Marcus 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Eens ging Hij weer een synagoge binnen; daar was een man wiens hand verdord was.
1耶稣又进了会堂,在那里有一个人枯干了一只手。
2En ze bespiedden Hem, of Hij hem ook op de sabbat zou genezen, om Hem dan te kunnen beschuldigen.
2众人窥探耶稣,在安息日医治不医治,意思是要控告耶稣。
3En Hij zei tot den man met de verdorde hand: Kom hier in het midden!
3耶稣对那枯干一只手的人说:「起来,站在当中。」
4Toen sprak Hij tot hen: Mag men op de sabbat goed doen of kwaad, iemand redden of doden? Ze zwegen.
4又问众人说:「在安息日行善行恶,救命害命,哪样是可以的呢?」他们都不作声。
5Toornig liet Hij zijn blik over hen rondgaan, bedroefd over de verblinding van hun hart; en Hij sprak tot den man: Strek uw hand uit! Hij strekte ze uit, en zijn hand was genezen.
5耶稣怒目周围看他们,忧愁他们的心刚硬,就对那人说:「伸出手来!」他把手一伸,手就复了原。
6Toen gingen de farizeën heen, en spanden terstond met de herodianen tegen Hem samen, om Hem ten val te
6法利赛人出去,同 希律 一党的人商议怎样可以除灭耶稣。
7Nu ging Jesus met zijn leerlingen terug naar het meer, en een talrijke schare uit Galilea volgde Hem. Ook uit Judea,
7耶稣和门徒退到海边去,有许多人从 加利利 跟随他。
8Jerusalem, Idumea, het Overjordaanse en uit de streek van Tyrus en Sidon kwam men in grote menigte naar Hem toe, toen men hoorde, al wat Hij deed.
8还有许多人听见他所做的大事,就从 犹太 、 耶路撒冷 、 以土买 、 约旦河 外,并 泰尔 、 西顿 的四方来到他那里。
9En Hij beval zijn leerlingen, een boot voor Hem gereed te houden met het oog op de schare, opdat ze Hem niet zouden dringen.
9他因为人多,就吩咐门徒叫一只小船伺候着,免得众人拥挤他。
10Want Hij genas er velen; zodat allen, die kwalen hadden, op Hem aandrongen, om Hem aan te raken.
10他治好了许多人,所以凡有灾病的,都挤进来要摸他。
11En als de onreine geesten Hem zagen, vielen ze voor Hem neer, en schreeuwden het uit:
11污鬼无论何时看见他,就俯伏在他面前,喊着说:「你是 神的儿子。」
12Gij zijt de Zoon van God. Maar Hij verbood hun streng, Hem bekend te maken.
12耶稣再三地嘱咐他们,不要把他显露出来。
13Vervolgens besteeg Hij de berg en riep hen, die Hij zelf wilde; en ze kwamen bij Hem.
13耶稣上了山,随自己的意思叫人来;他们便来到他那里。
14En twaalf stelde Hij er aan, om bij Hem te blijven, en om hen ter prediking uit te zenden,
14他就设立十二个人,要他们常和自己同在,也要差他们去传道,
15met de macht om duivels uit te drijven.
15并给他们权柄赶鬼。
16Deze twaalf stelde Hij aan: Simon, dien Hij de bijnaam Petrus gaf;
16这十二个人 有 西门 (耶稣又给他起名叫 彼得 ),
17dan Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broer van Jakobus, aan wie Hij de bijnaam Boanerges gaf, dat is zonen van de donder.
17还有 西庇太 的儿子 雅各 和 雅各 的兄弟 约翰 (又给这两个人起名叫 半尼其 ,就是雷子的意思),
18Verder Andreas en Filippus, Bartolomeus en Matteüs, Tomas en Jakobus, den zoon van Alfeus, Taddeus en Simon den Kananeër,
18又有 安得烈 、 腓力 、 巴多罗买 、 马太 、 多马 、 亚勒腓 的儿子 雅各 ,和 达太 ,并奋锐党的 西门 ,
19en Judas Iskáriot, die Hem heeft verraden.
19还有卖耶稣的 加略 人 犹大 。
20Daarop ging Hij naar huis: maar weer liep de menigte samen, zodat zij niet eens konden eten.
20耶稣进了一个屋子,众人又聚集,甚至他连饭也顾不得吃。
21Toen zijn verwanten dit hoorden, trokken ze er op af, om Hem vast te houden; want ze zeiden: Hij is krankzinnig.
21耶稣的亲属听见,就出来要拉住他,因为他们说他癫狂了。
22Maar de schriftgeleerden, die van Jerusalem waren gekomen, zeiden: Hij is van Beélzebub bezeten, en door den vorst der duivels drijft Hij de duivels uit.
22从 耶路撒冷 下来的文士说:「他是被别西卜附着」;又说:「他是靠着鬼王赶鬼。」
23Hij riep hen tot Zich, en sprak hen in gelijkenissen toe: Hoe kan een satan den satan verdrijven?
23耶稣叫他们来,用比喻对他们说:「撒但怎能赶出撒但呢?
24Wanneer een rijk inwendig is verdeeld, dan kan dat rijk niet in stand blijven.
24若一国自相纷争,那国就站立不住;
25En wanneer een huis inwendig is verdeeld, dan zal dat huis geen stand kunnen houden.
25若一家自相纷争,那家就站立不住。
26Wanneer dus de satan in opstand komt tegen zichzelf, en verdeeld is, dan kan hij geen stand houden, maar het loopt met hem af.
26若撒但自相攻打纷争,他就站立不住,必要灭亡。
27Niemand toch kan het huis van een sterken man binnendringen en zijn huisraad roven, als hij niet eerst den sterke bindt; eerst dan zal hij zijn huis kunnen plunderen.
27没有人能进壮士家里,抢夺他的家具;必先捆住那壮士,才可以抢夺他的家。
28Voorwaar, Ik zeg u: Alle zonden zullen aan de mensenkinderen worden vergeven: zelfs alle godslasteringen, die ze hebben geuit.
28我实在告诉你们,世人一切的罪和一切亵渎的话都可得赦免;
29Maar wie lastert tegen den Heiligen Geest, krijgt in eeuwigheid geen vergiffenis, maar hij is schuldig aan een eeuwige zonde.
29凡亵渎圣灵的,却永不得赦免,乃要担当永远的罪。」
30Ze hadden immers gezegd: Hij heeft een onreinen geest.
30这话是 因为他们说:「他是被污鬼附着的。」
31Toen kwamen zijn moeder en broeders; ze bleven buiten staan en lieten Hem roepen.
31当下,耶稣的母亲和弟兄来,站在外边,打发人去叫他。
32Maar er zat een menigte om Hem heen: men zei Hem dus: Zie, uw moeder, uw broeders en zusters staan buiten, en zoeken U.
32有许多人在耶稣周围坐着,他们就告诉他说:「看哪,你母亲和你弟兄在外边找你。」
33Maar Hij gaf hun ten antwoord: Wie is mijn moeder, en wie zijn mijn broeders?
33耶稣回答说:「谁是我的母亲?谁是我的弟兄?」
34En terwijl Hij rondkeek naar hen, die in een kring om Hem heen waren gezeten, sprak Hij: Ziedaar mijn moeder en broeders!
34就四面观看那周围坐着的人,说:「看哪,我的母亲,我的弟兄。
35Wie de wil van God volbrengt, hij is mijn broeder en zuster en moeder.
35凡遵行 神旨意的人就是我的弟兄姊妹和母亲了。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.