overste waren gekomen, zag Hij daar het rouwmisbaar en de wenende en luid jammerende mensen.
38他们来到管会堂的家里;耶稣看见那里乱嚷,并有人大大地哭泣哀号,
39Hij ging binnen, en zeide tot hen: Wat tiert gij, en weent gij? Het kind is niet dood, maar het slaapt.
39进到里面,就对他们说:「为什么乱嚷哭泣呢?孩子不是死了,是睡着了。」
40Ze lachten Hem uit. Nadat Hij ze allen had buiten gezet, nam Hij den vader en de moeder van het kind en zijn metgezellen met Zich mee, en ging het vertrek binnen, waar het kind lag.
40他们就嗤笑耶稣。耶稣把他们都撵出去,就带着孩子的父母和跟随的人进了孩子所在的地方,
41Hij vatte het kind bij de hand, en sprak tot haar: Talita koemi: wat betekent: Meisje, Ik zeg u, sta op!
41就拉着孩子的手,对她说:「大利大,古米!」(翻出来就是说:「闺女,我吩咐你起来!」)
42Onmiddellijk stond het meisje op, en liep heen en weer: want het was twaalf jaar oud. En ze stonden verstomd van verbazing.
42那闺女立时起来走。他们就大大地惊奇;闺女已经十二岁了。
43Maar Hij gebood hun ten strengste, het niemand te laten weten. Ook zeide Hij nog, dat men haar te eten zou geven.
43耶稣切切地嘱咐他们,不要叫人知道这事,又吩咐给她东西吃。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.