Marcus 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Toen Hij daarop de tempel verliet, zei een zijner leerlingen tot Hem: Zie, Meester, wat een stenen, en wat een gebouwen!
1耶稣从殿里出来的时候,有一个门徒对他说:「夫子,请看,这是何等的石头!何等的殿宇!」
2Jesus sprak tot hem: Ziet ge al die grote gebouwen? Er zal geen steen op de andere blijven, maar alles zal worden verwoest.
2耶稣对他说:「你看见这大殿宇吗?将来在这里没有一块石头留在石头上,不被拆毁了。」
3En toen Hij op de Olijfberg tegenover de tempel zat, ondervroegen Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas Hem afzonderlijk:
3耶稣在 橄榄山 上对 圣 殿而坐。 彼得 、 雅各 、 约翰 ,和 安得烈 暗暗地问他说:
4Zeg ons: wanneer zal dat gebeuren; en wat zal het teken zijn, dat dit alles zal worden vervuld? Nu begon Jesus hun te zeggen:
4「请告诉我们,什么时候有这些事呢?这一切事将成的时候有什么预兆呢?」
5Past op, dat niemand u misleidt!
5耶稣说:「你们要谨慎,免得有人迷惑你们。
6Want velen zullen met mijn Naam optreden, en zeggen, dat Ik het ben; en ze zullen er velen misleiden.
6将来有好些人冒我的名来,说:『我是 基督 』,并且要迷惑许多人。
7En wanneer gij zult horen van oorlogen en oorlogsgeruchten, schrikt er niet van; want dit moet allemaal wel gebeuren, maar het is het einde nog niet.
7你们听见打仗和打仗的风声,不要惊慌。 这些事 是必须有的,只是末期还没有到。
8Volk zal opstaan tegen volk, en rijk tegen rijk; en er zullen aardbevingen zijn en hongersnood, hier en elders. Maar dit alles is slechts het begin van de weeën.
8民要攻打民,国要攻打国;多处必有地震、饥荒。这都是灾难的起头。
9Weest op uw hoede. Men zal u aan gerechtshoven overleveren, in synagogen zult gij worden gegeseld, en voor landvoogden en koningen zult gij terecht staan terwille van Mij, om getuigenis voor hen af te leggen.
9但你们要谨慎;因为人要把你们交给公会,并且你们在会堂里要受鞭打,又为我的缘故站在诸侯与君王面前,对他们作见证。
10Doch eerst moet aan alle volken het evangelie worden verkondigd.
10然而,福音必须先传给万民。
11En wanneer men u wegvoert en verraadt, weest dan niet bezorgd, wat gij zult zeggen; maar spreekt, wat u in dat uur zal worden ingegeven. Want niet gij zijt het, die spreekt, maar de Heilige Geest.
11人把你们拉去交官的时候,不要预先思虑说什么;到那时候,赐给你们什么话,你们就说什么;因为说话的不是你们,乃是圣灵。
12De broer zal zijn broer ter dood overleveren, en de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders, en ze doden.
12弟兄要把弟兄,父亲要把儿子,送到死地;儿女要起来与父母为敌,害死他们;
13En gij zult gehaat zijn bij allen om mijn naam; maar wie volhardt ten einde toe, zal zalig worden.
13并且你们要为我的名被众人恨恶。惟有忍耐到底的,必然得救。」
14Wanneer gij de gruwel der ontheiliging ziet staan, waar hij niet staan mag, —die het leest, begrijpe het! —laten zij, die in Judea zijn, dan naar de bergen vluchten;
14「你们看见那行毁坏可憎的,站在不当站的地方(读 这经 的人须要会意)。那时,在 犹太 的,应当逃到山上;
15en wie op het dakterras is, dale niet af in het huis, en ga niet naar binnen, om iets mee te nemen uit zijn huis;
15在房上的,不要下来,也不要进去拿家里的东西;
16en wie op het veld is, kere niet terug, om zijn kleed te gaan halen.
16在田里的,也不要回去取衣裳。
17Wee in die dagen de zwangere en zogende vrouwen!
17当那些日子,怀孕的和奶孩子的有祸了!
18Bidt toch, dat het niet in de winter gebeurt.
18你们应当祈求,叫这些事不在冬天临到。
19Want dat zullen dagen zijn van ellende, zoals er nooit is geweest van het begin der wereld af, die God heeft geschapen, tot heden toe, en zoals er ook nooit meer zal zijn.
19因为在那些日子必有灾难,自从 神创造万物直到如今,并没有这样的灾难,后来也必没有。
20En zo de Heer die dagen niet had verkort, geen mens bleef behouden; maar om de uitverkorenen, die Hij Zich heeft gekozen, heeft Hij die dagen verkort.
20若不是主减少那日子,凡有血气的,总没有一个得救的;只是为主的选民,他将那日子减少了。
21Als dan iemand u zegt: Zie, hier is de Christus; zie, Hij is ginds; gelooft het niet.
21那时若有人对你们说:『看哪,基督在这里』,或说:『基督在那里』,你们不要信!
22Want er zal menig valse-christus opstaan en tal van valse profeten, en ze zullen tekenen en wonderen verrichten; zodat als ‘t mogelijk was, ze zelfs de uitverkorenen zouden misleiden.
22因为假基督、假先知将要起来,显神迹奇事,倘若能行,就把选民迷惑了。
23Weest op uw hoede! Ziet, Ik heb u alles voorspeld.
23你们要谨慎。看哪,凡事我都预先告诉你们了。」
24Maar in die dagen, na die ellende, zal de zon worden verduisterd, en de maan geen licht meer geven:
24「在那些日子,那灾难以后, 日头要变黑了, 月亮也不放光,
25de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt.
25众星要从天上坠落, 天势都要震动。
26Dan zal men den Mensenzoon op de wolken zien komen met grote macht en majesteit.
26那时,他们要看见人子有大能力、大荣耀,驾云降临。
27Dan zal Hij zijn engelen zenden, en Hij zal van de vier windstreken zijn uitverkorenen verzamelen, van het einde der aarde tot aan het einde des hemels.
27他要差遣天使,把他的选民,从四方,从地极直到天边,都招聚了来。」
28Leert van de vijgeboom deze gelijkenis. Wanneer zijn twijg al zacht is geworden, en de bladeren al ontspruiten, dan weet gij, dat de zomer nabij is.
28「你们可以从无花果树学个比方:当树枝发嫩长叶的时候,你们就知道夏天近了。
29Zo ook, wanneer gij dit alles gebeuren ziet, weet dan, dat het dicht voor de deur staat.
29这样,你们几时看见这些事成就,也该知道人子近了,正在门口了。
30Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht gaat niet voorbij, eer dit alles is geschied.
30我实在告诉你们,这世代还没有过去,这些事都要成就。
31Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.
31天地要废去,我的话却不能废去。」
32Maar van die dag of dat uur weet niemand iets af, zelfs niet de engelen in de hemel, noch de Zoon, maar de Vader alleen.
32「但那日子,那时辰,没有人知道,连天上的使者也不知道,子也不知道,惟有父知道。
33Weest op uw hoede en waakt! Want gij weet niet, wanneer de tijd daar is.
33你们要谨慎,警醒祈祷,因为你们不晓得那日期几时来到。
34Het gaat er mee, als met een mens, die naar het buitenland reisde, zijn huis verliet, en het beheer aan zijn dienaars overdroeg; aan ieder gaf hij zijn taak, en aan den deurwachter beval hij te waken.
34这事正如一个人离开本家,寄居外邦,把权柄交给仆人,分派各人当做的工,又吩咐看门的警醒。
35Waakt dus, want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komt: ‘s avonds laat of te middernacht, bij het hanengekraai of ‘s morgens vroeg.
35所以,你们要警醒;因为你们不知道家主什么时候来,或晚上,或半夜,或鸡叫,或早晨;
36Hij komt onverwacht; moge hij u niet slapend vinden.
36恐怕他忽然来到,看见你们睡着了。
37Wat Ik ú zeg, dat zeg Ik aan allen: Waakt!
37我对你们所说的话,也是对众人说:要警醒!」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.